De perceptie van de voorzitter...

Het woord was aan de regering, maar niet aan Van Mierlo. Of minister Sorgdrager als eerste het woord wilde voeren over de kwestie-Bouterse, zo eiste Bukman vorige week woensdag na de eerste termijn van de Kamer. Van Mierlo stond al klaar achter het spreekgestoelte, maar Bukman zag daar toch liever Sorgdrager staan. Zij had als bewindsvrouw van Justitie tenslotte de eindverantwoordelijkheid in deze zaak.

En zo creëerde Bukman zijn eigen nederlaag. Voor het debat had de Kamervoorzitter zijn opvatting al voorgehouden aan Van Mierlo én aan de aanvrager van het debat, CDA-fractieleider De Hoop Scheffer. De laatste had zich meteen gedistantieerd van de interventie: de oppositieleider zag direct in dat hij van deze hulp van zijn partijgenoot niet beter werd. En Van Mierlo had de eis van Bukman verontwaardigd naast zich neergelegd. Politiek kwam het hem natuurlijk beter uit als eerste te spreken, maar formeel had hij daar ook alle recht toe. De regering spreekt met één mond en bepaalt zelf hoe zij dat doet, zo wil de staatsrechtelijke regel.

Maar Bukman hield vol, het was zijn perceptie dat Sorgdrager de Kamer als eerste diende te antwoorden. Of de regering dat zelf niet beter kon bepalen, zo hielden de fracties van PvdA en D66 hem voor. Nou ja, dan werden de hoffelijkheidsregels niet in acht genomen, mopperde de voorzitter. Dat doen we wel, want de minister van Justitie heeft het laatste woord..., schertste Van Mierlo. Hetgeen weer de woede van Bukman opriep: “Dit vind ik geen manier van reageren”, zo beet hij de minister van Buitenlandse Zaken in vak K toe. Waarna Van Mierlo het pijnlijke incident afsloot met de verzuchting: “Voorzitter, ik meende u te bedienen met een passende verontschuldiging voor het feit dat ik als eerste zal spreken.”

Niet lang daarna vertrok Bukman uit de voorzitterstoel. En of het nervositeit of onoplettendheid was, opnieuw ging hij in de fout. Hij gaf de voorzittershamer over aan zijn fractiegenoot Frans Wolters, die daar op dat moment niet hoorde. Wie dan wel? Ondervoorzitter Frans Weisglas (VVD) was woordvoerder in het debat, ondervoorzitter Martin Zijlstra (PvdA) verbleef in het buitenland en presidiumlid Thom de Graaf (D66) coachte zijn collega Guikje Roethof als woordvoerster in het debat. Zij vielen af, maar wel in de buurt was bijvoorbeeld PvdA-Kamerlid Jeltje van Nieuwenhoven, een van de vaste waarnemers en toevallig ook de gedoodverfde kandidaat van de PvdA voor het Kamervoorzitterschap toen het CDA vorig jaar Piet Bukman naar voren schoof als zijn kandidaat voor die functie.