Enkele reis naar onsterfelijkheid

De Britse roeier Steven Redgrave (35), komende week deelnemer aan de wereldkampioenschappen in Frankrijk, kan in Sydney 2000 de eerste sporter worden die op vijf achtereenvolgende Olympische Spelen een gouden medaille wint. “Het is trainen, trainen, en nog eens trainen.”

Wie Steven Redgrave na de Olympische Spelen in Atlanta nog in de buurt van een roeiboot zou zien, mocht hem neerschieten. Met zijn vierde gouden medaille nog om zijn nek deed de Engelsman vorig jaar deze opmerkelijke uitspraak. Maar vier maanden later meldde hij zich toch maar weer in het clubhuis van de Leander Club in Henley-on-Thames. In september had hij al voorzichtig laten weten misschien op zijn besluit te zullen terugkomen. Op 29 november 1996 ging de kogel door de kerk. De BBC-radio onderbrak zelfs het avondprogramma voor de persconferentie van Redgrave. In Sydney zou de roeier proberen met de vier zonder stuurman zijn vijfde olympische medaille te winnen.

“Vanaf achttien maanden voor de Spelen riep ik dat ik zou stoppen”, zei Redgrave in Luzern bij de Rotsee Regatta. “Maar diep van binnen voelde ik steeds dat ik zou doorgaan. Een paar dagen na Atlanta wist ik het zeker.” De enige die er nooit een seconde aan had getwijfeld dat Redgrave de roeisport trouw zou blijven, was zijn vrouw Ann, arts van het Britse roeiteam en voormalig internationaal roeister.

Redgrave is een van de vier sporters uit de olympische geschiedenis die er in slaagden op vier achtereenvolgende Olympische Spelen goud te winnen. In Sydney kan hij de eerste worden die vijfmaal achtereen olympisch goud wint. “Een mooie plek om mijn olympische carrière te besluiten. En wat mijn plaats in de olympische geschiedenis betreft: daar doe je het niet voor. Je doet het omdat je het leuk vindt, omdat je van die sport houdt.”

“Het feit dat ik al zo lang zoveel succes heb, heeft van roeien in Engeland een van de belangrijkste sporten gemaakt. Het publiek in ons land verwacht ook dat er bij het roeien steeds medailles worden behaald. Op zich is dat goed voor de sport en voor ons als individuen, omdat het meer aandacht en publiciteit oplevert. Dat stelt ons in staat sponsors te vinden. Het is van cruciaal belang om sponsors te hebben. Zonder onze sponsor Lombard (een Britse verzekeringsconcern), waarbij we een uitstekende deal hebben (een miljoen pond ofwel ruim drie miljoen gulden tot en met Sydney 2000, red.), zouden we ons niet zo goed kunnen voorbereiden op de Spelen. Het stelt ons in staat om nog beter te trainen, op de plaatsen waar we willen. We hoeven niets meer aan het toeval over te laten. En er is wat meer geld om te overleven.”

Na zijn eerste gouden olympische medaille, veroverd op Lake Casitas bij de Olympische Spelen van 1984 in Los Angeles, werd Steven Redgrave in eigen land allerminst als een held binnengehaald. In de vier met stuurman was de Brit slechts een van vier roeiers die de finale in hun nummer hadden gewonnen. Met een gouden plak op zak verdiende hij zijn brood met het maaien van gazons. Zijn investering van bloed, zweet en tranen, op het water, in het krachthonk en op grasvelden, heeft zich in de jaren daarna aardig terugbetaald. Als een van de weinige roeiers ter wereld kan hij van zijn sport leven.

Redgrave legde in 1984 de basis voor een historische olympische zegereeks. Het scheelde weinig of hij was daar al vier jaar eerder mee begonnen. Op het nippertje miste hij als 18-jarige de Britse selectie voor de Olympische Spelen in Moskou van 1980. Na Los Angeles won hij goud in de twee zonder stuurman in Seoul (1988), in Barcelona (1992) en in Atlanta (1996), beide keren met Matthew Pinsent. Omdat Redgrave de enige roeier is die vier gouden olympische medailles bezit, gaat hij door het leven als de 'roeier van de eeuw'.

