Kort geding Surinamer; Verdachte eist intrekking van signalering

ROTTERDAM, 30 AUG.Een van de vijf hoofdverdachten van het Surinaamse drugskartel zal in kort geding voor de Haagse rechtbank eisen dat een internationaal signalerings- en aanhoudingsbevel tegen hem wordt ingetrokken.

De Rotterdamse advocaat van de Surinaamse zakenman Richard L., mr. I. Weski, meent dat het Haagse openbaar ministerie “rechtsongelijkheid en willekeur hanteert bij de criteria voor de signalering van verdachten”. In een brief aan het Haagse OM wijst ze erop dat Bouterse op 18 juli niet is aangehouden in Brazilië hoewel het OM wist dat de verdachte er was en signalering van kracht was. Bovendien heeft justitie volgens haar niet tegen alle vijf hoofdverdachten - behalve Bouterse en L. zijn dat de president van de Surinaamse Centrale Bank Goedschalk, de militair Boerenveen en een zakenman M. - signaleringsberichten doen uitgaan.

Weski meent dat justitie het recht op vervolging van haar cliënt heeft verspeeld. Tegen L. loopt al ruim vijf jaar een gerechtelijk vooronderzoek en “de redelijke termijn waarbinnen mijn cliënt zou dienen te worden berecht is reeds lang overschreden”. De advocaat meent dat Justitie door het voortduren van het onderzoek haar cliënt de facto in Suriname gegijzeld houdt.

Uit justitiële bron wordt inmiddels vernomen dat een van de vier drugstransporten die Bouterse ten laste zal worden gelegd de strafzaak betreft waarvoor de Nederlander Kobus L., alias Kobus de Zigeuner, eerder dit jaar door het gerechtshof tot 15 jaar cel werd veroordeeld. L. werd onder andere veroordeeld voor smokkel van 357 kilo cocaïne in een partij boomstammen van Suriname naar Rotterdam in 1991.

Voor het bewijs in die zaak maakte justitie gebruik van een kroongetuige, Helio S. Hij was lijfwacht van L. en heeft tegenover de politie verklaard dat Kobus zaken deed met de voormalige Surinaamse legerleider Bouterse. Onbekenden schoten de kroongetuige in 1993 in Schiedam dood op de dag dat hij klaar was met zijn verhoren bij de politie. Justitie onderzoekt nog steeds de toedracht van die moord en het vermoeden bestaat dat een voormalige Rotterdamse CID-rechercheur de Surinaamse cocaïnemafia heet getipt.

De ex-legerleider heeft zich eerder in Suriname laten horen door de Nederlandse advocaat van L., mr. Tj. van der Spoel. Het betrof hier geen officieel verhoor omdat er geen wederzijdse rechtshulp kon worden geregeld. In het gesprek met Van der Spoel, dat rechtstreeks door de Surinaamse televisie werd uitgezonden, ontkende Bouterse overigens Kobus L. te kennen.

Bouterse zal bovendien worden gedagvaard voor zijn samenwerking met de Surinamer Wensley S., die in Nederland ook een celstraf uitzit wegens cocaïnesmokkel.