Het mooiste boek

Het mooiste schaakboek, je mijmert er wel eens over welk boek dat zou kunnen zijn, maar het is heiligschennis, want bij elk boek dat je aanwijst doe je onrecht aan andere schitterende boeken. In een voorwoord bij de heruitgave van The Life and Games of Mikhail Tal noemt Murray Chandler, hoofdredacteur van British Chess Magazine, dit “waarschijnlijk het mooiste schaakboek dat ooit geschreven is”. Helemaal zeker is hij er dus niet van. Hij heeft in ieder geval gelijk dat het een prachtig boek is.

Het kwam voor het eerst uit in 1976 bij de Amerikaanse RHM Press. Dat was een uitgeverij die een serie schaakboeken uitbracht van hoge kwaliteit voor een bescheiden prijs en de prominente auteurs uitstekende honoraria betaalde. Geen wonder dat deze uitgeverij slechts zeer kort bestond. Het mooiste boek uit de serie was dat van Tal.

Het bestaat uit honderd uitvoerig door Tal geanalyseerde partijen en een autobiografisch gedeelte dat de vorm heeft van een lang gesprek van Tal met een imaginaire journalist. Typerend voor Tal dat hij zijn memoires de vorm van een tweegesprek gaf. De memoires die Botwinnik, Kasparov en Karpov schreven, zouden alle de titel kunnen dragen: 'Ik heb altijd gelijk'. Daar past slechts één stem bij. Tal is anders.

Hij was in 1976 opmerkelijk openhartig voor een Sovjetburger. Hij zinspeelde op de conflicten die hij met de schaakautoriteiten had gehad. Er waren periodes dat hij niet in het buitenland mocht spelen, omdat hij te vaak was gescheiden en hertrouwd, of te veel gedronken had, of te riskante offers had gebracht. Luidruchtig klagen deed hij niet. “Na dit toernooi werd ik vergeten”, schreef hij simpel. Of: “Ik was weer in winterslaap.”

Hij meldt dat hij vlak voor een kandidatenmatch tegen Spassky werd volgestopt met medicijnen tegen een kwaal die hij later in het geheel niet bleek te hebben en hij vertelt over een nieroperatie die tijdelijk succes leek te hebben totdat bleek dat per ongeluk niet de nier maar de blindedarm was weggehaald, maar de toon is steeds blijmoedig, alsof dit alles er in het geheel niets toe deed zolang hij maar schaken mocht.

De heruitgave verschilt iets van het boek van 1976. Een diagram is verbeterd, de lijst van toernooiresultaten van Tal is aangevuld en van een paar hoofdstukken die in de versie van 1976 slecht vertaald waren is een nieuwe vertaling gemaakt. Niets op aan te merken.

Wat me minder goed bevalt is de behoefte van redacteur John Nunn om analysefouten te verbeteren. Het is hier op een nettere manier gedaan dan bij het boek van Fischer My 60 Memorable Games, waar Fischer terecht zeer verontwaardigd over was. Het gebeurt nu in voetnoten, zodat je in ieder geval kunt zien wat door Tal geschreven is en wat door Nunn. Maar het blijft irritant om voortdurend te zien, als Tal bijvoorbeeld schrijft 'met voordeel voor wit', dat hij wordt tegengesproken door een betweter met een voetnoot in de trant van 'na 26...Pxc6 zie ik slechts gelijk spel'. Nunn zal meestal wel gelijk hebben, maar zijn neiging om de heruitgaves van de klassieken met alle geweld foutvrij te maken begrijp ik niet. Laat ze toch zoals ze zijn. Een boek van Nunn over analysefouten van Aljechin, Capablanca en Tal zou zeer interessant zijn, maar dat gepriegel in de kantlijn van hun eigen boeken is nergens goed voor. Maar laat ik niet zeuren, het is een zegen dat dit prachtwerk weer beschikbaar is. The Life and Games of Michail Tal, door Michail Tal, Cadogan Chess, 70,50 gulden.

Iemand schreef eens: journalist, laat u niet door valse schaamte weerhouden om de overbekende klassieken te publiceren. Er zullen altijd nieuwe generaties schaakliefhebbers zijn voor wie ze niet overbekend zijn.

