'Doordrenk journalist met normen'

In Frankrijk worden jaarlijks honderden processen gevoerd tegen roddelbladen. In Nederland zijn de fatsoensnormen volgens deskundigen redelijk hoog, maar ook hier zou de crash van Diana kunnen leiden tot een discussie over gedragsregels voor journalisten en fotografen.

PARIJS/DEN HAAG, 1 SEPT. De bekendste foto-achtervolging in Parijs van de laatste jaren was, tot zaterdagnacht, die van president Chirac. Het was een warme voorzomeravond in 1995. Het net gekozen staatshoofd liet zich in zijn oude burgemeesters-dienst-Citroën naar huis rijden. Foto- en tv-beeldenjagers zaten hem met steeds hogere snelheden achterna op motorfietsen. Wat deed de president? Hij draaide zijn raampje open en zwaaide triomfantelijk naar de camera's, naar het Franse volk.

De zeven fotojournalisten die vanmorgen nog steeds vastzaten op het bureau van de Criminele Brigade in Parijs, worden vandaag door steeds meer vakbroeders in bescherming genomen. De grote fotoagentschappen zoals Gamma, Sygma en Sipa houden hun mond, maar collega's wijzen erop dat beroemdheden hun foto's vaak nodig hebben om hun faam (en inkomsten) op peil te houden, bij het publiek dat bij miljoenen de bladen koopt waar ze in staan.

De Franse privacy-wetgeving, waar in Engeland met enige afgunst naar wordt verwezen, is verre van sluitend. Afgezien van algemene bepalingen in de strafrechtelijke sfeer kan privacy vooral worden afgedwongen via het burgerlijk recht. Artikel 9 van het Burgerlijk Wetboek bevestigt (sinds 1970) het recht van een ieder op 'het respecteren van zijn of haar privé leven'. In de praktijk worden honderden processen per jaar gevoerd tegen de weekbladen die zich hebben gespecialiseerd in beelden en feitjes over het emotionele leven van hun prooipersonen. Hét slachtoffer van het jaar 1996 was prinses Stéphanie van Monaco, nadat haar echtgenoot in amoureuze pas de deux met een Belgische Miss Topless was gefotografeerd. De afwikkeling van dit evenement, de scheiding van het prinselijk paar en de pogingen tot reconstructie van hun wederzijdse levens konden daarna in de Franse kiosken van week tot week worden gevolgd.

Tegelijkertijd kent Frankrijk een mate van zelfbeperking die vreemd is aan het Britse persklimaat, waar ook de 'nette' kranten onder commerciële druk staan om meer over privé-affaires te schrijven dan hun vroeger lief was. In Frankrijk had president Mitterrand het bestaan van zijn tweede gezin niet een kleine twintig jaar uit de pers kunnen houden als er geen stilzwijgende erkenning was van de vrijheid van een ieder zijn leven naar eigen verkiezing in te richten. Dat Franse respect geldt misschien meer voor hooggeplaatsten in de staat dan voor sterren van het kleine scherm en het witte doek.

In Nederland gaat een enkel roddelblad wel eens over de schreef, maar zijn in het algemeen de fatsoensnormen redelijk hoog, vindt A. van der Meiden, emeritus hoogleraar communicatiewetenschappen aan de universiteit van Utrecht. Hij ziet “vaderlandse verslaggevers en fotografen niet met 150 kilometer per uur achter een prins of een prinses aanjakkeren”. Toch, zegt hij, kan de crash van zaterdagnacht in Parijs 'een ommekeer' voor de Nederlandse pers betekenen. “Gezien alle commotie zou het me niet verbazen wanneer er ook hier een discussie op gang komt over gedragsregels voor journalisten. Zo zal de roddelpers moeten uitleggen waarom ze jacht maakt op bekende personen. Doet ze dat niet, dan wordt ze net als in sommige andere landen op den duur een outcast, waar veel mensen vijandig tegenover staan”, aldus Van der Meiden.

De hoogleraar in ruste meent dat staatssecretaris Nuis (Media) en de Nederlandse Vereniging van Journalisten (NVJ) zich over een gedragscode moeten buigen. “De NVJ moet zich niet laten overvallen door incidenten, maar zelf de grenzen aangeven, zodat ook het publiek precies weet waar het aan toe is”, aldus Van der Meiden. Hij acht het ook denkbaar dat de wettelijke regelingen worden aangescherpt. “Er zijn nauwelijks wetten. Ze gelden alleen bij belediging of smaad. Alles wat wordt gefotografeerd en afgedrukt, gebeurt onder het mom van vrijheid van nieuwsgaring. En daar heeft het soms helemaal niets mee te maken. Het gaat om de enorme bedragen die de uitgevers betalen en om de sensatie.”

Journalisten moeten doordrenkt worden van de normen, meent Van der Meiden. “De NVJ en de hoofdredacties (van roddelbladen) moeten de mentaliteit beïnvloeden van de mensen die op pad gaan. Gebeurt dat niet, dan groeit het gevaar dat er een hetze tegen de journalistiek ontstaat. Je zag op de televisie hoe geïnterviewden in Engeland gisteren tot een heel oppervlakkig oordeel kwamen: ze kenden de naam paparazzi toe aan de hele journalistiek, ze identificeerden àlle journalisten met paparazzi. Dat kan natuurlijk niet.”

Van der Meiden heeft ondanks alles begrip voor de mensen die roepen dat paparazzi ook maar 'gewoon hun werk doen'. “Daar is best iets voor te zeggen”, oordeelt hij. “Ze worden aangemoedigd door met veel geld zwaaiende uitgevers, die de foto's van prinses Diana en haar minnaar per se in hun kranten willen hebben. Maar het is verschrikkelijk verwerpelijk dat die fotografen na het ongeluk plaatjes stonden te schieten van de crash, in plaats van creperende mensen hulp te bieden.”

Henk van der Meyden, ex-hoofdredacteur van het roddelblad Privé en schrijver van de pagina Privé in De Telegraaf: “De paparazzi hebben in Parijs grenzen overschreden. Die Franse macho's joegen met hun snelle motoren een auto op, en dat voor een foto die geen niews meer was. Als het nu ging om de éérste foto van prinses Diana met Dodi al-Fayad, maar die was al eerder gemaakt, op een luxe boot. Die foto was groot wereldnieuws.” Hij vindt niet dat er regels moeten komen om de paparazzi aan banden te leggen. “Ben je gek, lang leve de persvrijheid!”

Peter Smulders, directeur van het fotobureau dat vorige week voor het roddelblad Weekend de foto maakte van de dinerende prins Willem Alexander en Emily Bremers: “De werkwijze van de paparazzi is niet de onze. Wij zijn ook scherp, we volgen beroemdheden, maar dan op een andere manier. Ik heb mijn mensen opgevoed, het zijn geen paparazzi. Er is altijd een bepaalde ethiek. Ik houd er niet van om te scoren met gevaar voor eigen leven of dat van anderen. Zouden we dat doen, dan roept het volk of je collega's je tot de orde. Het kan in Nederland niet.”

Hoofdredacteur L. van Rooijen van het roddelblad Story: “Er is iemand dood en nu krijgen de roddelbladen de schuld. Terwijl die chauffeur voor James Bond heeft willen spelen met zijn hoge tempo. De fotografen hebben geen bloed aan hun handen. Ze volgen Diana al zestien jaar. Dat er in Nederland geen paparazzi zijn is logisch. Je kunt niet dag en nacht achter een beroemdheid aanzitten als je voor de beslissende foto hooguit tienduizend gulden krijgt.”