Surinaamse regering snelt koppen

Surinaamse regeringspartijen benoemen traditiegetrouw eigen mensen op sleutelposities bij overheid en bedrijfsleven. De manier waarop de NDP van 'schaduwpresident' Bouterse hierbij te werk gaat, vinden veel Surinamers beangstigend.

PARAMARIBO, 30 AUG. In het jongste nummer van Sabaku, het magazine van de Surinaamse staatsluchtvaartmaatschappij SLM, blikt Ronny Calor nog breed grijnzend vooruit. Maar inmiddels is hij directeur-af. Toen president Wijdenbosch vorige maand naar het buitenland reisde, had Calor niet de moeite genomen hem te komen uitzwaaien. Dat gaf de doorslag. “Ik spreek niet over de druppel, maar over datgene wat al in de emmer zat”, pleegt Wijdenbosch te zeggen als hij een politieke tegenstander van zijn eigen partij, de NDP, opzij schuift. Exit Calor.

Twee maanden eerder overkwam twee employé's van de Surinaamse staatstelevisie iets soortgelijks. Zij zouden “onevenredig veel zendtijd” hebben ingeruimd voor opponenten van de president en NDP-voorzitter Desi Bouterse. Exit directeur Truideman en chef-nieuwsdienst Djamin.

André Telting, president van de Centrale Bank van Suriname, vernam in november 1996, een maand na de NDP-overwinning, dat Henk Goedschalk boven hem benoemd zou worden als regeringscommissaris. Goedschalk, één van Bouterse's kompanen van het eerste uur en door de Nederlandse justitie eveneens verdacht van drugshandel, was tot 1993 zelf president van de Centrale Bank geweest. In die tijd kreeg de geldpers weinig kans te roesten. En verdiende Goedschalk in Paramaribo de bijnaam Mister Ten Percent, naar het tarief waarvoor hij in bepaalde transacties zou bemiddelen. Telting had in zijn twee jaar bij de bank de staatskas weer van deviezen voorzien en had de koers van de Surinaamse gulden gestabiliseerd. Hij weigerde onder Goedschalk te werken en nam ontslag. Een maand later benoemde president Wijdenbosch Goedschalk opnieuw als president van de Centrale Bank. De schatkist is inmiddels weer leeg en president Wijdenbosch propageert openlijk het bijdrukken van bankbiljetten.

Dat een regering 'eigen mensen' benoemt op sleutelposities bij de overheid, het bedrijfsleven en de media, is in de Surinaamse politieke verhoudingen gebruikelijk. De snelheid en de omvang waarmee de NDP die traditie in praktijk brengt, vinden veel Surinamers beangstigend. “Vorige regeringen schoven geleidelijk partijgenoten naar voren”, zegt Telting. “Deze regering doet vanaf het begin aan koppensnellen.”

“Je kunt zien dat deze regering onder invloed van voormalige militairen opereert”, zegt een vrouwelijke manager (47), die anoniem wil blijven. “Het is een campagne - wie ze op hun weg tegenkomen moet wijken. Zo ontstaat een klimaat van intimidatie. Je denkt altijd: misschien ben ik de volgende.”

De Surinaamse militaire machthebbers stelden staatsbelang gelijk aan het eigenbelang - niet alleen om te overleven als bewind, maar vooral voor hun persoonlijk gewin, heeft de Surinaamse Rekenkamer vastgesteld. Wie zich aan de regels hield, “hetgeen in normale situaties een ambtelijke deugd is”, kon wegens “een poging tot destabilisatie” worden bestraft, schreef de Rekenkamer in een terugblik op de periode 1982-1987. De NDP'ers die sindsdien in topfuncties zijn benoemd op ministersposten, bij de overheid, in het bedrijfsleven en op Surinaamse ambassades in het buitenland hebben na de 'herdemocratisering' nog steeds moeite met dat onderscheid.

