Van der Linden is terug waar hij hoort

Tonnie van der Linden (64) is weer waar hij hoort: in de Galgenwaard. Vóór FC Utrecht-Ajax (1-7) landde de oud-international met een helikopter in het stadion waar hij ooit successen vierde.

UTRECHT, 1 SEPT. Omdat het mode is geworden een helikopter met voetbalidolen in een stadion te laten landen, kwamen gisteren voor de wedstrijd van FC Utrecht tegen Ajax in stadion Galgenwaard drie bekende Utrechtse voetballers uit de jaren vijftig uit de lucht vallen. Andries Nagtegaal en Wim Visser vergezelden bij hun intocht Tonnie van der Linden, de beste voetballer die Utrecht ooit heeft gekend. De voetballer waarmee eens menig Utrechter zich vereenzelvigde, werd als de verloren zoon binnengehaald bij de club waarvan hij zich dertig jaar lang - beledigd tot in het diepst van zijn hart - had afgekeerd.

Van der Linden was in de jaren vijftig en zestig de grote ster van DOS, de club waaruit fusieclub FC Utrecht is ontstaan. In 1958 maakte hij in de beslissingswedstrijd in stadion De Goffert van Nijmegen om het landskampioenschap tegen Sportclub Enschede in de verlenging het enige doelpunt. Wie deze prachtige voetballer heeft zien spelen en veel heeft zien scoren, kon zich gisteren weer verheugen op zijn aanwezigheid. Temidden van acht spelers (Jacques Westphal en Cor Luiten zijn overleden, evenals trainer Pepi Gruber, doelman Frans de Munck had te veel last van reuma en Hans Kraay had werkverplichtingen) met wie hij de Utrechtse glorie beleefde, was hij eindelijk weer waar hij hoort: in het voetbalstadion van Utrecht. Samen met die anderen: Louis van den Bogert, Martin Ockhuijzen, Henk Temming, Gerrit Krommert en Dirk Lammers.

Van der Linden, gracieus en gezegend met een fraaie traptechniek, speelde 24 maal in het Nederlands elftal en scoorde daarin liefst 17 maal. De Utrechtse krullenbol, afkomstig uit de DOS-jeugd, kon met een bal dingen doen waarvan in Utrecht veel voetballers van nu alleen maar kunnen dromen. In de oude Galgenwaard wond Van der Linden de supporters op met fraaie staaltjes van balvaardigheid. Anthonie van der Linden, door oud-sportjournalist Frans Henrichs herdoopt in Tonnie, was een genot om naar te kijken en voor bewonderaars van technische voetballers aanleiding om dikke plakboeken met foto's en knipsels aan te leggen.

Van der Linden was een voetballer waarmee vooral de Utrechtse jeugd zich identificeerde. Wie voetbalde, wilde alleen voetballen als Van der Linden. Dertig jaar liet hij zich niet zien in de voetbaltempel van Utrecht. Nu was hij gisteren weer daar, 64 jaar inmiddels, met krullen die zijn vergrijsd en een buikje dat jaren van inactiviteit verraadt, maar nog altijd met een swingende looppas.

Al vorige week toen FC Utrecht met 6-1 MVV versloeg was Van der Linden aangetrokken getroffen door de sfeer en de hartelijkheid. “Ik had me eigenlijk voorgenomen om nooit meer naar FC Utrecht te gaan”, vertelde de voormalige vedette met nog altijd onmiskenare Utrechtse tongval. “Ik heb altijd gezegd dat ze mij alleen nog zouden zien wanneer ze me officieel zouden uitnodigen. Toen dat gebeurde vond mijn vrouw dat ik het niet kon maken weg te blijven.” Want zelf heeft hij het nooit zo nodig gevonden buiten het veld in de acht te staan. Voetballen was z'n lust en z'n leven. Maar verder geen polonaise aan z'n lijf. “Het is weliswaar laat, maar nooit te laat”, bekende Van der Linden die het weer eens leuk vond tussen de oude mannen te zitten. Voetbal vindt hij nu minder aantrekkelijker dan vroeger, “maar van de seizoenkaart die ik van de club heb gekregen, ga ik vaker gebruik maken”.

Van der Linden besloot in 1967 plotseling een einde aan zijn loopbaan te maken. Hij was een begenadigd voetballer, maar zonder spanning speelde hij zelden. Zijn aanleg voor hypochondrie ging hem ten langen leste parten spelen. En omdat hyperventilatie in die tijd te gauw werd beschouwd als een mogelijke hartstoornis, meende Van der Linden zijn loopbaan abrupt te moeten beëindigen. Van der Linden stopte bij DOS midden in het seizoen. Enige tijd later kreeg de oud-international tegen zijn zin toch een afscheidsfeest. Voor de wedstrijd DOS-Ajax werd hij in een auto over het veld gereden, Ajax-spelers als Vasovic, Bals en Pronk liepen achter de auto en van het DOS-bestuur kreeg hij een enveloppe overhandigd. Maar dat bleek een lege enveloppe. “Dat heeft me pijn gedaan”, herinnerde hij zich nog. Vanaf dat moment wist Van der Linden dat DOS en alles wat nog met het Utrechtse profvoetballen te maken had, hem gestolen konden worden.

Met zijn gevoel voor traditie en wat potentiële aanhangers aantrekt, meende Hans van Breukelen, de nieuwe directeur technische zaken van FC Utrecht, in samenwerking met oud-Utrecht-trainer Nol de Ruiter en de Utrechtse journalist Hans van Echteld deze zomer het voetbalverleden van Utrecht te verbinden met het voetbalheden. Op de vraag hoe van de stervende voetbalstad Utrecht weer een levende voetbalstad te maken, wist Van Breukelen wel een antwoord. En zo keerde Tonnie van der Linden op zondag 31 augustus 1997 terug op aarde. En al wat Utrecht is, heeft op die dag ergens diep van binnen een traantje gelaten. Daar was hij weer, de man die eens op zondagen de voetbalharten van zowel Elinkwijk-fans als die van Velox en DOS deed kloppen alsof het één Utrechts voetbalhart betrof.

Zuid-Amerikaanse taferelen spelen zich tegenwoordig af in Galgenwaard. Half ontblote billen schudden voor de wedstrijd op het veld verleidelijk op ritmes van opgewonden Latijnse trommelaars ten einde de gemoederen te verhitten. Prachtige voetballers als Michael Mols zwaaien, zwieren, kappen en draaien over het veld alsof Brazilianen eindelijk Utrecht hebben veroverd. Utrecht is een voetbalstad, met of zonder Braziliaanse tinten, maar zonder Van der Linden is FC Utrecht niet compleet. Het was goed om hem weer te zien, dromerig onderuitgezakt tussen zijn waterdragers en denkend aan tijden toen voetbal in Utrecht nog toonaangevend in Nederland was. Dankzij hem, Tonnie van der Linden, de Utrechtse Braziliaan avant-la-lettre.