Moeiteloos veranderde de 35-jarige Redgrave dit jaar van discipline, alsof het slechts een formaliteit betrof. “Time for a change”, zegt Redgrave laconiek. Van de twee zonder stuurman (één riem per roeier) stapte hij met Pinsent (26) over naar de vier zonder stuurman, het nummer waarmee Redgrave in 2000 in Sydney zijn vijfde gouden medaille wil behalen. Het is nu al het vlaggenschip van de Britten. Oud-sculler (roeien met twee riemen) James Cracknell (24) en Tim Foster (27), in het voorjaar tijdens de Boat race tegen Cambridge nog slagman van de acht van Oxford, completeren het geheel. Het kwartet wordt al de Fab(ulous) Four genoemd, net als vroeger The Beatles.

Het eerste grote succes is binnen. Redgrave, Pinsent, Bracknell en Foster wonnen dit seizoen de Wereldcup. In de wedstrijdenreeks (München, Parijs en Luzern) hadden de vier geen enkel probleem met hun tegenstanders. Toen ze in juli bij de Rotsee Regatta in Luzern als eerste over de finish gingen, roeiden ze bijna demonstratief nog tientallen meters door. De Roemenen en de Fransen, de nummers twee en drie, hingen voorover, op sterven na dood.

In Luzern was werkloos aardrijkskundeleraar Cracknell druk in de weer met een videocamera. In opdracht van de BBC-televisie legt hij sinds het prille begin van de vier zonder alle bewegingen van de ploeg op beeld vast. Zoals Redgrave en Pinsent hun voorbereidingen op Atlanta in het tv-programma Video diaries registreerden, doet Bracknell dat nu tot en met Sydney 2000. De hoofdrol is voor Redgrave, 1.95 meter lang en 105 kilo zwaar, op zijn enkele reis naar onsterfelijkheid. In de video-editie van 1996 kwam hij al naar voren als een Spartaan die alles opoffert voor olympisch goud. In Atlanta waren Redgrave en Pinsent de enige Britten die een gouden medaille wonnen. “Het was teleurstellend dat de Britse olympische ploeg niet meer won. Wij hebben ons werk gedaan. We waren favoriet voor goud en hebben dat ook bereikt.”

De kampioensboot kreeg een plaats in het Rivier- en Roeimuseum in Henley-on-Thames, het roeimekka tussen Londen en Oxford. De kampioenen zijn opgenomen in de Hall of Fame van het museum, nog voordat het geopend is.

Na de Spelen in Atlanta had Redgrave moeiteloos voor een andere carrière kunnen kiezen. Hij kon bijvoorbeeld als roeitrainer in Australië aan de slag. “Dat was een interessant aanbod en ik denk dat het erg leuk zou zijn geweest. Ik houd van Australië en als ik niet als roeier naar de Spelen in Sydney zou zijn gegaan, was het wellicht als coach geweest. Het was de op een na beste optie.” Hij gaat ervan uit dat het aanbod nog geldt in 2000.

Hoe raakt een jongen in Engeland op die leeftijd in aanraking met de roeisport? Gaat die niet gewoon voetballen? “Het hoofd van de afdeling Engels op mijn school was geïnteresseerd in roeien. Ik was 15 of 16 jaar. Op school pikte hij er een aantal jongens uit van wie hij dacht dat ze goed zouden zijn in die sport. Hij keek naar handen en voeten en als ze grote handen en grote voeten hadden, vroeg hij of ze wilden roeien. Door zijn enthousiasme ben ik met roeien begonnen. Ik was toen 15 of 16 jaar.”

