Erkennen van schuldbesef loont

Men kan op allerlei manieren met zijn verleden omgaan, maar één regel geldt volgens Dominique Moïsi daarbij altijd: het is veel moeilijker een grijs verleden te verwerken dan een helderwit of roetzwart verleden. Met andere woorden, het is gemakkelijker Brit of Duitser te zijn dan Zwitser.

Toen hem werd gevraagd naar zijn mening over de Franse revolutie antwoordde Mao's premier Zhou Enlai: “Het is nog te vroeg om dat te zeggen.” Zijn uitspraak zou nog meer van toepassing zijn op het lopende debat over het gedrag van Zwitserland tijdens en na de tweede wereldoorlog. Was de Zwitserse 'neutraliteit' wel zo neutraal?

Eigenlijk verschafte het recente debat over de rol van Zwitserland als financieel bemiddelaar, via zijn bankwezen, voor de nazi's een prachtige illustratie van een veel universelere vraag die van doorslaggevend belang zal zijn voor de toekomst van Europa, namelijk hoe de wijze waarop een land zijn verleden interpreteert van invloed is op zijn toekomst. In deze context kan Goethes beroemde adagium 'Zeg me wie uw vrienden zijn en ik zal u zeggen wie u bent', in aangepaste vorm op het gedrag van landen slaan: 'Zeg me hoe u met uw verleden omgaat en ik zal u zeggen wie u bent'.

Men kan natuurlijk op allerlei manieren met zijn verleden omgaan, maar één regel geldt daarbij altijd: het is veel moeilijker een grijs verleden te verwerken dan een helderwit of roetzwart verleden. Met andere woorden, het is gemakkelijker Brit of Duitser te zijn dan Zwitser.

Voor de Duitsers was verwerking van het verleden, hoe paradoxaal het ook klinkt, heel gemakkelijk. De nazi-periode had niets positiefs, dus na de oorlog hoefden de Duitsers slechts radicaal te breken met die volstrekt barbaarse, immorele periode die op het laatst ook zoveel leed en verwoesting over de Duitsers zelf had gebracht. We kunnen thans stellen dat de Duitsers, juist omdat ze hun verleden met open vizier tegemoet zijn getreden, beter dan andere Europese landen geïmmuniseerd zijn tegen ondemocratische of imperialistische verleidingen.

Die 'inenting' vormt een cruciaal veiligheidsnet voor de toekomst van Europa, nu we met zorg de huidige economische evolutie van de Bondsrepubliek gadeslaan, en straks de onvermijdelijke politieke metamorfose na het tijdperk-Kohl. Op analoge wijze was het ook voor de Britten niet moeilijk het verleden onder ogen te zien, zo evident een tijd van glorie, het laatste grote vuurwerk van een wereldrijk. Bijna een halve eeuw lang zijn de Britten in hun relatie tot Europa de gevangenen van dit hoogtepunt geweest, waarbij de naoorlogse jaren wel zeer bleek afstaken.

Beziet men echter de overige Europese landen, dan overheerste daar het grijs - zij het in verschillende tinten. De Fransen hebben, naar het voorbeeld van De Gaulle, hun grootste staatsman in de 20ste eeuw, altijd de neiging gehad hun geschiedenis in positieve zin te herschrijven, want De Gaulle liet hen geloven dat omdat híj groot was, zij ook wel groot moesten zijn.

De herschreven versie werd later aangevuld door Mitterrand. Door te erkennen dat hij vóór zijn rol in het verzet zelf bij het Vichy-regime betrokken was geweest, zei Mitterrand impliciet tegen de Fransen dat de Fransen die het Vichy-regime hadden gesteund in meerderheid niet zo heel slecht waren geweest, omdat hij immers zelf een van hen was. Dat soort dubbelzinnige uitlatingen kon maar tot één ding leiden: meer dan vijftig jaar na de oorlog is Frankrijk nog altijd niet in het reine met zijn gespleten verleden van verzet en collaboratie.

Een natie kan haar verleden onder ogen zien, herschrijven of verstoppen. Is het een te hard oordeel dat Oostenrijk een voorbeeld van het laatste is? Waldheims geheugenverlies ten aanzien van zijn eigen oorlogsverleden was typerend voor de existentiële houding van zijn land tegenover de nazi-tijd. Juist naties met een tragisch verleden en een onduidelijke geografische en politieke identiteit zijn geneigd een mythisch, ultra-nationalistisch verleden te construeren. De 'naties' van het vroegere Joegoslavië vormen een schoolvoorbeeld van die psychische instabiliteit.

Natuurlijk is elk land een geval apart. Toch zijn er heel praktische politieke lessen te leren uit de verschillende manieren waarop landen tegen hun eigen verleden aankijken. Zulke lessen in realiteit steunen de voorstanders van een morele houding in de buitenlandse politiek tegenover hen die een absolute Realpolitik bepleiten.

Net als tussen individuele personen loont het wanneer landen hun schuldbesef jegens anderen erkennen en openlijk zeggen: “Het spijt me”. De recente verontschuldigingen van de Britse regering aan de Ieren wegens de Britse verantwoordelijkheid voor de grote hongersnood van 1847 zou wel eens gunstiger gevolgen voor de Brits-Ierse betrekkingen kunnen krijgen dan langdurig politiek onderhandelen.

Japan daarentegen, dat gedurende een groot deel van de naoorlogse periode niet in staat bleek zijn verantwoordelijkheid te erkennen voor het leed en de plunderingen in bezette landen in Azië, heeft dientengevolge zijn invloed in deze regio ernstig geschaad. Met andere woorden, ook uit strikt realpolitisch oogpunt doet men er goed aan rekening te houden met de historische en politieke emoties van de anderen. Als het in het Midden-Oosten ooit tot verzoening komt tussen Israeli's en Arabieren, zal dat zijn omdat de Israeli's de holocaust hebben verwerkt en Arabieren die hebben geïntegreerd in hun begrijpen van hun niet-islamitische buur. En even cruciaal zal zijn dat de Israeli's niet alleen het leed erkennen dat zij de Palestijnen bij de stichting van de staat Israel hebben aangedaan, maar ook hun verontschuldigingen aanbieden voor meer recente wandaden van hun land.

De tweede les is dat neutraliteit nooit neutraal is, in politieke noch in morele zin. De neutraliteit van Zwitserland tijdens de Tweede Wereldoorlog of de bijzondere status die Finland kreeg toegemeten tijdens de Koude Oorlog, konden beide alleen bestaan, omdat in het eerste geval de geallieerden er zich sterk voor maakten tegen nazi-Duitsland en in het tweede geval de Verenigde Staten er voor zorgden dat de West-Europese landen zelf niet 'finlandiseerden'. Want de finlandisering van West-Europa zou het eind van Finlands bijzondere status hebben betekend.

Het debat dat thans over Zwitserland gaande is, zal zich spoedig uitbreiden tot andere neutrale landen, zoals Zweden, Spanje en Portugal, om van Turkije nog maar te zwijgen. De pijnlijke nationale confrontaties die in het verschiet liggen, kunnen worden opgevat als positieve en zelfs gezonde symptomen van het eenwordingsproces van Europa, want Europa kan pas ontstaan nadat alle betrokken landen geheel in het reine zijn gekomen met hun recente verleden.