Stimulans voor studeren in buitenland

NIJMEGEN, 1 SEPT. Voor een selecte groep van duizend studenten wil het kabinet de volledige studie in een land van de Europese Unie, Noorwegen, Liechtenstein of IJsland bekostigen. Dit kondigde minister Ritzen (Onderwijs) vanmiddag aan bij de opening van het academisch jaar aan de Katholieke Universiteit in Nijmegen.

Het kabinet hoopt zo de afnemende belangstelling van Nederlandse studenten voor studeren over de grens - zo heeft drie procent van de studenten een Europese beurs - een halt toe te roepen. Nederlandse studiefinanciering krijgen studenten nu alleen mee naar het buitenland als zij in Vlaanderen of enkele aan Nederland grenzende Duitse deelstaten gaan studeren. Het ligt in de bedoeling van het kabinet de studiebeurzen van komend studiejaar, 1998/1999 beschikbaar te stellen aan duizend eerstejaars. Wel moet deze groep ook in het buitenland voldoen aan de normen van de prestatiebeurs.

Ritzen die betreurt dat de Europese grenzen “zo tergend langzaam” opengaan voor studenten, wil dat “permanent vijf tot tien procent van de Nederlandse studenten over de grens studeert”.

Evenveel buitenlanders moeten naar Nederland komen. Reden om studeren in het buitenland te stimuleren is, aldus Ritzen, dat zo'n periode het oude ideaal van de academische vorming nieuw leven in kan blazen. “Het gaat om verbreding en verrijking van de student, van de mens en dus van de opleiding. Het houdt de docenten scherp en is daarnaast van belang voor de arbeidsmarkt.”

Daarmee gaf hij een eigen invulling aan de roep van universiteitsbestuurders en gastsprekers in andere universiteitssteden als Maastricht, Rotterdam, Leiden, Enschede, Nijmegen, Amsterdam en Groningen, om “een nieuwe Renaissance” van de homo academicus. Zo signaleerde de rector magnificus van de Universiteit Twente, prof.dr. F. van Vught, dat faculteiten en studierichtingen door fragmentatie en specialisatie, versterkt door onder meer beperking van de studiefinanciering, hun “onderlinge dwarsverbanden verliezen. Ze zijn vervallen tot “geïsoleerde vorstendommetjes”, zei hij, en onderscheiden zich te weinig van hogescholen. Ze leiden “experts” op die “onafhankelijkheid, zelfbewustzijn, kritische reflectie en maatschappelijke oriëntatie” ontberen. Maar veel minder dan Ritzen zien universiteitsbestuurders in internationalisering een eigentijdse invulling van het ideaal van academische vorming.

Alleen de Rotterdamse collegevoorzitter dr. H.J. van der Molen en de universiteitbestuurders in Maastricht en Nijmegen vielen de minister voorzichtig bij. Al betrapten de laatsten Ritzen op een “inconsequent” beleid - waarom heeft hij anders de prestatiebeursnormen opgeschroefd en zijn bijdrage aan Europese beurzen verlaagd waardoor studenten terugschrikken voor een buitenlands avontuur?

Pagina 2: Studie verbreden in eigen huis

Maastricht zal dit studiejaar zelf 250.000 gulden uittrekken voor studeren over de grens en ook Nijmegen zal de teruggelopen (Europese) beursinkomsten uit eigen zak compenseren.

Elders in het land vinden universiteitsbestuurders dat veeleer de opleidingen in eigen huis verbreed moeten worden ter bevordering van de academische vorming.

De eerste initiatieven hiervoor zijn al genomen. Zo kondigde de Groningse rector prof.dr. F. van der Woude aan dat eerstejaars vanaf 1998 vier van de 42 studiepunten moeten besteden aan algemeen vormende vakken als ethiek en wetenschapstheorie. De Universiteit Twente bevordert dat studenten met een technisch hoofdvak (major) een sociaal-wetenschappelijk bijvak (minor) kiezen en omgekeerd. En op de Universiteit van Amsterdam wordt “een noodzakelijk fundament” gelegd met bredere propedeuses zoals de gemeenschappelijke bèta-gammapropedeuse.

De vier oudste algemene universiteiten, Utrecht, Leiden, Groningen en de Universiteit van Amsterdam presenteerden bovendien nog een gemeenschappelijke visie op onderwijs waarin de academische vorming centraal staat. Ze schrijven: “Wij stellen de student als young professional centraal omdat onderwijs, gevoed door onderzoek en kritische dialoog, de eerste en belangrijkste opdracht van de universiteit is. Wij bieden excellence op niveau en zullen het begrip universitas blijvend betekenis geven.”