Spelen als begin van renaissance

Een bijna natuurlijk amfitheater wordt de ambiance van de Zomerspelen 2004 als het IOC besluit ze toe te wijzen aan Kaapstad. Maar de problemen zijn legio. Gebrekkige faciliteiten en vervoer alsmede de grote misdaad lijken het eerste olympische evenement in Afrika in de weg te staan.

Ragel van Wyk kan zich geen tackies - Zuid-Afrikaans voor sportschoenen - veroorloven. Daarom loopt ze op blote voeten, maar wel heel hard. De 14-jarige atlete, afkomstig uit de semi-woestijn Karoo, is een pas ontdekt natuurtalent op de middenafstand en de cross-country. Ragel heeft een droom: in 2004 wil ze vlammen op de Olympische Spelen in Kaapstad. En met haar droomt de hele 'Moederstad', heel Zuid-Afrika, een continent, van de eerste 'Afrikaanse spelen'.

Daar zit Ragel, in de bankjes van het parlement in Kaapstad, voor de laatste bijeenkomst van de Zuid-Afrikaanse olympische delegatie vóór vertrek naar Zwitserland. Vice-president Thabo Mbeki spreekt het gezelschap toe en verwelkomt drie 'speciale' gasten. De eerste is Walter Sisulu, de oude strijdmakker van Nelson Mandela. Mbeki maakt bekend dat 'Walter', geboren in 1912, traint voor de marathon van 2004. De tweede is de Griekse ambassadeur, Ioannis Theophanopoulos, die “in Zuid-Afrika politiek asiel kan krijgen als deze week niet Athene maar Kaapstad de Spelen krijgt”. En de derde gast is Ragel van Wyk. Het meisje krijgt de schrik van haar leven, zo weggeplukt uit haar dorpje Leeu-Gamka, moet ze ineens het parlement toespreken. Ze barst in snikken uit over zoveel eer en aandacht.

Afrika, een werelddeel dat doorgaans alleen de aandacht krijgt wegens kinderen met bolle hongerbuikjes, met machetes zwaaiende mannen, boze potentaten en verkeerde systemen. Dàt Afrika wil niet meer bestaan. Ook al ligt het in de verste uithoek ervan, Kaapstad presenteert zich als de olympische kandidaat voor heel Afrika. De spelen in Kaapstad zullen in de woorden van Thabo Mbeki een “Afrikaanse renaissance” inluidden. De stad doet een beroep op 'historische rechtvaardigheid': de olympische vlag heeft vijf ringen, een voor elk werelddeel; vier van de vijf continenten organiseerden al een of meerdere keren de Olympische Spelen, één nog nooit: Afrika.

Vandaar ook dat in de delegatie voor Lausanne verscheiden niet-Zuid-Afrikanen zijn opgenomen, zoals de Mozambikaanse atlete Maria Mutola, de Namibiër Frankie Fredericks en de Keniaan Paul Tergat. Opvallend is dat de steun uit het Arabische deel van Afrika voor Kaapstad minimaal is. Het olympisch streven is vooral een zaak van zwart Afrika, sterk gesteund door de blanke minderheid in Zuid-Afrika.

De mascotte waarmee het Zuid-Afrikaanse Olympisch Comité dezer dagen in Zwitserland pronkt is een voormalige amateur-bokser uit Transkei, luisterend naar de naam Nelson Mandela. De man die door zijn grote uithoudingsvermogen persoonlijk zorgde voor een knock-out van het apartheidssysteem geniet een wereldwijde populariteit, waar geen enkele andere persoonlijkheid aan kan tippen.

“Ik woonde hier 27 jaar, ga maar na hoe veel ik van Kaapstad houd”, grapte de president vorige week op de voor hem bekende ironische wijze. Hij doelde op zijn gevangenschap, tussen 1963 en 1990, in verscheidene Kaapse gevangenissen, waaronder die op Robben Eiland, vlak voor de kust.

De kracht van de Kaapstad 'bid' is tevens haar zwakte: het benutten van de Mandela Magic is een beroep doen op sentimenten en daarvoor heeft het IOC zich in het verleden weinig gevoelig getoond. Kan Kaapstad de Spelen aan? Ja zeggen de organisatoren, uiteraard. Financieel en sporttechnisch gezien lijkt de 'bid' goed in elkaar te zitten, maar Kaapstad kent een aantal problemen waar de andere kandidaten zich veel minder zorgen over hoeven te maken.

