Selfmade in Hongkong

Hong Kong's elusive billionaire. Door Anthony Chan. Uitg. Oxford University Press.

Li Ka-shing is de machtigste zakenman van Hongkong. Zijn twee belangrijkste bedrijven, Cheung Kong en Hutchison Whampoa, hebben een gezamenlijke beurswaarde van een kleine honderd miljard gulden. Hij behoort tot de rijkste mensen ter wereld en heeft rechtstreeks toegang tot het politieke zenuwcentrum in Peking. Li houdt niet van publiciteit; daardoor is hij relatief onbekend gebleven. Anthony Chan, een Canadese historicus van Chinese afkomst, probeert in zijn boek meer licht te werpen op de illustere miljardair.

'Mr. Money' en 'Superman' zijn twee van de bijnamen die Li heeft verworven. Hij geniet bewondering en respect omdat hij zijn rijkdom uit het niets heeft opgebouwd en omdat hij, in tegenstelling tot sommige andere tycoons in Hongkong, niet met geld gooit. Hij draagt geen Rolex, maar een eenvoudig Citizen-horloge, hij betaalt zichzelf volgens Chan een loon van 130 gulden per jaar en hij neemt negentig procent van zijn reiskosten voor eigen rekening.

Li vluchtte met zijn ouders, zijn zus en twee broers in de winter van 1940 vanuit China naar Hongkong. Zij maakten deel uit van een vluchtelingenstroom van 600.000 mensen die een veilige schuilplaats zochten voor de Japanse wreedheden in China. Toen Japan later ook Hongkong bezette, stuurde vader Li het grootste deel van het gezin terug naar China en bleef alleen met Ka-shing achter in Hongkong.

Ka-shing moest van school af toen zijn vader in 1943 overleed. Hij wilde zelf zijn kost verdienen, ook voor zijn familieleden in China. “Vader, maak je geen zorgen. Ik zal leren zaken te doen en veel geld te verdienen”, zo beloofde hij zijn vader op diens sterfbed. Aan het einde van de oorlog werkte Ka-shing in een horlogerie voor 25 Hongkong-dollar per maand (nu 6,30 gulden).

Na de oorlog werd Hongkong opgestoten in de vaart der volkeren. De geallieerden hadden behoefte aan de goedkope industrieproducten uit de Britse kroonkolonie. Ook de stroom vluchtelingen uit Sjanghai - veelal handige zakenlieden - was goed voor de economie.

Li kreeg een baan als verkoper van plastics. Toen hij achttien jaar oud was, in 1946, was hij in staat zijn familie in China te onderhouden. Zijn broer en zus konden dankzij hem hun universitaire studie afmaken. Li zelf maakte zijn opleiding af in de avonduren. Het belang van studie werd hoog geacht in de familie onder druk van grootvader Li, die nog het prestigieuze, confucianistische staatsexamen van het Chinese keizerrijk had afgelegd.

Ka-shings studie ging niet ten koste van de energie die hij in de plastics stopte. Hij maakte een snelle opmars in het bedrijf, tot hij op zijn twintigste algemeen directeur was.

In 1950 begon Ka-shing zijn eigen plasticsbedrijf, Cheung Kong. Hij voorzag een grote markt voor goedkope producten van plastic in China, waar de Communistische Partij na de burgeroorlog aan de macht was gekomen. Zijn waren vonden gretig aftrek en Cheung Kong groeide snel.

Toen Hongkong langzaam rijker werd, stapte Li over op plastic bloemen. Hij was ervan overtuigd dat de nieuwe middenklasse de luxe-producten graag zou kopen. Tevens vond hij, dankzij de lage arbeidskosten in Hongkong, een markt voor deze bloemen in Amerika en Europa.

