Hulp aan Bosnië moet zich richten op versterking economie

Nederlandse bedrijven staan niet te dringen om in Bosnië-Herzegovina te investeren. Informatie is moeilijk te krijgen en de politieke situatie verre van duidelijk. Maar volgens Marcel van den Heuvel verdwijnt zonder investeringen het perspectief op betere toekomst.

In september vinden in Bosnië-Herzegovina uiteindelijk de gemeenteraadsverkiezingen plaats. Eind juni werd in Brussel de langverwachte donorconferentie gehouden die 1,22 miljard dollar bijeenbracht voor de wederopbouw. In vele landen laait de discussie over hulp aan Bosnië-Herzegovina weer op vanwege het onvermogen van Kroaten, Serviërs en moslims om samen afspraken te maken. Heeft het eigenlijk wel zin om zoveel energie te stoppen in een land waarvan de toekomst zo onzeker is?

Iedereen weet dat de internationale troepenmacht (SFOR) niet eeuwig kan blijven. Ook al wordt er gespeculeerd over de duur van het mandaat, de internationale gemeenschap realiseert zich dat de aanwezigheid van troepen gedurende de komende vijf jaar onvermijdelijk is.

Gedurende deze periode is het noodzakelijk dat een alternatieve garantie voor vrede wordt ontwikkeld door een degelijk politiek en economisch systeem op poten te zetten. Economische integratie tussen de entiteiten onderling en versterking van de band met het internationale bedrijfsleven is de enige mogelijkheid om te komen tot een duurzame vrede in de regio.

Het is interessant te constateren dat deze waarneming ook wordt gedeeld door de Kroaten, Serviërs en moslims. Er bestaat immers geen economische toekomst voor de republieken van het voormalig Joegoslavië, zonder onderlinge samenwerking. En ook al zal het generaties duren voordat het conflict verdwenen is uit het collectief geheugen, het is de huidige generatie die zal moeten beginnen aan de bouw van een duurzaam politiek en econonisch systeem.

Twee belangrijke overwegingen zouden in deze discussie de boventoon moeten voeren. In de eerste plaats de wenselijkheid van de hulp. Niet dat deze ter discussie staat, maar de vraag rijst of de vele miljoenen wel op de meest effectieve wijze worden aangewend. In het verleden heeft de steun aan Bosnië-Herzegovina in het teken gestaan van noodhulp en herstel. Hierdoor zijn mensen geholpen en is een bijdrage geleverd aan het herstel van de infrastructuur. De schade is enorm en werd destijds begroot op 10 à 15 miljard dollar en voor de eerste donorconferentie die vorig jaar op 12 april in Brussel werd gehouden, becijferde de Wereldbank een onmiddellijke behoefte voor de komende jaren van 5 miljard dollar.

Daarnaast bestaat een immense behoefte aan de ontwikkeling van overheidsinstanties. Op dit moment is het gebrek aan kennis, wetgeving en management de belangrijkste reden voor een slecht draaiende staatshuishouding. De afhoudende opstelling van de entiteiten maakt het werken voor de overheid tot een frustratie. Bovendien wordt het kwalitatief goede personeel weggekaapt door de internationale gemeenschap, die salarissen biedt die 3 tot 5 maal hoger liggen dan hetgeen de overheid kan betalen. Deze factoren dragen bij aan een matig tot slecht functionerend ambtenarenapparaat en toenemende corruptie.

Nederland is een gulle donor. Vorig jaar werd 255 miljoen gulden beschikbaar gesteld en ook voor dit jaar is 150 miljoen beschikbaar. Deze hulp valt voormamelijk in de categorie noodhulp (75 miljoen) en reconstructie (circa 180 miljoen). Hoe belangrijk deze hulp ook is, het draagt in mindere mate bij aan de economische ontwikkeling die van vitaal belang is voor het bestaan van Bosnië en Herzegovina.

Het gaat niet goed in Bosnië-Herzegovina. De economische ontwikkeling blijft ver achter, de werkloosheid is enorm en met de dreiging van (gedwongen) terugkerende vluchtelingen wordt de situatie niet beter. De afwezigheid van noemenswaardige directe buitenlandse investeringen speelt de economie parten.

