Hooglopend conflict verscheurt Westerkerk

In de Amsterdamse Westerkerk is dominee Nico ter Linden opgevolgd door Fokkelien Oosterwijk. Sindsdien is een cultuur ontstaan van “genadeloze oordelen, ordinair geroddel, intriges en onverantwoordelijk gedrag”, aldus een speciale onderzoekscommissie.

AMSTERDAM, 1 SEPT. De Amsterdamse predikant F. Oosterwijk, verbonden aan de Westerkerk, is vorige week in een anonieme brief bedreigd. Als zij niet zeer binnenkort de kerk zou verlaten, zouden 'voorvallen' uit haar privé-leven openbaar worden gemaakt. Dit is uit betrouwbare bron vernomen.

De Amsterdamse politie heeft de zaak in onderzoek. De voorzitter van de kerkenraad, A. Vos, heeft gisteren na afloop van de kerkdienst de aanwezigen op de hoogte gesteld van de brief, zonder op de inhoud in te gaan. Wel sprak hij het vermoeden uit dat de brief afkomstig is uit de kring van de gemeente.

In Nederlands bekendste Hervormde kerkgebouw is al maanden een diepgaand conflict gaande tussen Oosterwijk, die in oktober 1995 de populaire predikant N. ter Linden opvolgde en het Pastoraal Centrum Westerkerk (PCW), onder leiding van dominee P. Lootsma.

De kern van het conflict is dat het pastoraal centrum door velen wordt beschouwd als de opvolger van de 'ware Wester' zoals die door Ter Linden gestalte is gegeven. Oosterwijk zou tekort te schieten in haar pastorale taakuitoefening. Het Pastoraal Centrum Westerkerk biedt vanuit de kerk burgers hulp op het grensvlak van pastoraat, theologie en psychologie. Daarnaast is de positie van de kosteres in het geding omdat zij niet goed zou functioneren.

Achter de monumentaal-historische gevel van de kerk heerst “een cultuur van genadeloze oordelen, ordinair geroddel, intriges en onverantwoordelijk gedrag”, aldus een bijzondere kerkelijke visitatiecommissie die het conflict heeft onderzocht. Vorige maand bracht deze commissie rapport uit aan de Kerkenraad van de Westerkerk en aan de Centrale Kerkenraad (CK).

Vanavond spreekt de CK, die onder meer verantwoordelijk is voor benoemingen en ontslagen, over de aanbevelingen van de commissie. Volgens de commissie zou de kosteres, met wie al ten tijde van Ter Linden grote moeilijkheden waren, moeten worden ontslagen. Verder zou het pastoraal centrum moeten worden losgekoppeld van de Westerkerk en moet er een 'senior supervisor' komen voor Oosterwijk. De commissie ziet voor haar “goede mogelijkheden tot samenwerking binnen het verband van de Westerkerkgemeente”, maar dan moet zij wel haar attitude bijstellen, aldus het rapport. Oosterwijk heeft met de aanbevelingen ingestemd. Het pastoraal centrum laat bij monde van de voorzitter van de begeleidingscommsie van het centrum, H.J. Bodisco Massink, weten zich “er volledig van te distantiëren”.

Oosterwijk had zelf om het onderzoek gevraagd, nadat zij eerder dit jaar een brief onder pseudoniem had ontvangen, waarin haar optreden ernstig werd gekritiseerd. Volgens de briefschrijver zou Oosterwijk zich schuldig maken aan autoritair gedrag, ruzie zoeken en slecht preken.

Oosterwijk: “Er was, toen die brief binnenkwam, al sprake van ontevredenen in de kerk die zich niet konden vinden in mijn preekstijl en mijn voorganger misten.”

Met “verbazing en afkeuring” heeft de commissie geconstateerd, “dat door een aantal mensen die met het werk in de Westerkerk verbonden zijn, een sfeer wordt gecreëerd die Oosterwijk het werken onmogelijk dreigt te maken”. De critici van Oosterwijk zouden vooral te vinden zijn in de kringen van het pastoraal centrum en het secretariaat van de kerk (dat door de kosteres wordt bestierd). Volgens de commissie is gestrooid met “diskwalificaties die elke grond missen”.

