Fabuleren op intiem slagveld

Voorstelling: De Koningsmoord (Affabulazione) van Paolo Pasolini door Het Vervolg. Vertaling: Dolf Verspoor; decor: Herbert Janse; kostuums: Arno Bremers; regie: Hans Trentelman; spelers: Mieneke Bakker, Hans van Leipsig, Geert Jan Romeijn e.a. Gezien 30/8 Scheepswerf St. Barbara, Maasmechelen (B). Te zien t/m 27/9 aldaar. Inl.: 043-3255333.

Vaders en zonen, ouders en kinderen: het is het eeuwenoude lied van liefde en teleurstelling, verzet en verzoening. Kinderen met karakter zijn opstandig, maar zelden kunnen ouders uit de voeten met opstandigheid. De Italiaanse dichter en cineast Per Paolo Pasolini schreef rond zijn veertigste zijn eerste tragedie De Koningsmoord (Affabulazione).

Met opzet schrijf ik over Pasolini dat hij als eerste 'dichter' is, want De Koningsmoord is een zeldzaam dichterlijke tragedie die niet zozeer door de verhaallijn gedragen wordt alswel door de kracht van de taal. De vertaling 'koningsmoord' voor 'affabulazione' is dan ook te hard; ik mis daarin het fabuleren, het verzinnen waarover deze tragedie gaat.

In de belangrijke openingsscène van toneelgezelschap Het Vervolg, die het stuk in een wrakke scheepswerf in het Belgische Maasmechelen speelt, droomt een vader, liggend op de grond, dat hij zich verzoent met zijn zoon in de moeilijke leeftijd van vijftien. Die droom is nadrukkelijk homoseksueel getint; het gaat over jongenskuiten, dijbenen, blonde haren. Zijn vrouw, een schitterende kruising tussen Sophia Loren en Maria Callas, gespeeld door Mieneke Bakker, sust die boze droom met koele woordjes weg. Het zal wel een hartaanval zijn, het is ook zo warm in Milaan, haar man de grootindustrieel heeft het toch zo druk.

Hoe zachtmoediger de vrouw, hoe verbitterder de man. Hij gaat een kruistocht vervullen: hij wil de seksuele jeugd van zijn zoon breken. Komt hij met een vriendinnetje thuis, is zij een hoer. De vader toont zijn naakte onderlichaam aan het joch, waarop die vol afschuw wegrent. Pasolini zegt het keer op keer: vaders weten niets van de lichamelijke geheimen van hun zonen. En dat niet-weten brengt deze vader tot razernij. De vader die een mes in de hand van zijn zoon drukt en zo zichzelf, met zijn dwingende hand om zijn zoons tere pols, wil vermoorden, die vader vermoordt tot slot zijn zoon. Tijdens het vrijen. Een mes in de rug.

Uit de films van Pasolini kennen we zijn heftige effecten, en bij het zien van deze voorstelling weet ik waar dat verlangen vandaan komt: Pasolini wil gehoord worden. Zijn eenzaamheid is zo groot dat hij het besef heeft dat niemand naar hem luistert. Toneelgroep Het Vervolg speelt de voorstelling in een vervallen scheepswerf; dat had wat mij betreft niet per se gehoeven. De tekst hoort thuis in een schouwburgzaal, want daar heb je de theatraliteit van het pluche. Onechtheid die waarheid wordt. Bovendien trekt de gigantische ruimte van de werf de spelers uit elkaar, terwijl De Koningsmoord op zijn Strindbergiaans een 'kamerspel' is. Een intiem slagveld.

Hans van Leipsig als de vader die zijn wrede plan stap voor stap voltrekt, acteert ijzersterk in een staat van lucide waanzin. Je ziet hem de grens van het aanvaardbare naderen, en die overschrijden. Mieneke Bakker is de koelbloedige moeder en, in een tweede rol, de waarzegster zo uit een klassieke tragedie weggelopen. Intrigerend is de keuze van een dubbelrol voor de zoon, Geert Jan Romeijn, die ook de vertellende instantie Sophocles speelt. Daardoor is hij de toeschouwer èn regisseur van zijn eigen ondergang.

De Koningsmoord is een authentieke tragedie, een eersteling van Pasolini met enkele tekortkomingen - de bijfiguren zijn overbodig -, maar vooral met een hoogstpersoonlijke en gedreven inzet. Zó moest het geschreven worden. De vraag waar het allemaal om draait, laat een diepe indruk achter. Want waarom zou een zoon op zijn vader moeten lijken? Waar komt dat verlangen tot evenbeeld vandaan? Waarom mag een kind niet een geheel eigen karakter hebben, en, hoe karaktervoller, hoe opstandiger? Pasolini drijft, zoals elke rasschrijver dat doet, de tegenstellingen op de spits. Moordzucht uit jaloezie is het uiterste antwoord. En de toeschouwer huivert. Want de herkenning van de thematiek is zo levensgroot.