VPRO-gebouw

Als architect ben ik geschokt door de klachten over het nieuwe VPRO-gebouw, zoals door Herbert Blankesteijn beschreven in NRC-Handelsblad van 21 augustus. Afgaand op het artikel van Blankesteijn constateer ik dat het nieuwe gebouw nogal wat gebreken zou vertonen.

Blankesteijn stelt “dat het opdrachtgevers en kunstredacteuren niet valt aan te rekenen dat zij de gevolgen van het design voor de werkomstandigheden niet zien”. Ik denk dat het kunstredacteuren wel degelijk valt aan te rekenen, zij moeten toch weten dat architectuur, hoewel de moeder der kunsten, toch geen vrije kunst is.

Blankesteijn vermeldt ook dat de toon van de recensies algemeen lyrisch was, op het kritiekloze af. Dat hoeft niet te verwonderen als men de soms incestueuze verhouding tussen 'spraakmakende' architecten en hun critici in aanmerking neemt. Je vraagt je af wat de ambachtsman Dudok gedacht zou hebben van de toekenning van de naar hem genoemde prijs aan MVRDV (de architecten van het VPRO-gebouw).

Natuurlijk is de vormgeving van een gebouw belangrijk, maar even natuurlijk hoort die niet te prevaleren “boven het comfort van degenen die er moeten werken”. Vanouds gaat het om de synthese van gebruik, constructie en vormgeving (de trias architectonica), waarbij het de beste architecten lukt om betekenis genererende gebouwen te maken, gedichten in materiaal.

Oud-wethouder Gietema uit Groningen stelde eens in een discussie over de kwaliteit van de architectuur dat er minder aandacht aan de top-architecten besteed zou moeten worden en veel meer aan de minder spraakmakende architectuur. In dezelfde discussie vond architect Mart van Schijndel (zelf een fijnzinnige detailleerder) dat wij het meer moesten hebben over de kwaliteit van het gewone dan over de kwaliteit van het bijzondere: per slot van rekening bepaalt het 'gewone' meer dan het 'bijzondere' het algemene kwaliteitspeil van de architectuur in een bepaald land.

De tijd zal moeten leren of andere ontwerpkwaliteiten van het nieuwe VPRO-gebouw het een plaats zullen geven naast het AVRO-gebouw van Karsten en Merkelbach of het Wereldomroepgebouw van Van den Broek en Bakema.