In de jaren zestig en zeventig bouwde Li aan zijn onroerend-goedimperium. Dat begon in 1958 met de aankoop van zijn eerste fabriek voor Cheung Kong. Kopen bleek goedkoper te zijn dan huren en zelfs enorme winsten op te leveren. Juist tijdens de Culturele Revolutie, toen vele Chinezen Hongkong ontvluchtten, bleef Li huizen en kantoren kopen, nu tegen afbraakprijzen. Toen het Hongkong weer voor de wind ging, boekte hij grote winsten op de goedkoop aangekochte objecten. In 1979 werd hij de grootste particuliere onroerendgoedbezitter van de kroonkolonie.

Zijn volgende slag sloeg hij in 1979 met de verwerving van Hutchison Whampoa, een van de oude Britse handelshuizen. Li was de eerste Chinees die een 'hong' in zijn bezit kreeg. Dat was mogelijk dankzij de medewerking van de machtige Hong Kong and Shanghai Banking Corporation. Michael Sandberg, de toenmalige topman van de bank, voorzag dat China een grote rol zou gaan spelen in de Hongkongse economie. Hij wilde Peking een signaal geven dat zijn bank zich niet zou verzetten tegen de komende Chinese dominantie. Hutchison-topman Wyllie wist van niets, totdat de deal tussen de bank en Li rond was. “Hutchison is veel te goedkoop verkocht. Het is diefstal”, was zijn boze commentaar.

Li had nu de controle over twee investeringsvehikels, Cheung Kong en Hutchison Whampoa. Hij bouwde daarmee een imperium, waarvan naast het onroerend goed onder meer een cementfabriek, een tv-zender, een operator voor mobiele telecommunicatie, een nutsbedrijf, een supermarktketen en een drogisterijketen deel uitmaakte. “Li's rijk groeit als een amoebe. De enige voorspelbare groeirichting is naar buiten”, zo schreef de Far Eastern Economic Review over de diversificatie van het concern.

Li werd een belangrijk man in Hongkong. Hij genoot het vertrouwen van velen. Hij had de naam altijd zijn woord te houden. Dat stelde hem in de gelegenheid om goede betrekkingen te onderhouden met zowel China als Groot-Brittannië. Hij kwam over de vloer bij Deng Xiaoping, maar schonk in 1992 ook 100.000 pond aan de Britse Conservatieven.

Li heeft aangekondigd volgend jaar afscheid te willen nemen. Zijn zoons Victor en Richard zijn klaargestoomd om de zaken over te nemen. Vanaf dat ze acht jaar waren zaten ze al in kinderstoelen bij de bestuursvergaderingen van Cheung Kong. En tijdens het eten thuis werd er altijd over zaken gesproken, aldus Richard.

Beide zonen hebben in de Verenigde Staten gestudeerd en daar ook hun eerste werkervaring opgedaan. Li heeft ze teruggehaald naar Hongkong toen hij de tijd daarvoor rijp achtte. Ook van hen wenst hij geen exorbitante levensstijl te zien. Richard kreeg bij zijn terugkomst in Hongkong tien procent van het salaris dat hij verdiende bij zijn laatste werkgever in Canada.

Cheung Kong is nog steeds het hart van het bedrijf. Begin dit jaar kondigde Li een reorganisatie aan, die niet meer in het boek is opgenomen. Cheung Kong zou meerderheidsaandeelhouder worden van Hutchison Whampoa. Daar zouden de belangen worden ondergebracht in alles behalve de infrastructuur.

Li wil zich steeds sterker richten op infrastructurele projecten in China. Zijn cementfabriek, een aantal snelwegen en tolbruggen en enkele elektrische centrales had hij al ondergebracht in Cheung Kong Infrastructure. Dat bedrijf wil hij verder uitbouwen.

Het werd tijd dat er een boek verscheen over de man die zoveel geheimen heeft. Chan heeft veel materiaal over Li bijeen weten te brengen. Het boek heeft echter ook duidelijke zwakke kanten. In zijn ijver Li in te bedden in de geschiedenis weidt Chan soms veel te ver uit over de Chinese politiek. Tevens zijn de feiten en cijfers over de bezittingen, de organisatiestructuur en de managementstijl van het conglomeraat van Li aan de magere kant.