Tijdbom tikt onder stoel Piet Bukman

Piet Bukman moet ongemakkelijk zitten: onder zijn voorzittersstoel tikt een tijdbom. De onvrede in de Kamer over zijn functioneren is groot sinds hij vorige week opnieuw blunderde. Hoeveel fouten mag hij nog maken; hoeveel gezag kan hij nog verspelen? Het paarse kabinet zit de kabinetsperiode uit, maar haalt Bukman de verkiezingen van mei volgend jaar?, zo is langzamerhand de vraag.

De verlegenheid van de Tweede Kamer met de situatie is groot. Het parlement heeft een probleem, maar een onbespreekbaar probleem. Althans, een probleem dat zich niet leent voor publieke bespreking. Iedereen heeft het erover in de binnenkamer, maar vrijwel niemand praat erover in het openbaar. Want een discussie over de voorzitter schaadt het gezag van de Kamer.

De voorzitter moet onzichtbaar zijn. En met strakke hand leiden, als het even kan. Van beiden is bij Bukman geen sprake. In het presidium van de Tweede Kamer en in de boezem van het kabinet was de Kamervoorzitter vorige week onderwerp van gesprek. In het presidium kreeg Bukman zware kritiek over procedurele fouten die hij maakte bij het gevoelige debat over de niet-arrestatie van Desi Bouterse. En in het kabinet was er veel misnoegen over zijn eigengereide wijze van leidinggeven.

En dat terwijl iedereen op beter hoopte. Was de voorzitter eerder al niet stevig onder handen genomen wegens de slordige wijze, waarop hij leiding gaf aan de stemprocedures? En hadden ze hem ook al niet vaker gezegd dat hij zijn onhandige interventies achterwege moest laten? Zeker, de voorzitter had het zich allemaal ter harte genomen. Hij was niet uit op aandacht voor zichzelf, hij had de procedures beter in de gaten en toch ging hij vorige week, op de eerste dag na het zomerreces van de Kamer, gierend in de fout. Wat gebeurde er precies?