Dierenrijk

Het heldere en boeiende artikel van Marcel aan de Brugh over nieuwe inzichten in de verwantschap tussen diersoorten ('Opschudding in het dierenrijk', W&O, 16 augustus) heb ik met genoegen gelezen. Toch wil ik de aandacht vestigen op een wijdverbreid en hardnekkig misverstand dat ook hier weer opdook in het kadertje getiteld 'DNA uit het bot van een Neanderthaler'.

Hierin wordt gesteld dat bij D- en L-aminozuren sprake zou zijn van rechts-, respectievelijk linksdraaiende aminozuren. Dit is niet juist. De D- en L-notatie zegt niets over de optische eigenschappen, maar heeft betrekking op de biologisch gezien veel interessantere ruimtelijke structuren van aminozuren. Met uitzondering van glycine hebben aminozuren een asymmetrisch koolstofatoom. Aan dit atoom zijn vier groepen gebonden die onderling verschillend zijn. Het resultaat is dat van de aminozuren twee stereo-isomeren mogelijk zijn, die elkaars spiegelbeeld zijn. Volgens een inmiddels verouderde, maar door biochemici halsstarrig aangehouden nomenclatuur worden deze twee vormen aangeduid met de D- en L-notaties.Er is geen verband tussen D- en L-structuren en rechts- of linksdraaiende eigenschappen van aminozuren. Zo is bijvoorbeeld L-alanine rechtsdraaiend. De structuren van eiwitten worden mede bepaald door de L-vormen van de aminozuren. Deze L-vormen bepalen zodoende in belangrijke mate de wijze waarop het leven op aarde zich manifesteert. Klaarblijkelijk zijn in een cruciale fase van de vroege evolutie specifiek L-aminozuren ontstaan. Hoe dit gebeurde is nog niet onomstotelijk vastgesteld.