In zijn laatste preek in de Westerkerk twee jaar geleden, haalde Ter Linden een opmerking van zijn opvolgster aan. “Ik heet geen Nicolien, maar Fokkelien”, had zij gezegd, om het verschil tussen hen beide te onderstrepen. E. Mathies, destijds voorzitter van de beroepingscommissie, die het hele land afzocht om een geschikte opvolger te vinden: “Haar benoeming was unaniem. Wij hebben haar alle vrijheid gegeven zichzelf te zijn en haar eigen lijn te volgen.” Volgens de Amsterdamse Hervormde predikant W. van der Sluys trof zijn nieuwe collega een 'fort' aan, waarvan de spil, Ter Linden, door zeer velen werd verafgood. Ter Linden verliet het ambt om de bijbel te gaan navertellen voor een hedendaags lezerspubliek. In de 18 jaar waarin hij als predikant aan de kerk verbonden was, maakte hij van de diensten een ongekend succes. Zijn manier van preken (Ter Linden volgde enige lessen bij de actrice/regisseuse Cox Habbema) trok massale belangstelling. Daarnaast kreeg hij vrijwel eigenhandig de miljoenen bij elkaar die nodig waren voor de restauratie van het gebouw, dat in oude luister werd hersteld. Onder zijn gehoor bleken zich nogal wat mensen te bevinden die in geestelijke nood zaten. Voor hen richtte hij eind jaren '80 het pastoraal centrum op. Bodisco Massink: “Het unieke van het pastoraal centrum is dat het nauw verbonden is met de Westerkerk, er was aansluiting op het werk en de prediking van Ter Linden. Het centrum hoort juist thuis in de gemeente. Lootsma zou ook preken om die verbondenheid duidelijk te maken.”

Vrijwel gelijktijdig met het aantreden van Oosterwijk werd Lootsma pastor van het centrum. Mathies: “Lootsma was onder Ter Linden vicaris geweest. Wij gingen ervan uit dat het goed zou gaan tussen hem en Oosterwijk.” Dat bleek een misvatting: na een half jaar merkte Oosterwijk dat achter haar rug zaken werden geregeld en kreeg zij de indruk dat zij niet de enige predikant was van de Westerkerk. Die indruk wordt nu door de visitatiecommissie bevestigd: “Toen Lootsma bij het pastoraal centrum kwam, werd de schijn gewekt dat bij de Westergemeente een tweede predikant was aangesteld”, aldus het rapport. Lootsma zou hebben aangedrongen op meer preekbeurten en het recht om in de Westerkerk het avondmaal en de doop te bedienen. Lootsma: “Meer preekbeurten is het laatste wat ik zou willen. Ik preek omdat het belangrijk is dat de mensen mijn gezicht kennen. Ik blijf zoveel mogelijk vrijgesteld voor mijn pastorale werk.”

Dat haar nieuwe werkkring geen sinecure zou zijn, was zij zich wel degelijk bewust. Volgens Oosterwijk speelt het feit dat zij een vrouw is ook mee. “Ik hou van opschieten en niet van lang zeuren, dat noemt men dan wellicht mijn 'eigengereide' gedrag. Maar als je zegt wat je vindt, wordt dat van een dame minder goed genomen dan van een heer.”

Een half jaar na haar aantreden zocht Oosterwijk zelf een supervisor, want “je kunt zo'n functie niet goed uitoefenen als er niet iemand is die je steunt en met wie je kunt bespreken of je het wel goed doet”.

Ter Linden zou een jaar lang volgens goed gebruik niet in de kerk komen, maar ook daarbuiten zouden zijn opvolgster en hij geen contact hebben gehad en zou hij haar geen raad hebben gegeven. Volgens het rapport zou hij binnenskamers hebben laten weten niet gelukkig te zijn met zijn opvolgster. Desgevraagd ontkent Ter Linden deze lezing: “Uiteraard heb ik haar wel mijn hulp aangeboden, maar daar heeft ze geen gebruik van gemaakt.” Hij wil verder niet op het conflict ingaan.