Telefoonkaart

Net had ik, aan een loket op het Centraal Station, een nieuwe telefoonkaart van tien gulden gekocht. De vorige was bijna op, en ik wilde niet het risico lopen tijdens een gesprek te worden afgebroken. Het was een kaart die blijkens een tekstje op de achterkant al bij voorbaat werd bestempeld tot collector's item.

Op de voorkant keken de filmsterren Marlon Brando en Johnny Depp mij aan, met uiteenlopende gezichtsuitdrukkingen. Brando vertoonde het monkelende grijnsje van iemand die eigenlijk vindt dat het telefoonverkeer flauwekul is. Depp keek gepijnigd, alsof hij dacht: waarom belt niemand mij ooit op?

Een paar dagen later wilde ik in een cel op het station de nieuwe kaart voor het eerst gebruiken. Werktuiglijk ging mijn hand naar de gleuf in de ronde uitsparing, aan de bovenkant van het toestel. Mis! De gleuf was definitief afgedekt door een rond schijfje in PTT-groen. Het toestel bleek geheel te zijn omgebouwd. Er passen nu alleen nog chipknippers van diverse snit en credit cards in. Mijn nog nooit gebruikte telefoonkaart was niet welkom meer.

In de laatste drie weken heb ik nog verscheidene keren getracht de kaart te gebruiken. Maar iedere poging was vergeefs. Alle telefooncellen op alle NS-stations zijn nu omgebouwd. Nergens kan de telefoonkaart meer worden gebruikt.

“Ik weet er alles van, meneer”, zegt de mevrouw van het 0800-nummer dat PTT Telecom heeft ingesteld voor consumenteninformatie. “Ik stond laatst óók voor het blok.” Na enig aandringen improviseert ze nog wat over uniformering en andere kreten die ze uit het personeelsorgaan heeft onthouden, maar een afdoende verklaring heeft ze niet voorhanden. Als ik de PTT een briefje schrijf, vertelt ze enigszins onzeker, kan ik misschien de aanschafkosten op mijn rekening teruggestort krijgen. Helemaal zeker weet ze het echter niet.

En alsof de duvel ermee speelde leidden mijn treinreizen me de laatste tijd uitgerekend al twee keer naar een persconferentie waar de journalisten, als aardigheidje, in de persmap een met bedrijfspromotie bedrukte telefoonkaart vonden. Nooit eerder heb ik zoveel telefoonkaarten op zak gehad, en nooit eerder waren ze zó nutteloos.