De vrouwen zijn vriendelijk hier

Toen de Amerikaan Leonard Freed in de jaren zestig in Amsterdam arriveerde, was hij net begonnen met fotograferen. Hij bleef er een tijd hangen. “Nederland was een goede uitvalsbasis”, zegt hij. Onlangs zijn de foto's die hij toen van Amsterdam maakte gebundeld in een boek. “Wat mij interesseerde waren niet de politici, maar was de manier waarop een melkfles werd gedragen.”

Leonard Freed, 'Amsterdam, The Sixties', uitgegeven door Focus Publishing

AMSTERDAM, 30 AUG. Een moeder die hondepoep onder de schoenen van haar zoontje vandaan veegt. Dat is waarvoor de Amerikaanse fotograaf Leonard Freed (1929) stil bleef staan, toen hij in de jaren '60 in Amsterdam was. Hij fotografeerde ook de melkboer tijdens zijn dagelijkse ronde, bijeenkomsten van het Leger des Heils en een drietal zwanen dat bezig is een weg oversteken. Wie bladert door Freeds onlangs verschenen fotoboek Amsterdam, the sixties vindt weinig aanknopingspunten om vast te stellen dat de foto's inderdaad in de jaren '60 zijn genomen, en niet tien jaar of zelfs dertig eerder. Ieder spoortje van flower power ontbreek. Het zijn foto's van gewone mensen in gewone situaties, maar van een grote schoonheid en met veel gevoel voor symmetrie gemaakt.

“Natuurlijk vragen mensen me: waar zijn de Beatles?”, zegt Freed. Onlangs was hij even weer terug in Nederland. “Dit is wat ik toen gezien heb. Wat mij interesseerde waren niet de politici, maar was bijvoorbeeld de manier waarop een melkfles gedragen werd.” Hij bladert door zijn boek en wijst naar een stel straatvegers. “Maken ze de straten nog op deze manier schoon?”

Freed, die lid is van het fotografencollectief Magnum en gewerkt heeft voor bladen als Time, Newsweek en Der Spiegel, denkt dat er in dertig jaar niet zo heel veel is veranderd in Amsterdam. “Er waren toen alleen geen parkeerproblemen omdat de meeste mensen nog op fietsen reden.” Freed kwam eind jaren '50, na omzwervingen door Noord-Afrika en Europa, voor het eerst in Nederland. De jaren '60 bracht hij grotendeels in Amsterdam door, dat wil zeggen als hij niet op reis was. “Waarom? Nederland was een goede uitvalsbasis, je kunt hier vandaan makkelijk in Engeland, Frankrijk of Duitsland komen. De vrouwen zijn vriendelijk hier. En natuurlijk wegens de taal: iedereen lijkt hier beter Engels te spreken dan de gemiddelde Amerikaan. Ik voelde me hier op mijn gemak.” In Amsterdam kwam Freed onder anderen in contact met Simon Vinkenoog en Lucebert. Van beiden staan ook foto's in het boek.

Toen Freed aankwam in Nederland, was hij nog maar net begonnen met fotograferen. “Tijdens mijn omzwervingen was ik een Amerikaanse kunstenaar tegengekomen die foto's maakte die hij verkocht aan kranten. Ik dacht: dit is het makkelijkste wat je kunt doen in de wereld. Je maakt wat foto's en verkoopt die. In fotografie was ik niet bijzonder geïnteresseerd. Ik wilde íets doen waarmee ik wat geld kon verdienen.”

Het fotograferen kostte Freed aanvankelijk meer dan het hem opleverde. “Omdat ik niet wist hoe een donkere kamer werkte, verspilde ik veel materiaal. Toch heb ik nooit begrepen waarom mensen vier jaar studeren om fotograaf te worden. Alles wat je leren moet, kun je leren in twee weken. Creatief zijn is niet iets wat je leert. Je wordt er mee geboren of niet.”

De belangrijkste afnemer van Freeds werk in zijn Amsterdamse periode was het Leger des Heils. Met majoor Bosshardt stond Freed op Zeedijk toen de heilssoldaten daar gingen zingen voor de prostituées. “Of ik dan meezong? Ja hoor. Ik heb het nodige gedaan om in de hemel te komen. Al ben ik atheïst. Maar ik werk graag met religieuze mensen. Ze hebben dezelfde interesses als ik. Ik ben namelijk altijd geïnteresseerd geweest in mensen.”

De foto's die Freed maakt zijn het tegendeel van nieuwsfoto's. Freed: “Naar een nieuwsfoto kijk je een seconde en dan is er niets meer te zeggen. Mijn foto's zie ik graag als kleine gedichten. Er gebeurt niets in het bijzonder, maar je kunt er lang naar kijken en er een heel verhaal bij verzinnen.” Hijslaat zijn boek open bij een foto van postsorteerders. “Neem deze vrouw. Zelfs al zie je haar huis niet, je kunt je voorstellen hoe dat er uit moet zien.”

Begon Freed foto's te maken om in zijn levensonderhoud te voorzien, inmiddels is fotografie veel meer voor hem gaan betekenen. “Als ik iets van die vrouw op de foto begrijp, dan begrijp ik ook weer iets meer van mezelf. Ik gebruik fotografie zoals anderen de bank bij de psychiater gebruiken. Dit is alleen een stuk goedkoper. Ik werk hard maar ik zie het niet meer als werk. Werken doe je wanneer je iets doet wat je niet wilt doen. Het is moeilijk om met familie over dit soort dingen te praten. Dat is de reden dat ik me heb aangesloten bij Magnum. Iedereen daar begrijpt elkaar, omdat iedereen dezelfde ervaringen heeft. Ik ben dan wel geen gelovig mens, maar ik heb wel een kerk nodig.”