Nieuwe joden (1)

In het het Zaterdags Bijvoegsel van 23 augustus jl. schreef Ian Buruma een artikel onder de titel 'Een keppeltje op een rastakapsel, de nieuwe joden in Polen'. In dit artikel komt de passage voor: 'Om de meest in het oog springende restanten van het joodse verleden te zien moet men naar Kraków, dat juweel van het Oostenrijks-Hongaarse rijk'.

Dit juweel van uw medewerker schoot mij in het verkeerde keelgat. Over de Poolse stad Kraków is op historisch en cultureel gebied heel wat te vertellen. Volgens de overlevering werd de stad in circa 700 n.C. gesticht door een Poolse prins Krak. In de 11de eeuw werd Kraków tot Poolse bisschopsstad verheven. In 1257 kreeg zij stadsrechten. In 1265 werd het Poolse koningsslot Wawel gesticht. In 1364 de Poolse Jagello-universiteit, na de universiteit van Praag de tweede van centraal Europa, met een beroemde bibliotheek waarin nu nog duizenden onvervangbare handschriften worden bewaard. Van 1320 tot 1609 was Kraków hof- en hoofdstad van Polen (daarna Warszawa). Tot 1764 werden er de Poolse koningen gekroond en begraven.

Kraków werd diverse malen door de Tartaren belegerd die door de Poolse troepen werden verslagen. Kraków, met koningsslot, regentenhuizen, befaamd marktplein met kathedraal, oude straten, tal van historische kerken, etcetera, is wellicht de best geconserveerde Poolse stad, in hoofdzaak stammend uit de periode van de vroege Middeleeuwen tot aan 1800.

Oostenrijk occupeerde bij de driedeling (andere bezetters van Polen: Rusland en Pruisen) Kraków van 1795 tot 1809. Van 1809 tot 1814 maakte de stad deel uit van het groothertogdom Warszawa, van 1814 tot 6 november 1846 was Kraków een vrije republiek, van 1846 tot 1914 weer door Oostenrijk geoccupeerd. Na 1918 weer vrij. Conclusie: Kraków, een Pools juweel.

Tot slot: men zou zich bijzonder ergeren, indien na de Tweede Wereldoorlog Amsterdam een juweel van het Duitse rijk zou worden genoemd!