The Doors

The Doors (Oliver Stone, 1991, VS), zondag 31 aug., BBC2, 0.45-3.00 u.

Een narcistische, egoïstische, harteloze, halfgare en overschatte Dionysus. Dat is het beeld dat regisseur Oliver Stone (Platoon, JFK) geeft van zanger Jim Morrison van de Amerikaanse popgroep The Doors. Het is moeilijk te bepalen of Stone een fan van Morrison is, en zoja, waarom. Omdat hij roekeloos was, regels en conventies aan zijn leren laarzen lapte? De film The Doors suggereert nog een andere reden: omdat Morrison een door Indianen bezeten sjamaan was, een priester-tovenaar met magische krachten. Het merkwaardige is dat Stone Morrison zowel mythologiseert als ontmythologiseert. In het begin van de film zien we hoe de kleine Jimmy, in de auto bij zijn ouders, langs de gevolgen van een ongeluk rijdt, waarbij een aantal Indianen betrokken waren. Een oude Indiaan maakt indruk op het jongetje, en Stone voert hem later nog een paar keer op, als een spirituele metgezel op het podium, alleen aanwezig in de roes van de zanger. Door die extra aanwezigheid weet Jim Morrison boven zichzelf uit te stijgen, suggereert Stone - een uiting van Stone's lage dunk van Amerika, die ook uit zijn andere films blijkt: zonder de bemoeienis van de native Americans zou Morrison immers niet interessant zijn. Voor het overige is Stone genadeloos ten opzichte van de popster die hij laat rondlopen als een onsamenhangende onzin uitkramende, verwende man, die bedriegt en liegt. Een dronkelap die zo'n puinhoop van zijn leven maakte dat het niet lang kon duren. Hij werd 27 jaar oud.

Val Kilmer zet Morrison knap neer, al krijg je soms het gevoel dat Morrison in werkelijkheid niet zo'n erge poseur geweest kan zijn. En het is ongeloofwaardig dat hij constant in vage, melodramatische dichtregels sprak: “Wie ben ik? Waar is het festijn dat ze ons beloofd hebben?” De optredens van The Doors zijn overtuigend gefilmd, zoals het bizarre concert waarbij Morrison achter een haag van politie-agenten staat, die erop toezien dat de orde niet wordt verstoord. De opwindende concertbeelden - en de mooie songs - verklaren waarom de film in '91 opnieuw een Doors-revival veroorzaakte, ondanks het onsympathieke portret dat Stone geeft van Jim Morrison.