Ullrich houdt benen stil, waterdrager wint

LANDGRAAF, 1 SEPT. Elke wedstrijd krijgt de winnaar die hij verdient. Dat cliché in de sportwereld geldt ook voor wielerkoersen. In de Ronde van Nederland hield Jan Ullrich, de meest talentvolle renner, de benen stil en stond de meest strijdlustige renner na afloop met de bloemen op het hoogste podium. De 27-jarige Erik Dekker werd zaterdag gehuldigd als de 28ste Nederlandse winnaar in de 37ste editie van de Ronde van Nederland.

Dekker dankt zijn triomf aan de winnende tijdrit van afgelopen donderdag in Denekamp. Zijn eindzege kwam in de laatste etappe geen moment in gevaar. Gesteund door zijn zes overgebleven ploeggenoten en vertrouwend op zijn uitstekende vorm reed de beschermde renner van Rabobank door het Limburgse heuvelland. Dekker eindigde als vierde in Landgraaf, in het spoor van de Italiaanse ritwinnaar Giovanni Lombardi. In het algemeen klassement behield hij een voorsprong van vijftien seconden op de Deen Peter Meinert-Nielsen.

Dekker is een fletse winnaar in een vlakke ronde. Hij is een tamelijk onopvallende coureur in het uitgedunde peloton van Nederlandse beroeprenners. Hij mist de erelijst van Erik Breukink, de Haagse bluf van Michael Boogerd, de wereldtitel van Danny Nelissen en de ballonkuiten van sprinter Jeroen Blijlevens. Volgens zijn ploegleider is hij een typische laatbloeier. “Hij komt pas dit jaar uit zijn schulp”, zegt Theo de Rooy. “Vorig jaar zaten we op een dood spoor met Erik. Hij had als prof niet gebracht wat hij als amateur had aangetoond. Dit jaar heeft Erik zich zeer goed ontwikkeld.”

Als zoon van een wasmachinemonteur uit Hoogeveen groeide Dekker op in een wielergeslacht. Zijn broers waren veelbelovende amateurs. Zijn zus reed bij trainingen de latere beroepsrenner Gert Jakobs uit het wiel. De jonge Erik bleek over het meeste wielertalent te beschikken. Hij won als amateur een paar zware rittenkoersen en behaalde in 1992 een zilveren medaille bij de Olympische Spelen. Een paar maanden later verdiende hij zijn eerste profcontract. Dekker werd door kenners een grote toekomst voorspeld.

In werkelijkheid bleven zijn successen beperkt tot overwinningen in de weinig aansprekende Ronde van Zweden en een nuttige knechtenrol in dienst van betere ploeggenoten. Volgens De Rooy heeft Dekker deze zomer veel waardering geoogst als waterdrager. “Daarom kreeg Erik de laatste dagen zoveel steun. Krediet moet je verdienen. In de wielersport moet je eerst geven en dan pas nemen.”

Dekker is geen renner met een grote uitstraling en evenmin een spraakmakende persoonlijkheid. Toch wordt hij door zijn ploeggenoten gewaardeerd om zijn montere humeur en zijn eerlijkheid. De Rooy beaamt dat de nuchtere Drent voor de buitenwereld een onbeschreven blad is. “Hij komt heel timide over, maar intern bijt hij goed van zich af. Op de fiets wordt hij ook steeds volwassener. Hij wint aan persoonlijkheid.”

Dekker hoopt zijn vorm tot na het wereldkampioenschap vast te houden. In San Sebastian moet hij begin oktober zijn pas verworven status van tijdritspecialist waarmaken. In de Tour eindigde hij op een vijfde plaats in de tijdrit bij Disneyland. In de Ronde van Nederland versloeg hij Jan Ullrich. Toch geeft hij zichzelf weinig kans op een hoge klassering bij het WK. “Misschien ben ik te bescheiden, maar een plaats bij de eerste vijf lijkt me niet reëel. Er zijn wel tien mannen die op papier een betere tijdrit in de benen hebben.”

De Ronde van Nederland kreeg een terechte winnaar maar niet het spannende wedstrijdverloop waarop de organisatie zo had gehoopt. De vlakke etappes eindigden in voorspelbare massasprints. De tijdrit werd in de regen verreden. En de koninginnenrit met negentien hellingen kwam pas in de slotfase tot leven. De ervaring van de afgelopen jaren leert dat de goed getrainde professionals spelenderwijs over de Cauberg en de Gulpenerberg fietsen. Alleen de hoogste cols zijn tegenwoordig zwaar genoeg voor een serieuze krachtmeting. De renners worden sterker, het landschap blijft onveranderd. Het is een constatering die niet alleen de Nederlandse organisatie zorgen baart.

De media werden vorige week door organisator Paul Nouwen regelmatig op de vingers getikt voor hun kritische berichtgeving. Na vijf weinig enerverende wedstrijddagen kan worden vastgesteld dat de Ronde van Nederland in het buitenland geen enkel aanzien heeft. Het deelnemersveld zag er op de startlijst veelbelovend uit. In de praktijk bleken de duurbetaalde buitenlanders niet van plan zich werkelijk uit te sloven. Zij beschouwden 'de parel van Nouwen' als een trainingsrit, als een nuttige voorbereiding op de najaarsklassiekers, de Ronde van Spanje en het wereldkampioenschap.

De winnende ploegleider De Rooy erkent dat de overwinning van Dekker meer publicitaire dan sportieve waarde heeft. Een Nederlandse winnaar in de Nederlandse ronde is voor Rabobank, dat zich twee jaar geleden heeft opgeworpen als de steun en toeverlaat van de nationale wielersport, van commercieel belang. Vorig jaar won de Deense wegkapitein Rolf Sorensen. Dit jaar werd een buitenlandse winnaar minder op prijs gesteld.

De Rooy: “Voor ons is dit een heel belangrijke overwinning. Maar het koersverloop was inderdaad behoorlijk dunnetjes. In de laatste etappe zag je het niveau omlaag gaan. Wij zaten op ons gemak in het peloton en werden voorzien van een natje en een droogje. Aan de andere kant stonden wij onder enorme druk. Winnen was normaal. Als we niet gewonnen hadden, zouden we een karrenvracht aan kritiek hebben gekregen.”