Vervoer. Openbaar vervoer is praktisch afwezig. Kapenaars die het geld hebben rijden met hun eigen wagen, de minderbedeelden lopen of nemen de 'black taxi', het Zuid-Afrikaanse publieke vervoermiddel bij uitstek. Deze mini-busjes zijn spotgoedkoop, maar gevaarlijk door overvallen, regelrechte oorlogen tussen taxi-eigenaars en een extreem hoog aantal ongelukken. Spoorlijnen zijn er ook, maar de treinen die rondom Kaapstad rijden zijn grotendeels oud, onveilig en langzaam.

Misdaad. Zuid-Afrika is momenteel een van de meest criminele landen ter wereld. Het aantal moorden per jaar schommelt rondom een slordige 25.000. Hoewel Johannesburg doorgaans als boosdoener wordt afgeschilderd is het aantal moorden in de provincie West-Kaap, met Kaapstad als hoofdstad, relatief het hoogste.

Faciliteiten. Kaapstad moet zijn olympische arena's, accommodaties en dergelijke in feite van de grond af opbouwen. Er zal een geheel nieuw Olympisch Stadion moeten komen. Het vliegveld, nu, een veredeld busstation, moet opnieuw worden aangelegd.

Op het zenuwcentrum van 'Kaapstad 2004', aan het schilderachtige Waterfront, wuift men de problemen weg. “Alles sal reg kom”, zegt een woordvoerder. De organisatie zegt de grote toeloop van mensen gemakkelijk aan te kunnen. De verwachte 300.000 bezoekers per dag tijdens de Spelen is niet meer dan het aantal toeristen dat ieder jaar in de zomervakantie (december en januari) Kaapstad bevolkt. Tussen nu en 2004 liggen nog zeven jaren, tijd genoeg om criminaliteit uit te roeien en stadions te bouwen, zo redeneren de organisatoren.

Een ander minpunt, eventuele politieke instabiliteit - de nu 79-jarige Mandela treedt na de verkiezingen van 1999 af - werd vorige week door een onderzoeksrapport ontzenuwd. Omega Research Institute, een onafhankelijke instelling, schreef optimistisch: “Ineenstorten van de staat, dictatuur, of militaire coups zijn onwaarschijnlijk in Zuid-Afrika. Het instituut voorspelt verder een gestage economische groei voor Zuid-Afrika in de komende jaren.

Oppositie is er nauwelijks tegen de Spelen in Kaapstad, een meerderheid van 73 procent van de bevolking steunt de 'bid'. Ja, de moslim-organisatie Pagad is tegen. Het geld kan beter aan 'het volk' worden besteed, zegt Pagad. Het Olympisch Comité heeft dergelijke protesten bij voorbaat ontkracht door de belofte dat de Spelen zullen bijdragen aan “de verbetering van de kwaliteit van het leven in de stad, de regio, het land en het subcontinent”.

Want ook dat is Zuid-Afrika. De apartheid werd vier jaar geleden begraven, maar de inkomensongelijkheid in het land is nog altijd bijzonder groot. De elite van blanken en in mindere mate Indiërs geniet het goede leven, zwarten en kleurlingen zijn voor het merendeel arm, vaak straatarm. “Het comité Kaapstad 2004 erkent de sociale en economische onrechtvaardigheden van de apartheid en heeft zichzelf verplicht dat het gehele olympische proces bij zal dragen aan nationale verzoening en het rechtzetten van ongelijkheid uit het verleden', zo heet het in de presentatie.

Neem de Zuid-Afrikaanse winnaar van de marathon op de spelen van Atlanta, Joshua Thugwane. Na zijn gouden medaille werd Thugwane links en rechts om handtekeningen gevraagd; Joshua had geen handtekening, hij is analfabeet, nooit naar school gegaan. Pas nu leert de atleet lezen en schrijven. En, hij maakt deel uit van de olympische delegatie in Lausanne.

“We hebben alles gedaan wat we konden, maar uiteindelijk zijn we overgeleverd aan de willekeur van het Internationaal Olympisch Comité. De stad die de IOC-leden het beste hebben vertroeteld, wint. Als je weet dat een IOC-lid houdt van schoolmeisjes in uniforms moet je zorgen dat die er zijn”, zo legt een medewerker van Kaapstad 2004 uit.

Krijgt Kaapstad de Spelen dan zullen die plaatshebben op een van de mooiste locaties ter wereld. Met de Tafelberg in de rug en zicht op de Tafelbaai zullen de atleten strijd leveren in een bijna natuurlijk amfitheater. Ragel van Wyk doet mee, heeft ze gezegd, waar de Spelen ook worden gehouden. En ze heeft haar eerste paar schoenen gekregen, van een Kaapse zakenman.