Gedurfde vormgeving ontbreekt op festival

VENETIË, 1 SEPT. Prinses Diana is dood en in Venetië wordt dat meteen met film verbonden: een dramatisch einde van een leven dat nu een afgerond verhaal lijkt. Maar terwijl de paparazzi gemoedelijk doorfotograferen en het publiek in de rij staat voor een handtekening van het maakt niet uit welke ster, blijkt op het Lido ook de minne angst om in de lift te blijven steken een verhaal te kunnen worden.

Het is zo'n angst die iedereen wel eens voelt als hij op het knopje drukt, gevolgd door een aanzet tot een fantasie over wat er dan zou gebeuren. De Belgische regisseur Benoit Lamy heeft die fantasie uitgewerkt tot Combat de Fauves, een eerst absurd en dan sadistisch sprookje over een man die drie dagen in zo'n lift moet doorbrengen. De Poolse acteur Jerzy Stuhr fantaseert niet, maar construeert: in zijn tweede regie speelt de Kieslowski-veteraan maar liefst vier mannen die met liefde te maken krijgen. Het begin van zijn film is tot nu toe de mooiste van de Mostra: het is verrukkelijk brutaal om Stuhr vier maal uit een auto te zien stappen: als priester, als crimineel, als generaal en als geleerde.

Boude beelden die er nu al om smeken herinnerd te worden, heeft het 54ste Venetiaanse filmfestival nog niet opgeleverd, en bij gebrek aan gedurfde vormgeving verschuift de aandacht dan naar het verhaal. Veel films die in de eerste vijf dagen van het festival vertoond zijn, waren alleen geen verhalen maar formules. Niagara, Niagara, het debuut van de Amerikaan Bob Gosse, dat meedingt naar de Gouden Leeuw, heeft een originele hoofdpersoon, een meisje dat lijdt aan het syndroom van Tourette, maar hij wist geen beter onderdak voor zijn ongecontroleerd bewegende, denkende en vloekende heldin te vinden dan een roadmovie compleet met een overval op een benzinestation. Mike Figgis, ook in competitie, maakte een eenvoudig, erg expres modern verhaal over de gevolgen van één hete nacht voor twee tot dan gelukkig echtparen, een soort Brief Encounter voor de jaren negentig. Hij jutte One Night Stand op met allerlei gimmicks, en dat blijven ze ook: de film krijgt geen ziel, ook al sterft er een bijrol aan aids, wordt de hoofdrol niet gelukkig van werken in de reclame, en zijn de spelers, onder wie Wesley Snipes en Nastassja Kinski, keurig hedendaags blank, zwart en Aziatisch Amerikaans.

De Italiaan Giuseppe Gaudino doet in Giro di Lune tra terra en mare een gooi naar iets groters: hij wil de geschiedenis van een stervend havenstadje in de buurt van Napels samenvatten, en sneed daarom zowel de moord op Agrippina door Nero als een middeleeuwse legende door het hedendaagse relaas van een vissersfamilie die door aardbevingen uit hun huis gedreven wordt. Maar zijn poging om zoveel tijden in anderhalf uur te tonen strandt in pretentie.

De acteur Michel Piccoli dacht dat hij het zonder plot kon doen en concentreerde zich in zijn eerste regie - buiten de competitie - Alors, voilà, op de karaktertekening van een grote familie. Een vrouw pleegt overspel in een beddenwinkel, een man gaat elke maandag met twee kussens onder zijn arm naar het ziekenhuis. Zo heeft iedereen wel iets geks en samen is dat te veel van het goede.

Piccoli speelt niet in zijn eigen film, net zo min als de acteur Alan Rickman, wiens regiedebuut The Winter Quest, een sympathiek zoete studie over drie generaties in een Schots dorp, meedingt naar de Gouden Leeuw. Rickman vertelt zijn verhaal door middel van vier paren, een moeder en een dochter, haar zoon en een meisje, twee jongetjes die aan het strand van een bevroren zee spijbelen en twee oude dames die de tijd verdrijven met het bezoeken van begrafenissen.

The thief (Vor) van de Rus Pavel Chukrai is tot nu toe de enige film in competitie die één verhaal van begin tot eind vertelt, een verhaal dat niet samengevat maar naverteld wil worden. Het is het verhaal van Sanja, een jongetje dat geboren wordt als zijn vader al gestorven is en begin jaren vijftig met zijn moeder door de Sovjet-Unie zwerft. In de trein ontmoet ze Soljan, een stoere officier met een tatoeage van Stalin op zijn borst en ze nestelt zich met hem en het kind in een kommoenalka, zo'n gemeenschappelijke woning waarin te veel mensen een keuken moeten delen. Soljan maakt de hele kommoenalka het hof, maar als hij ze mee naar het circus neemt, sluipt Soljan terug naar huis en rooft al het goud en goed dat hij in een laken kan proppen. Zo trekt het drietal van stad naar stad, en Soljan leert Sanja zijn levenslessen: angst is dom, medelijden een zwakte, een mes moet je gebruiken. Sanja, veel minder schattig dan het Russische jongetje uit Kolja, de Tsjechische film die vorig jaar in Venetië te zien was, is de enige die het overleeft. En als hij volwassen is geraakt is Vor een portret van een kind en, zo voelt het, een generatie geworden, een generatie die was wijsgemaakt dat hun vaders zonen van Stalin waren.