Enrons oogje op Nederland

De liberalisering van de elektriciteitsmarkt lokt buitenlandse bedrijven. Het Amerikaanse Enron heeft een oogje op Nederland.

LONDEN, 30 AUG. In de dealing room van Enron Europe, in het chique kantoor Four Millbank pal naast het Britse parlement, staan de telefoons roodgloeiend. Prijzen van olie, aardgas en elektriciteit op de spot- en termijnmarkten flitsen voortdurend over de computerschermen.

Gasaanvoer bij een elektriciteitscentrale onderbroken? Een snel contract met een producent op de Noordzee vult het gat op. Een papierfabrikant maakt een nieuw businessplan waarin alleen een vaste stroomprijs voor vijf jaar past. Ook dat kan Enron in de vrije energiemarkt van het Britse eilandenrijk snel regelen. Klanten zijn graag bereid voor zo'n service iets extra's te betalen.

“Dit deel van onze activiteiten kun je vergelijken met wat een bank doet”, zegt Roy Poyntz, commercieel directeur van Enron Europe. “Het in balans brengen van allerlei beslissingen en wensen in de markt, een heel brede portefeuille waarin creativiteit tot voor velen ongekende oplossingen leidt. Risicomanagement op energiegebied, vaste of juist flexibele prijzen en snelle levering zijn onze kernbegrippen.”

Enron Europe, een sterk groeiende dochter van de Amerikaanse energiegigant Enron die vorig jaar 13,3 miljard dollar omzet maakte en 584 miljoen dollar nettowinst, heeft ook een oogje laten vallen op Nederland. Want de Nederlandse elektriciteitsmarkt wordt per 1 januari voor een flink deel geopend voor concurrentie en grote afnemers van aardgas kunnen over de grenzen gaan 'winkelen' naar voordelige importcontracten.

De productie van stroom wordt geheel vrij, zo bepaalt het wetsvoorstel dat minister Wijers binnenkort bij de Tweede Kamer indient. En wie zijn voordeel wil doen met snelle aanbiedingen kan een speler worden op de Elektriciteitsbeurs. Oprichting van zo'n spotmarkt, waarop ook lange-termijncontracten verhandeld worden, is afhankelijk van voldoende 'spelers': aanbieders en kopers.

Industriële grootverbruikers snakken al jaren naar dergelijke mogelijkheden om hun energiekosten te drukken. Ze bouwen eigen warmte/krachtcentrales en willen ook graag een graantje meepikken van de besparingen die de Elektriciteitsbeurs kan opleveren. Nederland heeft een van de meest energie-intensieve industrieën in West-Europa. De productiewaarde van bijvoorbeeld de petrochemie en de aluminiumindustrie bestaat voor een kwart uit energiekosten, bij kunstmest is dat 30 procent en in de tuinbouw 15 procent. Volgens een studie die in opdracht van het ministerie van Economische Zaken is verricht valt door liberalisering van de energiemarkt voor Nederland een jaarlijks voordeel van 400 miljoen gulden te incasseren.

Enron Europe wil daaraan meewerken door zijn energiediensten in Nederland aan de man te brengen en aanbieder op de Elektriciteitsbeurs te worden. Daarnaast onderzoekt het bedrijf de mogelijkheid zelf deel te nemen in de stroomproductie in Nederland. Wijers biedt de gelegenheid: naast het Grootschalig Productie Bedrijf, (GPB) dat moet ontstaan uit een fusie van de vier regionale bedrijven die nu nog tot de openbare sector behoren, kunnen onafhankelijke producenten optreden. Het GPB moet eerst reorganiseren en zijn overcapaciteit wegwerken. Daarna houdt het GPB een marktaandeel in Nederland van zo'n 50 procent over.

In Europa heeft Enron in de stroomproductie ervaring opgedaan met de bouw en exploitatie van de grootste warmte/krachtcentrale in Engeland, Teesside (1.875 megawatt), die sinds 1993 4 procent van de vraag naar stroom in Engeland en Wales voor zijn rekening neemt. In Lincolnshire heeft het bedrijf een centrale in aanbouw, evenals in Marmara (Turkije) en op Sardinië. In Polen wordt de bouw van een centrale voorbereid. Soms verzorgt Enron de financiering en het management, vaak ook de bedrijfsvoering.

“Groot-Brittannië is al een stuk verder met de liberalisering. Volgend jaar krijgen hier ook de kleinverbruikers van stroom al de vrije keuze van hun leverancier. Maar ook het Nederlandse wetsvoorstel biedt zeer positieve aspecten”, zegt Peter Styles, vice-president van Enron Europe voor contacten met overheden. “Uw minister heeft bepaald dat het GPB, de grootste speler op de Nederlandse markt, geen bevoorrechte positie krijgt. Essentieel voor een goede marktwerking is ook dat het hoogspanningsnetwerk in een aparte onderneming, los van het GPB, wordt ondergebracht. Want via dat netwerk moeten ook de import, export en leveringen door andere producenten worden geleid. Onze ervaring is dat een netwerk-operator die non-discriminatoir werkt, met heldere juridische en administratieve regels en een onafhankelijke toezichthouder, de markt echt vrij kan maken.”

Directeur Roy Poyntz: “Wij hebben ook van het liberaliseringsproces in de Scandinavische landen geleerd. We werken met gas- en stroomleveranties en management-service in Noorwegen, Denemarken, Zweden en Finland. Onze filosofie is voor alle EU-lidstaten die nu volgens de richtlijn van 'Brussel' gaan werken dat we ons al presenteren vóór de markt vrij wordt. Dan begrijp je de situatie die in elk land verschillend is. Belangrijke klanten zijn bijvoorbeeld de distributiebedrijven. In Nederland hebben die een grote behoefte om risico's af te dekken, want ze moeten zorgen voor zekerheid van levering en een lage prijs voor de kleinverbruikers.”

Poyntz heeft nog wel twijfels over de mogelijke dominante positie die het Grootschalig Productie Bedrijf in Nederland kan krijgen. “Onze ervaring is dat je met een speler met zo'n groot marktaandeel de vrije orderstroom en de doorzichtelijkheid van het systeem hindert. Dat betekent een kwetsbare positie voor de handel in elektriciteit, tenzij je uitdrukkelijk gelijke concurrentievoorwaarden voor iedereen vastlegt.

“De boodschap die wij Nederland willen geven”, zegt Poyntz, “is dat de liberalisering voor deze sector enorme uitdagingen biedt, zoals de groei van ons bedrijf in de VS en Groot-Brittannië demonstreert. Hier in Engeland is de gasprijs voor huishoudens in de jaren '90 20 procent gedaald en die voor industriële klanten met 40 tot 50 procent. Met zijn centrale ligging en goede netverbindingen naar het buitenland heeft Nederland een prima kans om een Europese elektriciteitsbeurs op te zetten.”