Nationale Partij Z-Afrika wil verjongen

F.W. de Klerk stapte deze week op als leider van de Nationale Partij van Zuid-Afrika. Zonder ruzie, heet het, maar de strijd om zijn opvolging belooft heftig te worden.

KAAPSTAD, 30 AUG. De burelen van de Nationale Partij (NP) van Zuid-Afrika in het Kaapse parlement hangen nog vol met afbeeldingen van F.W. De Klerk. Op buttons, kaarten, stickers glimt 's mans kale knikker. Een verkiezingsaffiche uit 1994 draagt de tekst F.W. - 'n Man van sy woord. De NP zal binnenkort een ander gezicht krijgen, De Klerk kondigde deze week zijn aftreden aan als partijleider. Op 9 september kiezen de 'Nats' een opvolger. Kandidaat is onder meer Pik Botha, de oud-minister van Buitenlandse Zaken; een zwarte gegadigde zit nog op het vinketouw.

Duidt het vertrek van de 61-jarige De Klerk, de man die de afgelopen 25 jaar van zijn leven aan de Nationale Partij wijdde, op een crisis? Woordvoerder Jan Bosman vindt van niet. “De Klerk is de eerste NP-leider die zonder ruzie, zonder bitterheid of het gevoel verraden te zijn is opgestapt.” De Klerk zelf zei deze week dat het voor hem vanuit het oogpunt van “goed management” tijd was na ruim acht jaar leiderschap plaats te maken voor “verjonging en vernieuwing” in de partijtop, voorafgaande aan de parlementsverkiezingen van 1999.

Daarmee nam hij meteen de wind uit de zeilen van Hernus Kriel (55), de premier van de provincie Westkaap, en een voormalig minister in de tijd van de apartheid. Kriel stond bekend als een 'verkrampte' opponent van de 'verligte' De Klerk en zou een aantal malen coups tegen zijn voorman in gedachten hebben gehad, waarna hij het leiderschap zou opeisen. Maar Kriel heeft nu laten weten geen hogere ambities in de partij te hebben.

Dat geldt niet voor Pik Botha, die in de jaren zeventig en tachtig de wereld rondreisde in zijn hoedanigheid van minister van Buitenlandse Zaken om te pogen de apartheid 'uit te leggen'. In een telefonische reactie vanuit zijn woonplaats Pretoria bromt Botha (65) dat zijn kandidatuur voor het leiderschap van de NP “helaas waar” is. Botha heeft zich niet zelf beschikbaar gesteld, 'men' vroeg hem, zegt hij. Hij deed tweemaal eerder zonder succes een gooi naar de hoogste partijpost, in 1978 verloor hij van P.W. Botha (geen familie) en in 1989 van F.W. De Klerk. Pik Botha verklaarde naderhand eigenlijk tegen apartheid te zijn geweest, ondanks 17 jaar ministerschap, maar gegeven de omstandigheden had hij “niet anders gekund”. De oude rot heeft overigens laten weten dat de NP het beste gediend is met een zwarte leider en hij heeft ook iemand in gedachten.

Dat moet David Malatsi zijn, leider van de NP in de provincie Mpumalanga (voorheen Oost-Transvaal). De 38-jarige Malatsi is een van de zwarte pronkstukken van de NP. Maar De Klerk - die tot 9 september nog partijleider is - zei gisteren dat huidkleur geen rol mag spelen bij de keus van zijn opvolger, want dat zou “in essentie een racistische benadering zijn”. De NP benadrukte het “non-raciale” karakter van de partij.

Malatsi zelf heeft de afgelopen dagen boe noch bah gezegd, maar anonieme 'zwarte' bronnen in de NP vrezen dat het een 'blanke race' zal worden. Hernus Kriel zou zijn volle gewicht achter een andere 'verkrampte' hebben gegooid, de jonge (hij is 37), zeer ambitieuze Marthinus van Schalkwyk, de huidige 'uitvoerend directeur' van de NP en daarmee tweede in de partij-pikorde. Van Schalkwyk was er als de kippen bij om zich kandidaat te stellen voor het leiderschap en hij lijkt volgens insiders een goede kans te maken.

Hij moet het in elk geval opnemen tegen de NP-leiders uit de provincies Gauteng en KwaZulu/Natal, Sam de Beer en Danie Schutte, en mogelijk tegen Pik Botha. Tot op de dag van de verkiezingen - door het zogenoemde Electoraal College van de partij - kunnen zich evenwel nog nieuwe kandidaten melden.

Op het kantoor van de NP in Kaapstad wenst men geen commentaar te geven op de strijd om het leiderschap, behalve op de kandidatuur van Pik Botha. “Pik is een aartsopportunist”, meesmuilt een bestuurder, “hij is geen partijman, nooit geweest. Pik is een Botha-man.” Hij wijst er verder op dat Pik Botha zich eerder buitengewoon sympathiek uitliet over Roelf Meyer, ex-bestuurder van de NP en lange tijd de gedoodverfde opvolger van De Klerk. Meyer verliet in mei van dit jaar de partij, omdat hij deze, tegen de wil van De Klerk, wilde laten opgaan in een nieuwe multi-raciale constellatie. 'Roelf' begon een eigen winkeltje onder de noemer Proses vir 'n Nuwe Beweging; eind volgende maand zal hij samen met de ANC-afvallige Bantu Holomisa een nieuwe politieke partij lanceren.

De 'kwestie Meyer' had een schokgolf tot gevolg in de NP, verscheidene leden, onder wie enige kopstukken, sloten zich bij zijn nieuwe beweging aan. Maar de NP lijkt de grootste klap te boven te zijn, de leegloop is tot staan gebracht.

Jan Bosman straalt groot vertrouwen uit in de toekomst van de NP, die, zo schept hij op, de meest multiculturele van Zuid-Afrika is. De cijfers geven hem, gelet op het electoraat, niet op het leiderschap, gelijk. Uit recent onderzoek van het onafhankelijke instituut Markinor in Kaapstad blijkt dat minder dan de helft van de aanhang van de NP blank is: 47 procent. 29 procent is kleurling, 15 procent zwart en 9 procent Indiër. Het Afrikaans Nationaal Congres (ANC) van president Nelson Mandela komt in hetzelfde onderzoek naar voren als een vrijwel exclusief zwarte partij (93 procent), blanken en Indiërs voelen nauwelijks iets voor het ANC - beide 1 procent. Kleurlingen vertegenwoordigen een schamele 5 procent.