Balans van lastige Amsterdamse diender

Gisteren beleefde E. Nordholt zijn laatste werkdag als hoofdcommissaris van de Amsterdamse politie. In Amsterdam dragen zijn agenten hem op handen, daar buiten herkent men in Nordholt vooral de hoofdstedelijke arrogantie.

AMSTERDAM, 30 AUG. Amsterdammers leven naar hun idee in de leepste stad ter wereld. Niemand droomt van Nijmegen of Utrecht - dat is provincie. Wie het in Amsterdam maakt, laat zich niets meer vertellen.

Ook de in het Drentse Appelscha geboren hoofdcommissaris E. Nordholt is gegrepen door importchauvinisme. Hij resideert aan de brede Keizersgracht. Hij beschreef zijn stad liefdevol in het Hollands Dagboek in deze krant. Zijn politie is net wat belangrijker dan die van een andere stad. De Amsterdamse sociale en politieke problemen zijn net intenser dan die van Rotterdam. De Amsterdamse rust en orde zijn opmerkelijker dan de vreedzame Haarlemse straten.

Ook Nordholts afscheid, komende maandag, wordt grootser dan welk ander afscheid van een hoofdcommissaris dan ook. Tout Amsterdam zal in het Concertgebouw zitten; voorgezeten door Jos Brink, begeleid door een kwartet, een koor en een cabaretgroep en geregistreerd door vele camera's. Later volgt een diner met tientallen intimi.

Het laatste jaarverslag van de politie viert de triomfen van tien jaar Nordholt. Het is verlucht met verhalen van Jan Donkers en onder andere Connie Palmen en bevat veel statistieken met dalende lijnen voor inbraak, roof, autodiefstal en zakkenrollerij. Alleen de geweldpleging en de vermogensdelicten stijgen dramatisch. Op het schutblad staat een portrettekening van de hoofdcommissaris met een in het Italiaans gestelde tekst van Macchiavelli, inhoudende dat het maar weinigen is gegeven om het kwaad te voorzien.

Nordholt verhuist naar een andere kamer op dezelfde gang. Hij krijgt twee assistenten en zal onderzoek gaan doen naar criminaliteitsbestrijding in grote steden. Ook zal hij de minister van Binnenlandse Zaken adviseren over internationale kwesties.

Controversieel is Nordholt alleen buiten de stadsgrenzen, waar men in hem de hoofdstedelijke arrogantie herkent. Collega's uit andere steden zagen een lastige Amsterdammer die alles beter wist en geen gezag boven zich duldde. Zijn optreden was souverein. In televisie-uitzendingen waarschuwde hij het land voor nieuwe dreigingen: van Ghanese illegalen, corrupte politici of van Antilliaanse jongeren. Vergaderingen van de Raad van Hoofdcommissarissen sloeg hij vaak over. “Hoe kan ik me bekommeren om Drenthe als ik hier de hoogste criminaliteit heb?”, zegt hij. “In Drenthe zijn meer schapen dan mensen. Ik had al mijn tijd nodig voor deze stad. Nu is het veiliger geworden.”

Met hoofdofficier van justitie Vrakking en toenmalig burgemeester Van Thijn ontbond hij in december 1993 zonder ruggespraak het Interregionale Rechercheteam van superspeurders uit zes politiekorpsen. Eerst wees de commissie-Wierenga, die de toedracht bij de opheffing van het IRT in Amsterdam onderzocht, Nordholt als schuldige aan. In de Telegraaf en het Parool riep de hoofdcommissaris op tot een parlementaire enquete, die er uiteindelijk kwam. Daar kreeg hij zijn gelijk. Immers, de politie smokkelde drugs of liet containers door om de zware jongens te pakken - maar uiteindelijk viel nauwelijks nog verschil te maken tussen speuractie en misdaad. Sinds die onthullingen en de ontbinding van het IRT is het niet meer goed gekomen tussen de politiekorpsen van Amsterdam en de rest van het land.

Binnen Amsterdam heeft de loopgravenoorlog rond opsporing en Nordholts ferme uitspraken op de televisie weinig sporen nagelaten. De opwinding over de onthulling dat Nordholt bijna een ton boven het gebruikelijke salaris kreeg was gauw voorbij. Ook op de massale arrestatie tijdens de Eurotop in Amsterdam was weinig kritiek. Door de eigen dienders wordt Nordholt op handen gedragen. Hij heeft het uniform respectabel gemaakt, nadat de Amsterdamse politie door onervaren optreden bij krakersrellen en de dood in een cel van Hans Kok een slechte naam had gekregen. Het moreel is goed en er zijn minder klachten over het politie-optreden. Zelfs uit San Francisco komen politiemensen kijken naar de Amsterdamse aanpak.

