Nieuwe joden (2)

Ik begrijp wel dat Ian Buruma met zijn artikel over de nieuwe joden van Polen wilde aansluiten op het actuele gegeven dat nu ook Oost-Europese joden om schadevergoeding vragen, maar zijn verhaal kwam op mij nogal verwrongen en suggestief over - ik durf het bijna niet te zeggen, maar Buruma lijkt zijn huiswerk niet erg goed te hebben gedaan.

Waarom verwrongen en suggestief? Allereerst omdat Oost-Europese joden al sinds de val van de communisten in 1989 (in Polen nog eerder) een herlevend zelfbewustzijn tonen. Ten tweede omdat Buruma suggereert dat de uit de Verenigde Staten afkomstige Ronald Lauder Foundation in Warschau zulke door de joden en niet-joden drukbezochte cursussen over de joodse cultuur zou verzorgen. Recentelijk woonde ik een van die cursussen bij, maar zo overdreven druk bezocht was-ie niet en de door Buruma aangehaalde rabbijn Michael Schudrich vertelde mij dat over een heel jaar opgeteld zo'n tweeduizend mensen die cultuurcursussen bezoeken. Geen schokkend hoog aantal op meer dan veertig miljoen Polen.

Verder schrijft Buruma over een joodse basisschool in Warschau. Hij bedoelt de joodse basisschool, want er is er maar één, in heel Polen. Hij heeft het bovendien over een wachtlijst bij die school. Ik bezocht de school en ze telt vijfendertig leerlingen.

Ten slotte schrijft Buruma: 'Op het hoofdplein van Kazimierz (Krakau/PO) bevinden zich joodse koffiehuizen, joodse boekwinkels en joodse restaurants, waar uitvoeringen van joodse muziek en dans worden gegeven voor toeristen en niet-joodse Polen'. Toen ik onlangs in Kazimierz was verbaasde het mij ook. Maar een Amerikaanse antropologe ter plekke hielp mij uit de droom. Zij attendeerde mij erop dat die gelegenheden geen joods eigendom zijn. En bij navraag werd me dat inderdaad bevestigd. Zo kwam me even later, bij het aanschouwen van poppetjes die traditionele joden moesten verbeelden, met keppeltjes, lange baarden, vlechten en al, zomaar de vergelijking voor de geest met de Indianen in de Verenigde Staten. Met dit verschil dat de Indianen pas na enkele honderden jaren een toeristisch verkoopartikel werden en de joden in Oost-Europa al na minder dan vijftig jaar.

Buruma wilde graag iets aantonen. Dat is heel begrijpelijk. Het is daarom opvallend dat hij niet noemde dat sinds 1989 steeds meer joden uit de Verenigde Staten (overigens net als veel andere Amerikanen, Duitsers, enz.) hun geld investeren in het Poolse bedrijfsleven, net als dat in andere Oost-Europese landen het geval is. En dat in het kielzog daarvan over heel Polen steeds meer joodse musea werden geopend, soms door Amerikaanse joden en dat joodse kunstenaars zelfs terugkeerden uit Israel.

Het is alsof Buruma vergat dat cultuur veel meer de economie volgt dan andersom. En zoals we weten ligt voor wat economie betreft, het Wilde Westen momenteel in het oosten.