'Geld geen vies woord meer in het Nederlandse hockey'

Hockey is formeel een amateursport, maar sommige clubs schromen tegenwoordig niet om spelers geld te bieden voor hun kunsten met bal en stick. “We praten niet over vijfduizend gulden.”

AMSTELVEEN, 1 SEPT. Marten Eikelboom trekt een vies gezicht als hij het woord 'hockeyprof' in de mond neemt. Voor de 23-jarige aanvaller van Amsterdam staat hockey gelijk aan een intensieve invulling van zijn vrije tijd. Geld verdienen, oké, maar liever niet met bal en stick. “Tegen die maandelijkse bijdrage van het NOC*NSF zeg ik uiteraard geen nee, maar voor de rest geen gekkigheid aan mijn lijf”, vertelt Eikelboom nadat zijn ploeg in de eerste competitieronde met 4-1 heeft gewonnen van stadgenoot Pinoké.

Waarmee Eikelboom wil zeggen dat hockey vooral een amateursport moet blijven. Zelf beweert de international te weten waartoe hockey-verdwazing kan leiden. Bij het toernooi om de Champions Trophy werd Eikelboom in december geveld door een woeste uithaal van een Indiase verdediger. Met een gebroken kaak moest hij het toernooi voortijdig verlaten. “Voor Pakistanen en Indiërs is hockey echt heilig en dat komt mede door het geld. Zover mag het hier niet komen.”

Toch is het de vraag hoe lang het semi-professionalisme in het Nederlandse hockey nog op zich laat wachten. Hoewel formeel een amateursport schromen sommige clubs het in hun zucht naar sportieve roem niet langer om spelers te benaderen en hen een financiële vergoeding in het vooruitzicht te stellen. Eikelboom, tegen Pinoké goed voor twee rake tip-ins, kan er over meepraten. Zijn naam werd deze zomer nadrukkelijk in verband gebracht met SCHC, de club uit Bilthoven die afgelopen seizoen promoveerde naar de hoofdklasse.

Eikelboom zegt in eerste instantie officieel van niets te weten. Pas na enig aandringen erkent hij “misschien vijf seconden over het aanbod” te hebben nagedacht. “Het gaat om serieuze bedragen, dat kan ik wel vertellen.” Maar die brachten hem niet in verlegenheid, zo haast hij daaraan toe te voegen. “Want ik wil in de top hockeyen en dit seizoen opnieuw kampioen worden. Het is een eer om voor deze club te spelen en ik zou wel gek zijn om hier weg te gaan.”

Ploeggenoot Peter Windt (24) uit zich in soortgelijke bewoordingen. Naar verluidt kon ook hij tegen een financiële vergoeding aan de slag bij SCHC. Windt bevestigt noch ontkent het hardnekkige gerucht. Net als Eikelboom wil de achtvoudig international zo min mogelijk kwijt over de vermeende interesse. “Maar hoe dan ook, ik wil niet nagewezen worden als die jongen die zijn vrienden in de steek liet en voor het geld koos.”

Collega-middenvelder Jacques Brinkman is aanmerkelijk spraakzamer. De 31-jarige international begon zijn loopbaan ooit bij SCHC, met 1.500 leden de grootste vereniging van Nederland. Vlak nadat zijn voormalige club promotie naar de hoofdklasse had veiliggesteld, kreeg Brinkman dit voorjaar het verzoek terug te keren bij Stichtse. Brinkman weigerde. “Hoewel ik daar geld had kunnen verdienen, kreeg ik uiteraard niet de zekerheid dat SCHC zou meedraaien in de top. Bij Amsterdam heb ik die garantie wel.”

Over de hoogte van de geboden bedragen laat Brinkman zich niet uit. “Maar we praten hier niet over vijfduizend gulden.” Brinkman noemt de ommekeer niet meer dan logisch, gelet op de internationale ontwikkelingen. In het buitenland is het betalen van spelers eerder regel dan uitzondering, in eigen land verschijnen steeds meer buitenlandse hockeyavonturiers in de hoofdklasse. “En die jongens worden misschien dan wel niet rechtstreeks betaald, maar via allerlei omwegen komen ze aan hun trekken. Mogen ze trainingen verzorgen, ergens gratis wonen en meer van dat soort zaken.”

De nationale ploeg dringt al maanden aan op financiële genoegdoening voor het spelen van interlands. Volgens Brinkman is de omschakeling naar semi-professionalisme nog slechts een kwestie van tijd. “Geld is geen vies woord meer binnen het hockey.” Ter illustratie wijst hij op de World Hockey Series, een lucratieve wedstrijdcyclus waarmee de wereldbond FIH binnenkort een begin wil maken. “En wat dacht je van die Australiërs. Als die binnenkort de Champions Trophy in eigen land winnen, ligt er een dikke 50.000 gulden per persoon klaar. Nederland kan niet achterblijven.”

Landskampioen Amsterdam blijft in elk geval niet achter bij de trend, zo constateert Brinkman zichtbaar tevreden. De club beschikt dit seizoen voor het eerst over een kledingsponsor die vrijdag, twee dagen voor het begin van de competitie, de voltallige selectie in het nieuw stak. Diezelfde spelersgroep verzocht onlangs het bestuur om Heren-1 te ontzien bij de contributieheffing (450 gulden per persoon). Brinkman: “Tien jaar geleden waren we om zo'n verzoek nog keihard uitgelachen. Nu maken we een goede kans.”