Vorig jaar zijn ongeveer 635 joint ventures opgezet, slechts in vijf procent van alle gevallen ging het om substantiële joint ventures. Nederlandse ondernemingen nemen een afwachtende houding ten aanzien van Bosnië-Herzegovina aan. Paradoxaal genoeg is er wel voldoende belangstelling bij het (internationale) bedrijfsleven.

Helaas blijkt het investeren in landen zoals Polen, de Tsjechische republiek en Hongarije aantrekkelijker en eenvoudiger te zijn. De Nederlandse belangstelling gaat met name uit naar aanbestedingen van onder meer de Wereldbank en Europese Unie. Deze donorgelden worden veelal publiek aanbesteed via vastgestelde procedures en Nederlandse bedrijven blijken dan al achter het net te vissen omdat ze vaak duurder zijn dan de concurrentie.

Slechts met moeite zijn Nederlandse bedrijven te bewegen serieus naar de mogelijkheden van investeringen in Bosnië-Herzegovina te kijken. Informatie over kansen, partners, overheidsaanbestedingen en wet- en regelgeving blijkt gewild, maar was tot voor kort moeilijk te krijgen. Sinds enkele weken is het Bosnische ministerie voor Buitenlandse Handel en Economische Betrekkingen dankzij het Programma Samenwerking Oost-Europa in staat deze informatie beschikbaar te stellen.

Anderzijds zijn er nog serieuze problemen die investeerders ontmoedigen. De politieke situatie is verre van helder. Nationale politici vangen elkaar vliegen af. Kroaten, Serviërs en moslims frustreren elk overleg om van het Dayton-akkoord een succes te maken.

En ook al zijn er weer verkiezingen in aantocht, de oppositie lijkt geen voet aan de grond te krijgen. De slechte economische situatie biedt immers geen perspectief en drijft de bevolking in de armen van de nationalistische partijen. De door de internationale gemeenschap zo gekoesterde integratie en samenwerking blijft uit en velen beginnen zich openlijk af te vragen of Bosnië-Herzegovina als soevereine staat nog wel bestaansrecht heeft. Dat is een zorgelijke ontwikkeling.

In de tweede plaats dient met name Nederland - als een van de grootste donorlanden in het voormalig Joegoslavië - het voortouw te nemen om deze op zich uitzichtloze situatie positief te beïnvloeden. Premier Kok hield tijdens de recente Marshallhulp-herdenking een pleidooi voor private investeringen in Oost-Europa en benadrukte de noodzaak om op deze wijze modern management, technische kennis en kapitaalstromen over te dragen. Tijdens de recente donorconferentie werd zijdelings de nadruk gelegd op economische ontwikkeling en verbetering van de levensstandaard in Bosnië-Herzegovina: het aantrekken van investeringen, waardoor werkgelegenheid en groei wordt gestimuleerd.

Hoe belangrijk en noodzakelijk noodhulp en reconstructie ook is, Bosnië-Herzegovina kunnen als zelfstandige staat alleen maar overleven indien de bevolking inziet dat vrede economische voorspoed brengt en er weer een hoopvolle toekomst is. Dat betekent dat het accent van de Nederlandse hulp dient te verschuiven richting het aantrekken en bevorderen van investeringen.

Dit jaar is wederom een faciliteit voor het Nederlandse bedrijfsleven gecreëerd. Het gaat hier om de zogeheten gebonden hulp. Hiervoor is 15 miljoen dollar beschikbaar. De besteding van de eerste tranche (15 miljoen dollar in 1996) heeft geen Nederlandse investeringen tot gevolg gehad. Vanwege de Europese regelgeving voor overheidsaanbestedingen worden de gelden in parallelle co-financiering met de Wereldbank aanbesteed. Het is echter essentieel dat de beschikbare gelden worden gebruikt in combinatie met het voornemen om bedrijfseconomische activiteiten, bij voorkeur in samenwerking met een lokale partner, op te zetten.

    • Marcel van den Heuvel
    • Economische Betrekkingen in Bosnië-Herzegovina