Realistisch portret van Curaçao

Curaçao: Van Watamula tot Punt Kanon en 25 volgende maandagen, NPS, Ned.3, 21.27u.

Curaçao is een eigenaardig eiland voor de bezoeker die buiten de muren van het Van der Valk hotel op de punt van Willemstad weet te blijven. Mooi is het niet. De eerste kennismaking, een rit van de luchthaven Hato naar Willemstad voert langs een kaal landschap en via de grote raffinaderij bij het Schottegat naar de buitenwijken van de hoofdstad. Tal van oude, vervallen en overwoekerde begroeide Hollandse landhuizen of grachtenpanden in wijken als Punda, Otrabanda en Scharloo kenmerken Willemstad. Voor de argeloze wandelaar zijn delen van de stad onveilig; de criminaliteitcijfers zijn hoog, drugsgebruikers lijken overal aanwezig. Witte stranden met palmbomen zijn er nauwelijks.

Toch is Curaçao een fascinerend eiland waar tientallen etniciteiten in een typisch Caraïbische stijl kriskras door elkaar leven. De bonte verzameling kent typische gelukzoekers die elke dag een lot kopen om die ene grote klapper te maken, hardwerkende families die nauwelijks de eindjes aan elkaar kunnen knopen, carnavals- en reggaemuzikanten, textielverkopers, boeren, grootgrootbezitters, ondernemers, handelaren uit alle Caraïbische windstreken en, onvermijdelijk, een Nederlandse kolonie van bankiers, toeristen, gepensioneerden, stagiaires, projectontwikkelaars en horeca-ondernemers. Wie naar een café wil zal de Nederlandse muziekkroeg De Tropen moeten bezoeken, de lokale bevolking drinkt en praat liever thuis.

Vanavond begint een serie van maar liefst 26 afleveringen over het gewone leven op Curaçao, het grootste eiland van het Koninkrijk der Nederlanden. De NPS wilde met Curaçao: Van Watamula tot Punt Kanon nu eens geen documentaire maken over criminele of verslaafde Antilliaanse jongeren, een opstand in de penitentiaire inrichting Koraal Specht, of een reisprogramma over palmbomen, waaronder uitbuikende Nederlandse penshonado's de belastingvoordelen van de Dutch West Indies bespreken.

Zo is er een kort portret van de fors gebouwde Willy Maal, een grootgrondbezitter uit een oud geslacht die tien procent van het eiland in zijn bezit heeft. Hij reist (in de derde aflevering) zwaar bewapend over zijn landgoed om eventuele indringers weg te jagen, zich beklagend over het gebrek aan medewerking van de bevoegde autoriteiten. De familie Boelijn is net ingetrokken in zijn eerste echte huis: met twee slaapkamers voor de zes kinderen, een badkamer, maar nog geen keuken. Elke keer als er geld binnenkomt - wanneer vader Boelijn tijdelijk werk vindt in de bouw - wordt het huis een stukje afgebouwd. Moeder Ella probeert de eindjes aan elkaar te knopen en werkt parttime voor de radio.

De NPS bespaarde kosten noch moeite om ervoor te zorgen dat van Curaçao een beeld wordt geschetst dat realistischer is dan een eiland dat “twee maal Terschelling is met het inwoneraantal van Apeldoorn”. Een ruim twintig koppen tellend team verbleef een jaar op het eiland om de serie te maken. Zij volgden onder leiding van regisseur Netty van Hoorn en eindredacteur Jan Bosdriesz van dichtbij het leven van onder anderen een orthopedisch chirurg, een aantal boeren, bejaarden, scholieren, een onderwijzer en een voormalige Miss Curaçao. Het koloniale verleden van de Nederlandse Antillen blijft in de wekelijkse afleveringen (die los van elkaar kunnen worden bekeken) achterwege.

Vanavond, in de eerste aflevering, is een portret te zien van Elia Isenia, die met haar twee dochters op het platteland woont en werkt als telefoniste en zangeres. Elia bereidt zich voor op het Tumba Festival, waarbij het beste carnavalslied wordt gekozen.