Vondst pigmentcellen verraadt originele kleur van fossielen

Fossielen zijn de resten (of sporen) van organismen die in het geologische verleden leefden. Veruit de meeste fossielen zijn versteend, d.w.z. dat de oorspronkelijke cellen, schalen en/of skeletten zijn vervangen door mineralen. Bij dat vervangingsproces gaat veel verloren. Zo zijn er slechts enkele fossielen bekend die nog duidelijk kleur vertonen.

Wellicht zal in de toekomst een duidelijker kleurenbeeld van uitgestorven aardbewoners ontstaan. De Australische biofysicus Andrew Parker heeft namelijk pigmentcellen aangetroffen in een exemplaar van de vis Groenlandaspis, afkomstig uit afzettingen (op Antarctica) uit het Devoon (370 miljoen jaar oud). Dat was toeval, want Parker stuitte op deze cellen terwijl hij op zoek was naar specifieke morfologische kenmerken (licht-producerende organen), omdat hij die wilde vergelijken met soortgelijke organen in recente organismen.

Het uitgevoerde microscopische onderzoek (Science, 15 augustus) bracht zilverschijnende en rode pigmentcellen in de fossiele vis aan het licht. Het eerste type kwam voor op de buik van de vis (op dezelfde plaats als bij de recente garnalen waarmee hij de vis wilde vergelijken). Deze plaats is goed verklaarbaar, omdat mogelijke roofvissen van onderaf de lichtglanzende buiken relatief moeilijk kunnen onderscheiden vanwege het licht dat van bovenaf uit de atmosfeer in het water doordringt. De rode pigmentcellen die werden aangetroffen, zijn volgens Parker waarschijnlijk afkomstig uit het zachte weefsel op zijn rug. Er bestaat volgens hem zo goed als geen twijfel aan het pigment-karakter van de gevonden structuren, omdat die zo'n karakteristieke vorm hebben (met vertakkende 'armen') dat verwarring met een ander type cellen uitgesloten moet worden geacht.

Volgens een Australische neuro-etholoog, Jack Pettigrew, betekent de vondst van deze pigmentcellen dat het nog waarschijnlijker is dan men tot nu toe dacht dat bepaalde soorten roofdieren reeds in het Devoon kleuren konden onderscheiden. Of uit pigmentcellen ook eigenschappen van het leefmilieu kunnen worden afgeleid - Parker meent dat de rode pigmentcellen van de vis zouden kunnen wijzen op een roodbruin leefmilieu, bijvoorbeeld in water met veel algen van die kleur of in een zee met een roodachtig gekleurde bodem van vulkanisch stof - valt vooralsnog te betwijfelen. Dan zullen eerst meer soorten moeten worden aangetroffen die alle, voor hun specifiek in tijd en ruimte begrensde leefmilieu, een consistent beeld oproepen. Parker roept collega's op om, mede met het oog hierop, bij het microscopisch onderzoek van fossielen expliciet te letten op het voorkomen van pigmentcellen.