Vertrouwenscrisis treft 'tijgers' Azië

SINGAPORE, 1 SEPT. De Aziatische tijgers hebben vorige week hun scherpste tanden verloren. Handelaren op de valutamarkten en aandelenbeurzen in Maleisië, de Filippijnen, Thailand, Indonesië en Singapore maakten dit weekeinde de balans op van een even hectische als historische week, waarin na veel koersdalingen één conclusie gewettigd was: het Aziatische wonder heeft zijn beste tijd gehad.

Analisten en handelaren spraken de afgelopen weken al geregeld van een naderende financiële crisis in Zuidoost-Azië. De laatste dagen van augustus brak die crisis volledig door.

Patrick Tan, analist van Rothschild Asset Management in Singapore: “Het is een vertrouwenscrisis. Beleggers hebben door een veelheid aan factoren hun vertrouwen verloren in de eindeloos lijkende economische groei in dit gebied. Daardoor zijn de koersen van de munteenheden en de aandelen gaan dalen. De markten zijn nu, na een paar gespannen weken met koersdalingen, ontzettend gevoelig geworden. Het kleinste gerucht kan al tot een enorme klap leiden.”

De afgelopen week bood voldoende aanleiding voor paniekreacties van beleggers. De autoriteiten in Maleisië veroorzaakten bijvoorbeeld zelf een verkoopgolf door de introductie van nieuwe, zeer controversiële regels op de beurs van Kuala Lumpur die het speculanten moeilijker moeten maken.

De Maleisische premier Mahathir Mohamad heeft wekenlang de schuld voor de Aziatische valuta-onrust bij het Westen gelegd. Volgens Mahathir was belegger George Soros de aanstichter van de valutacrisis en zou de Amerikaan ook achter de koersdalingen op de Maleisische beurs hebben gezeten.

Maar het is te makkelijk nog langer 'het Westen' de schuld te geven voor wat steeds duidelijker typisch 'oosterse' problemen blijken te zijn. De tijger-economieën van het Verre Oosten lijden dezer dagen allemaal onder de gevolgen van te krachtige groei waardoor veel landen nu kampen met een 'luchtbel-economie' die bij de kleinste speldenprik uit elkaar kan springen.

Speldenprikken zijn er genoeg: veel landen kampen met tekorten op hun betalingsbalans, een oververhitte vastgoedsector (ontstaan door buitensporig veel bankleningen) en overgewaardeerde munten. Vrijwel alle landen in de regio hebben hun nationale munt gekoppeld aan de Amerikaanse dollar. Dat gaf buitenlandse beleggers zekerheid en de regionale financiële markten stabiliteit en rust. Maar de waardestijging van de dollar dit jaar zorgde voor steeds grotere problemen voor de exportafhankelijke Aziatische economieën. De dure dollar verslechterde hun concurrentiepositie en veroorzaakte uiteindelijk de valutacrisis die begin juli losbrak, toen Thailand gedwongen was de vaste wisselkoers van zijn munt, de baht, los te laten en de baht twintig procent in koers kelderde. Kort daarna devalueerden ook de munten van Maleisië, de Filippijnen en Indonesië.

Dat de valuta-onrust tot een heuse crisis leidde werpt het licht op een ander structureel zwak element in de Aziatische economieën: de zwakke financiële instituten. Centrale banken en andere toezichthoudende instellingen zijn niet meegegroeid met de explosieve economische ontwikkeling. Het bewijs daarvoor leverden ze zelf door niet of veel te laat in te grijpen in de ontstane financiële malaise.

Het zal nog wel even onrustig blijven op Azië's financiële markten, verwachten analisten, maar omdat de fundamenten onder vrijwel alle tijger-economieën nog steeds redelijk tot goed zijn, zullen de buitenlandse investeerders snel terugkeren.

Veel zal draaien om de toezichthoudende instituties. Zij zullen de komende maanden met saneringsplannen moeten komen om de verschillende economieën weer snel op de been te krijgen. Zo zullen veel Aziatische burgers binnenkort te maken krijgen met restricties op het gebruik van hun credit card en hogere belastingen. Het is allemaal onderdeel van de prijs die de Aziatische tijger-economieën betalen om straks tot de volwassen financiële wereld te behoren.