Voogdij

In NRC Handelsblad van 20 augustus lees ik, dat de gezinsvoogdij-instellingen een stop hebben ingevoerd. Elke gezinsvoogd zou zo'n dertig pupillen onder zijn hoede hebben. Hun werkweek zou 42,4 uur bedragen, waarvan vier uur besteed zou worden aan persoonlijke contacten en de rest van de tijd aan administratieve en juridische taken.

Ik ben verschillende jaren gezinsvoogd geweest en met plezier, maar wat hier gebeurd slaat de plank volkomen mis. Hoofdzaken (contacten) worden tot bijzaken en bijzaken (administratieve en juridische taken) tot hoofdzaken gemaakt. Als je met probleemkinderen iets bereiken wilt, dan zul je er een goed contact mee moeten onderhouden. Je zult een sfeer van vertrouwen moeten scheppen en er ook moeten zijn als er problemen zijn en niet alleen onder kantooruren. Als je voor dertig kinderen samen maar vier uur per week voor contacten uittrekt, dan komt daar nooit iets van terecht.

De fout zit in het uitgangspunt, dat men tegenwoordig alleen in dienst zijnde maatschappelijke werkers als gezinsvoogd heeft. Wat is belangrijker: een goed contact van een vrijwilliger, die altijd, als er problemen zijn, voor een kind klaarstaat of een maatschappelijk werker, die gemiddeld acht minuten per week onder kantoortijd, op het bureau, beschikbaar stelt? Je mag per dertig kinderen best subsidie voor een maatschappelijk werker krijgen, maar om voor dertig probleemkinderen een goede gezinsvoogd te zijn, dat is een onmogelijkheid.