Het hoofdkantoor van de Handels-Krediet-Industriebank, kortweg bekend als Hakrinbank, is één van de weinige gebouwen in Paramaribo die hoger zijn dan twee verdiepingen. Hakrin is één van de belangrijkste binnenlandse financiers van het Surinaamse bedrijfsleven. Particuliere beleggers bezitten 49 procent van de aandelen, 51 procent is in handen van de staat. Die mag daarom niet alleen de directeur aanstellen, maar benoemt ook vier van de zeven commissarissen.

Slechts twee van de 'overheidscommissarissen' zouden dit jaar hoeven terug te treden. Tijdens de aandeelhoudersvergadering van 27 juni stelde de vertegenwoordiger van de overheid, minister van Financiën Atta Mungra, echter voor dat alle vier regeringscommissarissen - allen benoemd onder de vorige regering waarin de NDP noch Mungra's partij, de BVD, deelnamen - hun functie zouden neerleggen ten gunste van vier nieuwe kandidaten: drie NDP'ers en een partijgenoot van Mungra. Argument: de oude leiding verlamde de economie door vast te houden aan een hoge rente. Met vers bloed in de verkalkte aders zou de bank de rente kunnen terugschroeven om meer handelskredieten te verstrekken.

De vergadering weigerde. Veel aandeelhouders vreesden niet alleen voor hun divident, maar ook voor onderhandse deals van de bank aan vrienden van de nieuwe leiding. De minister weigerde daarop de jaarrekening over 1996 goed te keuren. Hoewel de bank in dat jaar winst had gemaakt en het internationale accountantskantoor KPMG een bewijs van goed gedrag had afgegeven. Sindsdien hebben beide partijen zich in hun loopgraven verschanst. “Je moet er niet aan denken dat ze Hakrin zouden overnemen”, zegt een betrokken Westerse bankier. “Ze zouden de bank binnen de kortste keren hebben uitgekleed.”

Het 'uitkleden' van een Surinaams staatsbedrijf is niet zonder precedent. In april vorig jaar sloot de laatste divisie van Para Industries, een staatsbedrijf dat onder andere bakstenen, dakpannen, glas, tegels en zeep produceerde, maar - in weerwil van forse investeringen door buitenlandse geldschieters - te weinig winst maakte.

Dat was niet verwonderlijk. Surinaamse onderzoeksjournalisten brachten aan het licht dat de productie van Para voornamelijk werd verkocht aan enkele handelsondernemingen die particulier eigendom waren van dezelfde mensen die in de nadagen van het militaire bewind namens de staat bij Para waren aangesteld. Die ondernemingen verkochten de Para-producten tegen de echte marktprijs door, waarbij de winst aan henzelf ten goede kwam.

“Zo is Para leeggemolken”, zegt Marius Roosburg, die de vakbondsleden van Para adviseerde. De vijfhonderd werknemers zijn ontslagen. De arbeiders van Grassalco, een staatsbedrijf met omvangrijke mijnbouwconcessies voor goud, bauxiet, natuursteen, steenslag en kaolien (de grondstof voor porselein), is eenzelfde lot beschoren, vreest Roosburg. Aan de top van het bedrijf zijn verscheidene vertrouwelingen en zakenpartners van NDP-voorzitter Bouterse benoemd. Grassalco is achter met het uitbetalen van lonen en heeft een deel van het machinepark ontmanteld. “De staat weigert de concessies te verlengen met het argument dat het bedrijf eerst gesaneerd moet worden”, zegt Roosburg. “Maar je zult zien dat die aan hun eigen vrienden worden gegund.”

Zover is het nog niet, maar Roosburg ziet de tekens aan de wand. Toen hij kortgeleden 's avonds met een buurman op straat stond te praten, stopte er een Isuzu-jeep. Een man stak zijn hoofd naar buiten en riep: “Als je zo doorgaat, Marius, krijg je binnenkort een kogel door je hoofd.” De dagen daarna werd hij telefonisch met de dood bedreigd. “Bouterse heeft overal zijn tentakels”, zegt Roosburg. “Ze schenden geen mensenrechten”, zegt een beroepswaarnemer van de Surinaamse politiek. “Nog niet.”

    • Hans Steketee