Morbillivirus velt mediterrane monniksrobben

De monniksrobben voor de kust van Mauretanië zijn dit voorjaar in aantal gedecimeerd door een mazelenvirus (morbillivirus) dat sterk verwant is aan een morbillivirus waar in 1990 veel dolfijnen aan dood gingen. De aan de Erasmusuniversiteit in Rotterdam verbonden viroloog prof.dr. Albert Osterhaus en zijn medewerkers hebben het nieuwe virus gekarakteriseerd en het monk seal morbillivirus (MSMV) gedoopt. (Nature, 28 aug.)

De monniksrobpopulatie aan de West-Afrikaanse kust werd beschouwd als de plaats waar een subspecies van de mediterane monniksrob zou kunnen overleven, nu de kolonies in de Middellandse Zee allemaal bedreigd worden door visserij en toerisme. Maar dit voorjaar overleden 200 dieren van de totale West-Afrikaanse populatie van 270 die leeft in twee gebieden met kliffen en grotten.

Sectie op veertig aangespoelde en vaak al in verregaande staat van ontbinding verkerende kadavers maakte de virologen al snel duidelijk dat de dieren door ademhalingsstoornissen waren omgekomen. Longemfyseem en bloedstuwing in de longen was vaak nog aantoonbaar. De autopsiegegevens wezen al op een soortgelijke ziekte als de virusaandoening die in 1988 de massale sterfte onder zeehonden in Noord-West Europa veroorzaakte. Die zeehonden gingen dood door een infectie met het tot de morbillivirussen horende phocine distemper virus (PDV). Dit virus werd ook door Osterhaus gekarakteriseerd.

Bij een aantal monniksrobben werden vervolgens antilichamen aangetoond tegen het canine distemper virus (CDV). Uit drie van de veertien minst vergane karkassen isoleerden de virologen een virus dat op grond van karakteriseringsproeven met poly- en monoklonale antilichamen enigszins verschilde van CDV en PDV.

Met PCR-technieken werd morbillivirus-DNA uit het longweefsel van de dieren selectief vermenigvuldigd. Volgordebepaling van het virus-DNA maakte typering van het virus ten opzichte van andere morbillivirussen mogelijk. De conclusie is dat de monniksrobben slachtoffer werden van een nieuw morbillivirus dat het meest verwant is met het dolfijnmorbillivirus (DMV).

Daarmee is het hoogst onwaarschijnlijk dat de moniksrobben de dood vonden door gifstoffen uit besmette schaaldieren, zoals eerder werd vermoed. De monniksrobben zijn de zoveelste zeezoogdiersoort die het laatste decennium door een nieuw mazelenvirus zijn getroffen. Het zeehondencentrum in Pieterburen biedt plaatselijke organisaties inmiddels steun bij de opvang en verzorging van zieke monniksrobben. In Noord-West-Europa heeft de morbilli-epidemie in 1988 naar schating aan 20.000 dieren het leven gekost. De zwaar getroffen populatie in de Waddenzee heeft zich na de epidemie sterk hersteld. Deze zomer werden 2020 dieren geteld, een stijging met liefst 27% ten opzichte van vorig jaar. Na de epidemie van 1988 jaar bedroeg het aantal dieren nog slechts 530. Het dieptepunt lag overigens midden jaren zeventig toen, als gevolg van de watervervuiling, de voortplanting bijna stil stond en er ongeveer 450 zeehonden in de Waddenzee leefden.

    • Wim Köhler