'Postcoïtum-test is vaak onnodig'

ROTTERDAM, 30 AUG. De uitslag van een postcoïtum-test, jaarlijks duizenden keren door Nederlandse gynaecologen uitgevoerd als routinetest bij paren met vruchtbaarheidsklachten, zegt niets over de kans om in de jaren daarna alsnog zwanger te worden. Het afnemen van de test leidt wel tot meer medische behandelingen die echter niet meer zwangerschappen opleveren.

De test wordt door de paren die hem ondergaan vaak als belastend voor de seksuele relatie ervaren. Het lijkt daarom “niet logisch om in Nederland door te gaan met het routinematig uitvoeren van de postcoïtum test bij elk subfertiel paar.”

Dit schrijven de gynaecologen dr. S.G. Oei, dr. F.M. Helmerhorst en prof.dr. M. Keirse in het Tijdschrift voor Fertiliteitsonderzoek. In hetzelfde nummer pleit hun collega dr. C. Hamilton voor behoud ervan in het testarsenaal. Hamilton vindt dat de test beter gestandaardiseerd moet worden. Hij stelt daarbij voor een onderzoek naar de test uit te voeren. Dat onderzoek heeft Oei tijdens zijn promotie echter al uitgevoerd. Oei promoveerde vorig jaar aan de Rijksuniversiteit Leiden.

Bij de postcoïtum-test (PCT) neemt de gynaecoloog wat baarmoedermondslijm weg bij een vrouw, enkele uren nadat zij gemeenschap heeft gehad. De test moet plaatshebben in de vruchtbare periode van de vrouw. Van het slijm wordt de kwaliteit beoordeeld en er wordt geteld of, en hoeveel levende spermacellen er in het slijm zwemmen.

De test is in 1866 voor het eerst beschreven door de Amerikaanse arts James Sims. Deze onderzocht de kwaliteit van het mannelijke zaad bij de vrouw omdat hij de man de 'pijnlijke ervaring' van een zaadlozing in een condoom wilde besparen.

In het onderzoek van Oei onderging de helft van de 410 deelnemende paren standaard een PCT, de andere helft niet. Twee jaar later was in de PCT-groep 48,5 procent zwanger geworden en in de niet-PCT-groep 48,2 procent. Maar in de PCT-groep kreeg 54,5 procent een vruchtbaarheidsbevorderende behandeling, tegen 41,3 procent in de niet-PCT-groep. Vooral intra-uterine inseminatie om het cervixslijm te passeren, bicarbonaatspoelingen om een vermeende verkeerde zuurgraad te corrigeren en antibiotica om een infectie te bestrijden werden vaker toegepast.