Hoe Diana uitgroeide tot heilige

'Up go the sales!'

Het was het eerste dat ik een Engelse journalist hoorde zeggen toen ik gistermorgen de BBC-tv aanzette, en het lijkt me een adequate samenvatting van wat er voorafging aan én volgde op de dood van prinses Diana. De verkoopcijfers van bladen en de kijkcijfers van omroepen moeten in deze dagen pieken bereiken die onhaalbaar waren toen Diana nog leefde.

Niets verkoopt zó goed als de tragische dood van een beroemdheid. Bij de commerciële omroepen hadden ze dat beter begrepen dan bij de publieke. RTL stortte zich de hele dag op de gebeurtenis met een gretigheid die ik in die mate nooit eerder bij hem heb gezien. De publieke omroepen, de laatste jaren zo alert bij calamiteiten, reageerden veel lakser. Té laks - daar niet van. Dat ze niet bereid waren tot na middernacht in de lucht te blijven met eindeloze herkauwingen van nieuws, zoals bij RTL, BBC en CNN, was te begrijpen. Maar ze hadden overdag sneller en uitgebreider kunnen reageren dan nu het geval was.

Wie het Engels een beetje machtig was, zal zich er nauwelijks aan gestoord hebben. Want de BBC regeerde de golven. Dankzij de BBC zagen wij het rouwproces-in-wording van een hele natie.

De verontwaardiging over de paparazzi was groot, maar tegelijkertijd mochten we smullen van de details die allerlei ingewijden over het privé-leven van Diana kwamen vertellen. De BBC maakte veelvuldig gebruik van de expertise van ene mevrouw Jennie Bond, een 'court correspondent', die ons alles wist te vertellen over de romance van Diana met Dodi al-Fayed: “A short romance, but a very powerful one.” Diana had zich erg prettig gevoeld bij zijn familie, en ze had met hen in Saint-Tropez 'de fijnste vakantie van haar leven' doorgebracht. Diana had het haar zélf verteld.

Dat was nog maar het begin. Daarna stroomde de studio vol met mensen die ons zo discreet mogelijk kwamen melden wat Diana hun allemaal in een vertrouwelijke bui verteld had. Hoe lonend kan het zijn om een beroemdheid gekend te hebben.

Gelukkig voegde iedereen er onmiddellijk aan toe dat Diana een zeldzaam nobele vrouw was geweest. Zo groeide Diana in de loop van de dag uit tot een martelares en heilige. Na middernacht hoorde ik een mevrouw tegen een serieus knikkende BBC-interviewer zeggen dat Diana eigenlijk 'geen ster was, maar een icoon': “Zij was onze psyche, ze gaf ons een fantasie van ons eigen potentieel.”

Op een ander net, dat van Nederland 3, zaten twee heren die daar wat gematigder over leken te denken: Wim T. Schippers en de man die zijn laatste zomergast bleek te zijn: Hugo Brandt Corstius. De VPRO leek nogal met de dood van Diana in haar maag te zitten, want er werden in het begin een paar geforceerde pogingen gedaan om de zomergast erop te laten reageren. Brandt Corstius had er niet veel trek in: “Leuke tv, daar heeft ze altijd voor gezorgd, nu weer”, zei hij schouderophalend. En Schippers: “Al die waanzinnige aandacht, we leven in een rare wereld.”

Brandt Corstius had met Schippers afgesproken 'dat het geen interview zou worden'. Dat was jammer, want hij komt zelden op tv, en er valt hem veel te vragen. Niettemin werd het een gevarieerde avond: van het leven van de mier tot de kleurenblinden van Sacks. De toelichtingen van Brandt Corstius waren soms al te summier. Hij heeft een nogal wegwerperige manier van praten ('Ongelofelijk schandalig', 'allemaal flauwekul', 'grote onzin') die tot doorvragen noopt - wat Schippers niet altijd kon opbrengen.

Het interessantst was voor mij het uurtje over de misdaad. Brandt Corstius nam niets terug van zijn kritiek op Buikhuisen: “Hij had toch gelijk, zegt men nu. Ik wil zo graag weten waarin. Hij was gewoon een domoor, een nitwit die toch professor in Leiden is geworden.” Eigenlijk was Buikhuisen al die aandacht niet waard geweest, vond Brandt Corstius, hij had zich beter kunnen richten op professor Herman van Praag, 'psychiater én oplichter'.

Misdaad (agressie) kan niet met een pil bestreden worden, zei hij, want het is een cultureel verschijnsel. Waarna hij tot een conclusie kwam die ik in al haar eenvoud uit eigen waarneming van harte kan onderschrijven: “Misdaad komt vooral voor bij jongens tussen 16 en 24 die het nogal arm hebben.”