Geld verdienen aan de vakbond

Vroeger werden werknemers lid van een vakbond omdat het zo hoorde, omdat vader en opa ook lid waren en omdat arbeiders alleen in solidariteit een vuist konden maken tegenover kapitalistische uitbuiters. Tegenwoordig zijn arbeiders zelf kapitalisten en is het lidmaatschap van een vakbond allang geen automatische handeling meer.

Vakbonden die leden willen binnenhalen, moeten in ruil voor de contributie meer te bieden hebben dan een ledenblaadje en een speldje bij het tienjarig jubileum. Kortingen op verzekeringen of een hypotheek, goedkope vakanties en gratis rechtsbijstand, dat zijn de lokkertjes waar iedere vakbond de laatste jaren mee schermt.

Koploper op het gebied van de financiële voordeeltjes voor leden is de vakcentrale FNV. “Vroeger lag binnen de vakbeweging de nadruk vooral op het principe 'Samen sta je sterk'. En wat mij betreft geldt dat nog steeds. Ik zou daar echter nog aan toe willen voegen: 'Je bent een dief van je eigen portemonnee, als je geen lid bent van de FNV”, schrijft voormalig FNV-voorzitter Johan Stekelenburg in de 16 pagina's tellende Voordeelkrant die begin dit jaar bij alle 1,1 miljoen leden op de deurmat viel.

Hoeveel kost een vakbondslidmaatschap en wat krijg je ervoor terug? Dat verschilt niet alleen per vakcentrale, maar ook per aangesloten vakbond. Iedere FNV- en CNV-bond hanteert een eigen contributiebeleid, en daarin treden grote verschillen op. De VHP en de Unie zijn weliswaar beiden aangesloten bij de vakcentrale MHP (voor middelbaar en hoger personeel), maar ook zij kennen een eigen tarievenstructuur. Vrijwel alle vakbonden hebben aangepaste tarieven voor jongeren, deeltijdwerkers, werklozen, WAO-ers en gepensioneerden. Om toch een vergelijking te kunnen maken, wordt uitgegaan van de contributie voor de gemiddelde werknemer, met een volledige baan en grofweg tussen de 23 en 60 jaar oud. In FNV-verband is de goedkoopste vakbond voor werknemers de Algemene Federatie Militair Personeel, met een contributie van 15 gulden per maand. Het duurst uit zijn werknemers die zich hebben aangesloten bij de Nederlandse Vereniging voor Journalisten NVJ en de Vereniging van Contractspelers VVCS: deze beide bonden vragen respectievelijk 0,9 en 1 procent van het bruto jaarsalaris als bijdrage van de leden, met een maximum van respectievelijk 75 en 80 gulden per maand. De meeste FNV-bonden zijn al lang afgestapt van een contributie die meegroeit met het inkomen: de bijdrage die zij aan de leden vragen, ligt tussen de twintig en dertig gulden per maand. De Vrouwenbond, waar iedere vrouw lid van kan worden, vraagt 6,50 gulden per maand.

Bij de CNV-bonden zijn kosters en medewerkers in 'kerkelijke en daaraan verwante arbeid' het goedkoopste uit: zij betalen respectievelijk 80 en 85 gulden per halfjaar. Bij de andere CNV-bonden ligt de contributie meestal iets onder de tarieven die de collega-bonden van de FNV in rekening brengen. De Unie, vooral sterk in het middenkader, kent een systeem met gezinslidmaatschappen: partners, kinderen of andere huisgenoten hoeven slechts 50 procent van de voor hen geldende laagste contributie te betalen. Werknemers mogen bovendien kiezen of ze de standaardcontributie van 19,85 gulden betalen of de 'vrijwillig hogere contributie' van 22,85 gulden per maand. Ook de VHP heeft een 'partnerlidmaatschap', waarbij 25 procent korting op de contributie kan worden verkregen. Het hoger kaderpersoneel betaalt 31,25 gulden per maand.

Een vlugge rekensom wijst er op dat de gemiddelde werknemer zo'n 300 gulden per jaar kwijt is aan een vakbondslidmaatschap. Die bijdrage hoeft hij niet in zijn eentje te betalen: de Nederlandse overheid stimuleert namelijk het lidmaatschap van een vakbond via de fiscus. “De kosten van het lidmaatschap van vakvereniging, beroepsvereniging en ondernemingsraad zijn aftrekbaar. Dergelijke kosten zijn niet alleen contributie/lidmaatschap maar ook kosten van het bezoeken van vergadering, eventuele reis- en verblijfskosten, toegangsprijs van ledencongressen e.d. (..) De kosten van het lidmaatschap van een vakorganisatie zijn ook aftrekbaar als u werkloos of arbeidsongeschikt bent”, zo meldt de Belastingadviesgids 1996. Wat krijgen vakbondsleden nu terug voor die resterende 150 tot 200 gulden per jaar? Een goede CAO natuurlijk, zal een bondsbestuurder van de oude stempel zeggen. Gevoelsmatig mag dat zo zijn, feitelijk klopt het niet omdat ook werknemers die geen lid zijn onder de bepalingen van de CAO voor hun bedrijf of sector vallen. Hetzelfde geldt voor andere belangrijke taak van vakbonden: de belangenbehartiging bij reorganisaties, fusies en overnames. Vakbondsbestuurders die onderhandelen over een sociaal plan of een afvloeiingsregeling kunnen er niet voor zorgen dat 'hun' werknemers een betere regeling krijgen.

Juist omdat de opbrengst van het lidmaatschap zo diffuus is, keerden veel werknemers in de jaren tachtig zich af van de vakbond. Om deze ontwikkeling te remmen, gooide de Nederlandse vakbeweging begin jaren negentig het beleid om richting een 'sociale ANWB'. Dat heeft bij alle vakbonden geleid tot een mengeling van collectieve en individuele belangenbehartiging. De aanpak lijkt succes te hebben: de ledenafkalving is inmiddels weer omgebogen tot een behoorlijke groei.

Wie een arbeidsconflict heeft, krijgt gratis juridische bijstand, wie zijn belastingformulier moet invullen, kan bij de meeste bonden aankloppen voor uitgebreide hulp. Alle vakbonden beschikken inmiddels bovendien over samenwerkingsverbanden met verzekeraars, hypotheekverstrekkers, beleggingsfondsen en reisorganisaties: afgaande op de advertenties van deze organisaties in bladen als FNV Magazine, Medium en VHP Journaal kunnen leden snel rekenen op vijf tot tien procent korting voor afgenomen diensten.

De FNV heeft de individuele belangenbehartiging de laatste jaren het meest voortvarend aangepakt. Niet onbegrijpelijk omdat deze vakcentrale, dankzij rijke bonden als de Industriebond en de Bouw- en Houtbond, ook verreweg de meest kapitaalkrachtige is. Naast de kortingsregelingen via bijvoorbeeld FNV Verzekeringen, FNV Spaarplan en FNV Vakanties krijgen alle leden een speciale kortingskaart, de Countdown Card, waarmee ze bij 11.000 winkels en gelegenheden gemiddeld tien procent korting krijgen.