“De hoofdcommissaris heeft de cultuur van de politie dienstvaardiger gemaakt”, zegt S. Baars, buurtcoördinator van Slachtofferhulp Amsterdam/Amstelland. “Dat merk ik aan de verhalen van mensen die aangiften doen. In hun beleving staat de politie dichterbij.” A. Grewel, Amsterdams gemeenteraadslid voor de PvdA, heeft grote waardering voor Nordholt. Zij vindt ook dat hij er recht op heeft om zijn eigen meningen aan de openbaarheid prijs te geven. “Ambtenaren horen loyaal te zijn. Dat wil niet zeggen dat je moet zwijgen”, meent ze.

Het is opmerkelijk dat zo'n barse man zo goed ligt bij de generatie met een anti-autoritair verleden. Dat heeft verscheidene redenen. Nordholt is niet zo autoritair als hij lijkt. Hij maakt zelfs deel uit van de democratiseringsgolf bij de politie. En bij zijn aantreden, in 1987, kwam er een einde aan het taboe op overheidsdwang bij de voor Amsterdam belangrijke PvdA. Als partijlid dacht Nordholt graag over deze zaken mee.

“Hij is een charmant heerschap en hij heeft de sfeer in de grachtengordel goed aangevoeld”, zegt A. van der Stoel, voormalig Amsterdams raadslid en lid van de Tweede Kamerfractie van de VVD. “De anti-autoritaire generatie wordt ook een dagje ouder en is gaan inzien hoe belangrijk veiligheid is.”

Samen met latere korpschefs J. Wiarda en M. Straver had hij in 1977 in het rapport Politie in Verandering voor decentralisatie en“integratie van de politie in de samenleving” gepleit. Nadat het rapport een jaar was stil gezwegen, werd het eerst zwaar bekritiseerd en later geroemd. In Amsterdam kon Nordholt de ideeën van zijn vernieuwersgeneratie ten uitvoer leggen. Wiarda en Straver deden hetzelfde in Utrecht en Haarlem.

Onder de zeven Amsterdamse districten kwamen meer dan dertig wijkteams. De Amsterdamse politieman zou eindelijk uit zijn auto stappen, door de buurt wandelen en ook een beetje sociale werker worden. Wijkagenten mochten zelf projecten tegen straatroof invullen. De nieuwe, meevoelende agent trad in de steeds grotere leemten die de bezuinigingen in het sociale werk openlieten. Het was niet Nordholts bedoeling, maar het past in de ontwikkeling dat Justitie steeds meer werk van Sociale Zaken overneemt.

Recherchewerk had minder Nordholts voorliefde. Onder zijn leiding heeft Amsterdam weinig vooruitgang geboekt in de bestrijding van de zware criminaliteit op de wallen. De hoofdcommissaris was gericht op consensus en op het georganiseerde overleg binnen zijn apparaat. De ondernemingsraad werd overal bij betrokken. De vakbond kreeg ruim baan. Loonsverhogingen voor zijn dienders steunde hij. “Hij was huisvaderlijk”, zegt politiekenner prof. dr. J. Naeyé van de Amsterdamse Vrije Universiteit. Tegen overtredingen door zijn eigen agenten trad hij streng op, al werden de hogere rangen gespaard.

Volgens prof. dr. L. van Dijk, criminoloog aan de universiteit van Leiden en hoge ambtenaar bij Justitie, hebben Nordholt en zijn generatiegenoten het management van hun korpsen enigszins verwaarloosd. De bonden zouden te veel invloed hebben gekregen. Volgens hem heeft de huidige generatie van politiechefs “een krampachtige houding tegenover het gezag”. Van Dijk meent dat politiechefs geen eigen charisma horen te ontwikkelen. “Een politieman die trots is op zijn baas, wordt democratisch gecontroleerd”, zegt hij.

De decentralisatie van de politie heeft volgens Van Dijk vooral effect op het “gevoel van veiligheid van de burgers”. Of het ook de verlaging van de criminaliteit heeft veroorzaakt, valt niet te bewijzen. De afgelopen jaren daalt de misdaad over heel Nederland en de Westerse wereld. Na de eerste groeigolf in de criminaliteit zijn de mensen zich beter gaan beveiligen. Ook is de demografie veranderd: er zijn minder jongeren.

Toch zullen veel Amsterdammers de dalende criminaliteit danken aan Nordholt. Want zelden heeft een politiechef het stadsbeeld zo gedomineerd.