Scheuren in het prille bouwwerk Groot-Rusland

Rusland en Wit-Rusland, de twee Slavische broederlanden die in april een unie zijn aangegaan als tegenwicht voor de NAVO, zijn al een maand in de ban van de 'ORT-affaire': de detentie in een Wit-Russische KGB-cel van een televisieploeg van de Russische staatszender ORT op verdenking van het illegaal oversteken van een grens.

MOSKOU, 30 AUG. De 'journalistenruzie' tussen Moskou en Minsk zaak is deze week uitgegroeid tot een diplomatiek conflict dat alleen de Russische president Jeltsin nog lijkt te kunnen oplossen. Donderdag zond hij zijn minister van Buitenlandse Zaken, Jevgeni Primakov, als speciale gezant naar Minsk, maar die kreeg de journalisten niet vrij. Jeltsin belde daarop zelf met zijn Wit-Russische ambtgenoot, de autoritaire en lichtgeraakte Aleksandr Loekasjenko, en zei na afloop dat de verslaggevers “binnen enkele dagen” vrij zullen komen.

Maar Loekasjenko reageerde in onvervalste Loekasjenko-stijl: “Ik kan die beslissing (over vrijlating) niet zelf nemen. Er zijn wetten en juridische normen waaraan ook de president zich moet houden.” Jeltsin heeft volgens hem beloofd om eerst de bewijslast tegen “de als journalisten vermomde misdadigers” persoonlijk te bestuderen, om daarna nog eens op de zaak terug te komen.

Nu worden journalisten in Wit-Rusland opgejaagd, bedreigd, geslagen en uitgezet. Loekasjenko, een vroeger kolchoze-voorzitter die het herstel van de Sovjet-Unie nastreeft, houdt niet van kritiek. Nadat hij eerst de binnenlandse pers heeft gemuilkorfd, zijn dit jaar ook de buitenlandse correspondenten vogelvrij verklaard. Zijn grootste vijanden zijn Russische tv-journalisten, want hun Moskouse zenders zijn in Wit-Rusland te ontvangen, en ook nog door iedereen te verstaan. De tv-journalist Sasja Stupnikov kreeg in april te horen dat hij “twee kogels in zijn rug” kon verwachten als hij zich ooit nog in Minsk zou vertonen. Bureauchef Pavel Sjeremet en cameraman Dmitri Zavadski van de zender ORT hangt nu vijf jaar cel boven het hoofd omdat ze verslag wilden doen van de omvangrijke smokkelpraktijken via Litouwen naar Wit-Rusland en Rusland, waardoor met name Rusland veel importheffingen misloopt. Hun gefilm bij de grens was aanleiding voor een ware razzia onder het ORT-personeel: zeven journalisten en een chauffeur (medeplichtigheid!) zijn verhoord of in staat van beschuldiging gesteld. Er zijn dreigementen geuit aan het adres van hun advocaat, en de 22-jarige verslaggever Adamtsjoek heeft, bleekjes en met knikkende knieën, voor de camera van Loekasjenko een (afgedwongen?) mea culpa afgelegd in ruil voor de vrijheid. Toch heeft de ORT-affaire weinig te maken met de vrijheid van de pers in Wit-Rusland. Al een maand lang gaat het over de koers die Rusland wil varen in politiek en economie. In het Kremlin en in de Russische regering zijn de meningen daarover verdeeld: er is het kamp van de jonge markthervormers dat zich over Wit-Rusland heen op het Westen wil richten, en er is het kamp van de oudere garde dat het bondgenootschap met Minsk ziet als een geopolitiek antwoord op de NAVO-expansie naar het oosten. “Als we Wit-Rusland niet aan onze borst drukken, rukt de NAVO straks nog verder op!” vertolkt een Russische commentator hun standpunt.

Vorige week nog dreigde een Kremlin-woordvoerder dat “de toekomst van de Unie met Wit-Rusland er somber uit zou zien” als de ORT-ploeg niet snel vrij zou komen. Dat viel dus fout. Niet alleen steigerde Loekasjenko, die niet wilde ingaan “op chantage”, ook de Russische premier Tsjernomyrdin haastte zich om het belang van de Unie te onderstrepen. “We zullen de banden met Minsk juist aanhalen”, zei hij.

Jeltsin vermijdt sindsdien de vrijlating van de ORT-journalisten te koppelen aan het lot van de Unie. Zijn keus om minister Primakov (een voorstander van samenwerking met Loekasjenko) naar Minsk te sturen, wordt dan ook uitgelegd als een gebaar van verzoening. Maar Loekasjenko is paranoïde genoeg om te menen dat Primakov met opzet - door de vijanden van de Unie - op een mission impossible is gestuurd. Volgens hem bewerken de liberalen in de Russische regering (“welbekende personen”) president Jeltsin om de conservatievere Primakov onderuit te halen, en wel door hem voor niets naar Minsk te laten gaan (“Het was toch van tevoren bekend dat ik die journalisten niet zomaar kan laten gaan!”). Wat de uitkomst van de ORT-affaire ook is, de scheuren en breuklijnen in het prille bouwwerk Groot-Rusland zijn er pijnlijk door aan het licht gekomen.