Nieuw dwerghert ontdekt in regenwoud van West-Vietnam

In het ongerepte oerwoud van West-Vietnam hebben onderzoekers van het Wereld Natuur Fonds (WNF) een nieuw soort hert ontdekt, de Truong Son muntjak. De lokale bevolking noemt het dier sam soi cacoong, 'het hert dat diep in het dichte bos leeft'. Het hoefdier weegt ongeveer 15 kilo en is half zo groot als de gewone muntjak.

In wetenschappelijke kringen heeft de vondst veel opzien gebaard. Het komt nog maar zelden voor dat er nieuwe zoogdiersoorten worden ontdekt - in deze eeuw waren dat er minder dan tien. Het glibberige, onbegaanbare Vietnamese regenwoud heeft al meer spectaculaire vondsten opgeleverd. In 1992 ontdekten onderzoekers in dezelfde streek een wilde bosgeit (de Vu Quang Os) en nog geen twee jaar later een reuzenmuntjak met een dieprode harige vacht.

De nu ontdekte dwergmuntjak is zwart. Anders dan de gewone muntjak draagt hij een buitengewoon kort gewei, niet langer dan de nagel van een duim. Een tweede geweitak boven zijn ogen ontbreekt. Ook de rozenstok - de verdikking op het voorhoofd van waaruit het gewei groeit - is opvallend kort. Opmerkelijk is ook dat de lange hoektanden van het wijfje even lang zijn als die van het mannetje. Bij de andere muntjaksoorten heeft het wijfje veel kortere hoektanden.

De dwergmuntjak werd ontdekt in het ruige Truong-Songebergte. Daar leeft hij in de weelderige tropische wouden met een dichte onderbegroeiing, waarin hij zich met zijn kleine gestalte gemakkelijk kan bewegen. Overigens hebben de onderzoekers de dwergmuntjak niet in levende lijve aangetroffen. Wèl zijn bij jagers schedels aangetroffen van acht volwassen mannetjes, acht wijfjes en twee jongen. DNA-onderzoek, uitgevoerd aan het Zoölogisch Instituut van Kopenhagen heeft bevestigd dat het om een nieuw soort muntjak gaat.

Zijn leefgebied ligt dichtbij de vroegere gedemilitariseerde zone tussen voormalig Noord- en Zuid-Vietnam. Hoewel het gebied onder de oorlog geleden heeft, herbergt het nog steeds een van de grootste ongeschonden kalksteenbossen van Indo-China.

    • Marion de Boo