Niet van harte

TIJDENS MIJN VAKANTIE las ik in deze krant een opmerkelijk bericht. De gemeenteraad van Rotterdam is akkoord gegaan met de komst van drie islamitische basisscholen. Daarmee zal het aantal scholen voor moslimkinderen in die gemeente toenemen tot vijf.

Er zijn veel moslims in Rotterdam. Die zijn inmiddels zo goed ingeburgerd dat ze weten dat zij, evenals hun medelanders die geloven in Christus of Steiner, hun eigen scholen mogen stichten. Opmerkelijk vond ik dan ook niet dat er moslimscholen bijkomen, maar de wijze waarop het bericht hierover verder ging: “De raad moest op grond van de vrijheid van onderwijs het verzoek van de Stichting Islamitisch Onderwijs Nederland (SION) toestaan, maar deed dat niet van harte. De PvdA, VVD, GroenLinks en het CDA vroegen zich af waarom allochtonen zich kennelijk niet thuisvoelen in het bestaande onderwijs.”

Hier barstte mijn klomp. PvdA en VVD zijn toch al decennia lang vertrouwd met het gegeven dat rooms en protestants Nederland binnen hun eigen club willen schoolgaan. Waarom nu ineens dat 'niet van harte'? Nog opmerkelijker is natuurlijk dat onze eigen autochtone christenen, verenigd in het CDA, beweren niet te begrijpen waarom allochtone moslims zich niet thuis voelen in het openbaar onderwijs of in dat van henzelf.

Toen wij in Nederland de zuilen uitvonden, werden de principes waarop die werden gebouwd serieus genomen. Een katholieke school was toen rooms en de protestantse was er een met de bijbel. Intussen staan die scholen voor werkgelegenheid, zijn ze een buurtvoorziening of een gevestigde instelling waaraan bestuurders een zekere status ontlenen. Vaak hebben ze al lang geen weet meer van hun wortels. De kinderrijke islamitische nieuwkomers vormden de redding voor menig confessionele school. Ook overheden hebben er vaak expliciet naar gestreefd die nieuwe groepen op te vangen in de eigen gelederen. Openbare scholen werden daartoe opgetuigd met allerlei voorzieningen voor welzijn en geluk, specifiek bedoeld voor allochtonen. Met die aparte behandeling werd de integratie natuurlijk allesbehalve bevorderd. Het omvormen van scholen tot een deel van een welzijnsvoorziening voor allochtonen heeft uiteindelijk geleid tot aparte scholen voor buitenlanders, segregratie dus. Daarmee is het beleid dat het tegendeel tot doel had, jammerlijk mislukt. Daar had de Rotterdamse raad zich al jaren geleden zorgen over moeten maken.

De komst van moslimscholen heeft als voordeel dat de moslims die kiezen voor eigen scholen die ook naar eigen inzicht kunnen inrichten. Zij gaan daarmee de weg die half Nederland heeft bewandeld. Het is niet de taak van de overheid daar publiekelijk om te treuren, maar wel om erop toe te zien dat die scholen zich houden aan de wettelijke eisen. Zoals de Wet gelijke behandeling. Die ligt in die kringen zeker zo gevoelig als bij onze eigen orthodoxe gristenen. Reden genoeg dus voor een zekere bezorgdheid. Niet vanwege het blote feit dat moslims steeds meer eigen scholen stichten, maar wel omdat we al lang niet meer beschikken over een inspectie die met gezag en kundigheid scholen op het juiste spoor houdt. Nog iets waar de Rotterdamse gemeenteraad zich zorgen om moet maken.