Verschuivingsslachtoffers

VORIG SCHOOLJAAR SCHREEF de Joke Smitschool voor volwassenen in Amsterdam nog tien procent meer leerlingen in, vlak voor de zomervakantie werd het team van de school tot zijn 'verbijstering' geconfronteerd met een korting op de begroting van niet minder dan twintig procent.

Als gevolg van nieuwe bekostingingsregelingen in verband met de nieuwe Wet Educatie en Beroepsonderwijs en de vorming van grootschalige Regionale Onderwijs Centra (ROC's) vloeide het Amsterdamse geld voor achttien-plussers die alsnog hun MAVO-, HAVO- of VWO-diploma willen halen weg naar de omliggende gemeentes.

Ook in steden als Utrecht, Nijmegen en Den Haag is het algemeen vormend onderwijs voor volwassenen (VAVO) dit schooljaar plotseling met fikse kortingen geconfronteerd. Geen bezuinigingen, zo houdt minister Ritzen van onderwijs vol, maar 'een verschuiving van gelden' die 'een onbedoeld effect' sorteren. De minister meent dat het de verantwoordelijkheid van de gemeenten is dit probleem onderling op te lossen, maar geld terughalen bij een naburige gemeente is geen eenvoudige zaak, zo weet het actiecomité van de Joke Smitschool inmiddels.

Het is moeilijk om vat te krijgen op een gigantische operatie als de ROC-vorming waarbij de Joke Smitschool tegen heug en meug betrokken is geraakt, aldus de actievoerders en docenten Yvonne Stinis, Bert Spitz en Annelies Kappers? “Ergens aan de top zitten managers die nog maar weinig voeling hebben met de dagelijkse onderwijspraktijk”, zegt Stinis met duidelijke afkeer. Veel geloof in de mooie beloftes waarmee de fusie werd gepresenteerd heeft het actiecomité al nooit gehad, nu overheerst de spijt. “Misschien hadden we eigenwijzer moeten zijn”, zegt Annelies Kappers. Er zijn nu wachtlijsten ontstaan. Leerlingen worden soms doorverwezen naar het Amsterdam College voor volwassenenonderwijs, maar dit College, dat eveneens door de kortingen is getroffen, verwijst op zijn beurt weer naar de Joke Smitschool.

Hoewel de lessen al begonnen zijn, zitten er op de gang nog talloze aspirant-leerlingen die zich voor een opleiding of een deel daarvan willen inschrijven. In de kamer van Iet Attema, docent geschiedenis maar ook decaan en mentor van de MAVO-afdeling, lopen leerlingen in en uit. Vragen over inschrijfformulieren, over combinaties van vakken en andere zaken worden door haar met zorg beantwoord. Ze neemt er de tijd voor, want iedere leerling heeft zijn eigen verhaal, zo is haar ervaring. Een vrouw van Surinaamse afkomst, met thuis kleine kinderen, wil alsnog haar MAVO halen omdat ze apothekersassistente wil worden. Als blijkt dat wiskunde een probleem is, wordt de desbetreffende docente erbij gehaald. Op eigen kracht bijwerken tot het niveau van MAVO-3 of starten in een beginnersgroep is de keuze die haar wordt voorgelegd. Attema kijkt meteen wat het beste in haar rooster past zodat ze niet te veel oppas hoeft te organiseren.

In de gang loopt Attema Faisal tegen het lijf. Ze kent hem nog van vorig jaar. Hij was niet meer aan de beurt gekomen voor de inschrijving. “Kom morgenochtend vroeg bij me langs”, adviseert ze hem, “dan kan je meteen daarna met de lessen beginnen”. Als hij het tijdstip van negen uur hoort kijkt hij even bedenkelijk: “Okay, ik zal een wekker zetten”, belooft hij. “Een jongen die wel een duwtje nodig heeft”, concludeert Attema als hij wegloopt, “maar ik ga hem niet uit z'n bed bellen.”

In de twintig jaar van haar bestaan heeft de Joke Smitschool, ooit het initiatief van feministe Joke Smit, zich ontwikkeld van de 'eerste moeder-MAVO voor vrouwen van 18 tot 80 die op latere leeftijd het gemis aan algemeen vormend onderwijs wilden goedmaken', tot 'een school voor kwetsbare en minder kansrijke groepen die meer tijd hebben om hun talenten te ontwikkelen'. Meer dan de helft van de leerlingen heeft een allochtone achtergrond en is door taalachterstand, problemen thuis of op school gestrand in het reguliere onderwijs. Steeds vaker wordt de school bezocht door jonge Turkse en Marokkaanse vrouwen die alsnog hun scholingsambities willen waarmaken. En dit jaar ziet de Joke Smitschool voor het eerst zeventien- en achttienjarige leerlingen binnenstromen die hun maximale verblijfsduur van vijf jaar op het VBO en MAVO er op hebben zitten maar nog geen diploma hebben gehaald. De wet bepaalt dat ze van school moeten, maar waar moeten ze heen als ze het MAVO-papiertje nog willen halen? “Vooral in de grote steden bestaat een omvangrijke doelgroep voor het algemeen vormend volwassenenonderwijs”, stelt Pieternel Roth, directeur van de Joke Smitschool vast. “Het zijn tweede-generatieleerlingen die automatisch naar het VBO zijn gestuurd, maar meer in hun mars hebben. Ook kinderen die tijdens hun puberteit de mist in zijn gegaan, kloppen hier aan en leerlingen die pas later tot bloei komen.”

In Den Haag is men helemaal niet gecharmeerd van zo'n langere leerweg, alles moet efficiënt en op de arbeidsmarkt gericht zijn, weet Roth, “maar wat maakt zo'n jaartje extra nou uit op een mensenleven, zeker als iemand zich daarna goed kan redden?” Ze begrijpt niet dat minister Ritzen enerzijds het levenslang leren propageert, maar anderzijds nauwelijks geld overheeft voor deze vorm van onderwijs. “Hij vindt dat alle leerlingen binnen het reguliere onderwijs de rit af moeten maken. Dat vind ik fantastisch, maar zolang het voortgezet onderwijs en het beroepsonderwijs nog zo'n enorme uitval kennen hebben wij een belangrijke functie.”

Intussen vreest ze wel voor de identiteit van de Joke Smitschool onder het huidige ROC-regime. De school is kleinschalig, laagdrempelig en heeft een open sfeer waar docenten en leerlingen op voet van gelijkheid met elkaar omgaan. Roth: “We zitten bovendien in een van de mooiste schoolgebouwen van Amsterdam en we hebben een naam onder de potentiële doelgroep.” Of de naam kan blijven bestaan, is al zeer de vraag en of ze in hun eigen gebouw kunnen blijven weet ook niemand zeker. “We hebben hier een zeer enthousiast docententeam dat nooit over pensioenen praat, dat zonder dat er extra geld voor is onderwijsvernieuwingen als het studiehuis doorvoert. Het zou doodzonde zijn als dat allemaal kapot gaat.”

    • Michaja Langelaan