Zwitsers willen de baas van hun fonds

BAZEL, 30 AUG. Er kan volgens de Zwitserse minister van Buitenlandse Zaken, Flavio Cotti, geen sprake van zijn dat het Zwitserse compensatiefonds voor slachtoffers van de Holocaust en hun nabestaanden door een niet-Zwitserse organisatie wordt beheerd. Het fonds is door Zwitserse banken en bedrijven in het leven geroepen als reactie op buitenlandse beschuldigingen dat zij hebben geprofiteerd van handel met de nazi's.

Cotti reageerde gisteren in een interview met het dagblad Bund op een voorstel van Avraham Burg, leider van het Jewish Agency uit Israel, die vond dat de World Jewish Restitution Organization zich beter over het geld, een bedrag van ongeveer 350 miljoen gulden, zou kunnen ontfermen. Burg zei dat, omdat betalingen volgens hem tot nu toe zijn uitgebleven door bureaucratisch gekibbel en onenigheid over de joodse leden van het comité dat op uitbetaling moet toezien.

Ook vindt Burg, die in Bazel aanwezig is bij de herdenking van het eerste zionistische wereldcongres in 1897, dat de Zwitserse staat een bijdrage aan het fonds zou moeten leveren. Minister Cotti heeft echter uitgesloten dat de de staat - lees: belastingbetaler - meebetaalt aan het fonds. De regering doet genoeg door uit de herwaardering van de goudreserve een 'solidariteitsfonds' te stichten (ten minste als de Zwitsers daarmee per referendum akkoord gaan) ter grootte van bijna 10 miljard gulden, waar ook Holocaust-slachtoffers zich op kunnen beroepen. Bovendien heeft de Zwitserse Nationale Bank ook al een bedrag van 130 miljoen gulden in het bestaande fonds gestort.

Thomas Borer, leider van de task force die de Zwitserse acties betreffende de Tweede Wereldoorlog coördineert, geeft de schuld voor de vertraging van uitbetalingen aan joodse organisaties die onderling zouden bekvechten over wie het geld zou moeten ontvangen. Borer zou willen dat er eindelijk eens een cheque in de richting van de slachtoffers zou gaan. Overlevenden die dringend hulp nodig hebben “zijn niet geholpen met organisaties alleen maar zitten te ruziën over procedures”.