Dat geldt zeker voor de volgende partij, een van de mooiste uit de match van 1960 waarin Tal wereldkampioen werd. Hij wijdt er zelf in zijn boek dertien heerlijke bladzijden aan en hier kan ik maar een zeer summiere indruk van zijn beschouwingen geven.

Wit Botvinnik-zwart Tal, zesde matchpartij 1960

1. c2-c4 Pg8-f6 2. Pg1-f3 g7-g6 3. g2-g3 Lf8-g7 4. Lf1-g2 0-0 5. d2-d4 d7-d6 6. Pb1-c3 Pb8-d7 7. 0-0 e7-e5 8. e2-e4 c7-c6 9. h2-h3 Dd8-b6 10. d4-d5 c6xd5 11. c4xd5 Pd7-c5 12. Pf3-e1 Lc8-d7 13. Pe1-d3 Pc5xd3 14. Dd1xd3 Tf8-c8 15. Ta1-b1 De eerste zet van wit waarop Tal kritiek heeft. Direct 17. De2 had een belangrijk tempo uitgespaard. 15...Pf6-h5 16. Lc1-e3 Db6-b4 17. Dd3-e2 Tc8-c4 18. Tf1-c1 Ta8-c8 19. Kg1-h2 f7-f5 20. e4xf5 Ld7xf5 21. Tb1-a1

21...Ph5-f4 Een stukoffer waarvan zelfs een Tal niet alle consequenties kon berekenen. Maar het moest gebracht, want het is de enige logische consequentie van zijn voorafgaande spel. 22. g3xf4 e5xf4 Een razend moeilijke stelling. Er waren commentatoren die dachten dat wit nu met 23. a3 Db3 24. Lxa7 had kunnen winnen, maar Tal is het niet me hen eens. De hoofdvariant die hij na 24. Lxa7 geeft houdt een dameoffer in dat hij al tijdens de partij van plan was: 24...Le5 25. Lf3 b6 26. Dd1 Dxb2 27. Ta2 Txc3 28. Txb2 Txc1 29. De2 T8c3 “en het gebrek aan materiaal wordt niet eens gevoeld.” 23. Le3-d2 Db4xb2 Juist was 23...Le5, wat volgens Tals analyse tot een ongeveer gelijke stelling zou leiden. 24. Ta1-b1 f4-f3

Hier had Botwinnik inderdaad kunnen winnen, zoals achteraf door Flohr werd aangegeven: 25. Lxf3 Lxb1 26. Txb1 Dc2 27. Le4! Txe4 28. Pxe4! en of zwart nu meteen op b1 slaat of eerst Le5+ doet, wit komt in groot voordeel met Pxd6. 25. Tb1xb2 f3xe2 26. Tb2-b3 Tc4-d4 De grote kracht van deze zet had Botwinnik zich niet tijdig gerealiseerd. 27. Ld2-e1 Lg7-e5+ 28. Kh2-g1 Nu staat zwart gewonnen. Inmiddels was de partij wegens het opgewonden gejoel van de toeschouwers door de wedstrijdleiding van het podium naar een klein zijkamertje verhuist. Ongeconcentreerd speelde Tal de rest als een vluggertje uit, waardoor hij het zichzelf nog veel moeilijker maakte dan nodig was. 28...Le5-f4 29. Pc3xe2 Tc8xc1 30. Pe2xd4 Tc1xe1+ 31. Lg2-f1 Lf5-e4 32. Pd4-e2 Lf4-e5 33. f2-f4 Le5-f6 34. Tb3xb7 Le4xd5 35. Tb7-c7 Ld5xa2 36. Tc7xa7 La2-c4 37. Ta7-a8+ Kg8-f7 38. Ta8-a7+ Kf7-e6 39. Ta7-a3 d6-d5 40. Kg1-f2 Lf6-h4+ 41. Kf2-g2 Ke6-d6 42. Pe2-g3 Lh4xg3 43. Lf1xc4 d5xc4 44. Kg2xg3 Kd6-d5 45. Ta3-a7 c4-c3 46. Ta7-c7 Kd5-d4 Afgebroken. Botwinnik had 47. Tc7-d7+ afgegeven, maar gaf de volgende dag zonder verder spelen op.