Inwoners van Koida leven van ruimteschroot

Het dorpje Koida, in het hoge noorden van Rusland, draagt de ruimtevaart een warm hart toe: het leeft van de rakettrappen die na de lancering van Russische raketten worden afgestoten en die in de omgeving neerkomen.

MOSKOU, 1 SEPT. Uit duizenden is de stem van Boris Jeltsin te herkennen: vermanend, ieder woord benadrukkend en af en toe net zo haperend als de zuurstofgeneratoren aan boord van de Mir. Zijn wekelijkse radiotoespraak ging die ochtend over de Russische ruimtevaart. Kosmonauten, zei hij, leveren bovenmenselijke prestaties en daar zouden de Russen best wat meer bewondering voor mogen opbrengen. Lacherig doen over de aaneenschakeling van bijna-rampen die het ruimtestation deze zomer treft, dat geeft geen pas. En wie de trage teloorgang van het cirkelende relikwie uit de Koude Oorlog schouderophalend gade slaat, lijdt aan een gebrekkig ontwikkelde nationale trots.

Het is waar: van de opwinding in de wereldpers over de hele en halve ongelukken met het vlaggeschip van de Russische ruimtevaart is in de Russische media en onder het gewone volk niets te merken. Vervlogen zijn de dagen dat de nietige Sovjet-mens zich - gekluisterd aan de radio - groots voelde omdat Sovjet-kosmonauten als eersten het heelal verkenden. Toch is de oproep van de Russische president om minder onverschilligheid over “de exploratie van de kosmos” niet op al zijn onderdanen van toepassing.

Neem de bewoners van het vissersdorp Koida aan de Witte Zee, niet ver onder de Poolcirkel. Zij tonen al jaren een onverminderd grote belangstelling in de Russische ruimtevaart. Jeltsins radiopraatje was nog niet ten einde, of de Komsomolskaja Pravda bracht het verhaal van de vissers aan de rand van de Noordelijke IJszee. “De inwoners van Koida kunnen zich niet meer voorstellen hoe het leven eruit zou zien zonder de Russisch ruimtevaart”, schrijft de bezoekende journalist Igor Elkov.

In en om Koida vallen sinds de jaren zestig met grote regelmaat rakettrappen uit de hemel. Dat het om lege brandstoftanks gaat, die bij de lancering van satellieten halverwege de dampkring worden afgestoten en daarna terugvallen op aarde, was pas later tot de bevolking doorgedrongen. Ook de lokatie van de lanceerbasis was de vissers lange tijd een raadsel. Dat nam niet weg dat de handel in zalm en sprot plaats heeft gemaakt voor die in zilver en gehard aluminium. Handelaren die van verre komen betalen vijftien dollar voor een kilo raketzilver (en maar een halve voor een kilo zalm). Vijf flessen wodka is de gangbare prijs van een accu uit de draagraket.

De landtong waarop het dorp ligt is een groot kerkhof van ruimteschroot. Er is dan ook geen sneeuwschuif of spade die niet is gemaakt van metaalresten uit de hemel. Houten vissersboten? Dat is iets voor de vissers van het achtergebleven buurdorp, honderden kilometers verderop. “Een motorbootje van raketstaal is veel sneller”, zegt de visser Joeri. “Het enige nadeel is dat hij zinkt als hij omslaat.”

Schuurtjes, daken, ja zelfs hele huizen van twee verdiepingen zijn in Koida gemaakt van raketonderdelen. Sneeuwscooters voorzien van een raketaccu racen er 's winters door de straten. “In het dorp wonen slechts twee mensen met een hogere opleiding, maar alle bewoners hebben net zoveel verstand van de Tsiklon- en de Sojoez-raket als de ingenieurs die ze hebben ontworpen”, merkt de journalist Elkov op.

In welk jaar de eerste rakettrap op de toendra neerstortte is uit het dorpsgeheugen gesleten. Maar de voorzitter van de visserij-kolchoze herinnert zich nog dat de schrik er goed in zat. Niemand wist namelijk dat er in 1957 in de bossen bij het plaatsje Plesetsk een militaire basis voor de lancering van (kern-)raketten was gebouwd, die na 1966 ook dienst deed voor het afschieten van spionage-satellieten. Hoewel de 'kosmodroom' hemelsbreed 380 kilometer van Koida ligt, plegen de brandstoftrappen steevast met een flits en een daverende klap bij het afgelegen vissersdorpje in te slaan. De voorstelbare ramp ('Raket stort op mens') is tot nog toe uitgebleven, en de achterdocht bij de bevolking is omgeslagen in dankbaarheid.

Van milieugevaren (de brandstof van de Tsiklon is uiterst giftig) zijn de bewoners zich niet bewust. Visser Joeri: “Niemand is hier bang voor de raketten. Wij vinden alleen maar goeie, schone onderdelen.” Met de nieuwe openheid na de val van de Sovjet-Unie had een groep ecologen geld losgekregen om de rotzooi op te ruimen. Een brigade vrijwilligers haalde enkele jaren geleden 220 ton ruimteschroot uit de natuur op en dumpte dat in het dichtstbijzijnde dorp, Koida.

Dat was het begin van de plaatselijke bouw-bonanza. Nu is zelfs het enige monument op het centrale plein (ter nagedachtenis van de slachtoffers uit de Tweede Wereldoorlog) bewerkt met aluminium van een Sojoez-raket. Als de vissers op 9 mei - bevrijdingsdag in Rusland - uitlopen om daar kransen te leggen, brengen zij niet alleen een eerbetoon aan de gevallenen, maar ook aan de zegeningen van de Russische ruimtevaart. Zoiets moet Jeltsin voor ogen hebben gehad toen hij zijn landgenoten opriep om met meer devotie naar de verrichtingen van de Russen in de ruimte te kijken.