Fiscale pennenstreken

Kan men de staatssecretaris van Financiën aanspreken op de daden van de inspecteurs van de Belastingdienst? In navolging van staatssecretaris Henk Koning, die medio jaren tachtig ingreep in de belastingaanslag van Wibo van der Linden, verdedigt iedere staatssecretaris van Financiën dat hij de verantwoordelijkheid draagt voor elke pennenstreek van een inspecteur waar ook in het land.

Ook de huidige bewindsman Willem Vermeend verkondigde dat standpunt toen in 1995 zijn inspecteurs een grotere autonomie bepleitten. Bij die gelegenheid onderstreepte de voorzitter van de Vaste Commissie voor Financiën in de Tweede Kamer, Gerrit Ybema (D66) het belang van de verantwoordelijkheid van de staatssecretaris voor elke individuele aanslag. “Voor de Belastingdienst gaat er een preventieve werking vanuit wanneer ze weten dat de staatssecretaris de inspecteur rechtstreeks kan corrigeren”, aldus Ybema in deze krant van 17 november 1995.

Sinds die tijd lijkt de benadering van Vermeend veranderd te zijn. Dat ondervond een belastingbetaler uit Nijmegen die zich vorig jaar tot de staatssecretaris wendde. De man voelde zich benadeeld omdat de belastinginspecteur verkeerd zou zijn omgegaan met een dienstaanwijzing (resolutie) die de staatssecretaris aan de Belastingdienst had gestuurd. Hij vroeg Vermeend om zijn mening, want wie kan beter over zo'n zaak oordelen? Vermeend dacht daar anders over. Omdat de uitvoering van de resolutie aan de Belastingdienst is gedelegeerd, kan men hem als staatssecretaris op dat punt niet meer aanspreken, aldus Vermeend. De belastingbetaler uit Nijmegen wendde zich tot de Nationale ombudsman M. Oosting. Die huldigt het principe dat het 'in beginsel niet de taak van de Staatssecretaris is zich uit te laten over de juistheid van door de inspecteur in individuele gevallen genomen beslissingen'. Eindelijk hebben inspecteurs met onafhankelijkheidsdrang principiële erkenning op hoog niveau gevonden. Gooit het voorbehoud dat de ombudsman maakt, voor hen nog roet in het eten? Nauwelijks, ombudsman Oosting ziet alleen nog een taak voor een staatssecretaris weggelegd als de zaak niet aan de rechter voorgelegd kan worden.

Al met al heeft Vermeend in de visie van de ombudsman geen taak bij individuele aanslagen en al evenmin bij de meeste andere beslissingen van de inspecteurs. Maar toevalligerwijs nog wel in de zaak waar de man uit Nijmegen mee zat. Die kon daarvoor namelijk niet naar de rechter. In die situatie heeft de staatssecretaris volgens Oosting de plicht om zich desgevraagd over de beslissing van een inspecteur uit te laten. Vermeend kreeg daarom van de ombudsman een tik op de vingers.

Gerrit Ybema is verbaasd over de opstelling van Vermeend en in diens kilzog van de Nationale ombudsman. “Dit past niet in onze staatsrechtelijke verhoudingen. De verantwoordelijkheid voor elke individuele aanslag zit in het takenpakket van de staatssecretaris. Hij kan op iedere beslissing van een inspecteur worden aangesproken. Door een parlementariër of door een burger. Dan moet hij reageren. Hij kan antwoorden dat hij helemaal achter de inspecteur staat. Maar je zit met een probleem zodra je die verantwoordelijkheid uit het takenpakket van de staatssecretaris haalt. Dit wekt veel verwarring”, aldus Ybema.

Die verwarring ligt toch al op de loer omdat zijn VVD-collega Bibi de Vries wel ruimte ziet voor een zekere autonomie van de Belastingdienst, maar helderheid mist bij het afbakenen daarvan. Zij wil volgende week vragen stellen in de Tweede Kamer. Wie het optreden van hun belastinginspecteur aan de staatssecretaris wil voorleggen, moet nog maar even wachten.