Roeien en studeren aan de universiteit gaan vaak samen. In tegenstelling tot de meeste mannen met wie hij roeit, is Redgrave nooit student geweest. Geplaagd door dyslexie, ging hij op zijn zestiende van school en wijdde zich volledig aan het roeien. “Ik denk dat het in Nederland meer een universiteitssport is dan bij ons. De verhouding tussen roeiers met een universitaire achtergrond en niet-afgestudeerden in Groot-Brittannië is ongeveer fifty-fifty. Er zijn veel verenigingen die aan roeien doen en overal waar er een dorp of een stad aan een rivier ligt, is er een roeivereniging. Nou wil het toeval dat grote universiteiten in Engeland allemaal aan een rivier liggen. Neem de Theems; overal waar er een stadje aan grenst, ook in mijn woonplaats Marlow Bottom, is er een roeivereniging. Bij ons is het niet zo sterk een universiteitsgebonden sport.”

Pinsent doorliep Eton College en de Universiteit van Oxford. “Veertig jaar geleden zouden we een onwaarschijnlijke combinatie zijn geweest.” In die dagen bepaalde de Britse roeiamateur-associatie dat roeiers niet uit bepaalde beroepsgroepen afkomstig mochten zijn. Lange tijd werden ambachtslieden als timmermannen en metselaars niet tot de sport toegelaten.

Als je opeens met drie mannen in een boot zit, kun je dan zeggen dat je inbreng teruggaat van 50 naar 25 procent? Redgrave: “Waarschijnlijk is het iets meer. Maar het is de bedoeling dat mijn inbreng minder wordt naarmate de Spelen dichterbij komen. Toen ik met Matthew begon was mijn input veel groter, maar uiteindelijk is die verhouding ook fifty-fifty geworden.”

Redgrave en Pinsent vormden een paar vanaf de voorbereidingen op de WK in Tasmanië in 1990 waar ze brons wonnen. In 1991 waren ze onoverwinnelijk, met als eerste grote succes de WK-titel in Wenen. Sinds mei 1992 zijn ze ongeslagen. Alleen al die status werkt intimiderend op de roeiers die met Redgrave het strijdperk betreden. “Ik ga ervoor om een race te winnen. Als ik anderen daarmee intimideer, prima. Maar iedereen die het water opgaat doet dat om te winnen. In de afgelopen jaren hebben wij meer gewonnen dan verloren. Dan straal je succes uit. Maar dat kan mensen ook motiveren om ons te verslaan.” Psychologie is belangrijk in de sport, zegt Redgrave, ook bij roeien. “Maar hoe je het ook wendt of keert, het komt er op neer dat je van A naar B roeit. En als je eerder dan de anderen bij punt B bent, is dat het enige dat telt.”

Redgrave beschouwt trainen als een “noodzakelijk kwaad”. Nog drie jaar lang traint hij dagelijks zes uur om in het jaar 2000 een afstand van 2.000 meter zo snel mogelijk af te leggen. Voor de zoveelste keer stelt Redgrave zijn leven in dienst van wat een handvol glorieuze minuten moeten worden. Winnen houdt hem op de been. “Ik hou van winnen, ik hou van succes, ik hou van internationale regatta's en van wereldkampioenschappen. Ik zou daar niet graag heengaan als ik geen kans had om te winnen. Dus moet er getraind worden. Ik zou liever golf spelen. Ik zou liever drie of vier keer per week trainen en naar nachtclubs gaan, vakantie houden met mijn gezin en zulke dingen. Maar dat zit er jammer genoeg allemaal niet in. Het is trainen, trainen en nog eens trainen. Dat is de schaduwzijde.”

Als je zoveel goud op zak hebt en alleen nog maar uit bent op die ene gouden medaille in 2000, wat is dan nog de betekenis van het WK op Lac d'Aiguebelette? “Die titel is leuk om erbij te hebben, maar het is niet meer dan een opstapje naar de Olympische Spelen. Alles wat ik nu doe, staat in het teken van Sydney. Als we op weg daar naartoe WK's winnen, dan maakt dat het alleen maar waarschijnlijker dat we de Spelen zullen winnen. In dat opzicht zijn de WK's belangrijk, maar een WK-titel, ach...” Zesvoudig wereldkampioen Redgrave haalt zijn brede schouders op.