Alternatieven

Ondanks de stevig gedaalde aandelenkoersen blijft de beursonrust bij lezers knagen. Sommigen vragen zich af of ze hun spaargeld, dat circa 4 procent of minder aan rente oplevert, toch moeten omruilen voor aandelen. Ze denken bij zichzelf: wie spaart is toch een lulletje, dat hoor je overal.

Die opvatting is onjuist. Spaargeld heeft deze kenmerken: het ingelegde geld (de hoofdsom) houdt zijn waarde (zonder rekening te houden met inflatie), levert rente op als vergoeding voor het uitlenen, en de hoofdsom is direct, of na korte tijd, op te nemen. Spaargeld dient als reserve voor noodgevallen, en om kortetermijndoelen als verbouwen, een nieuwe inboedel of een andere auto mee te betalen. Daarom moet je er snel over kunnen beschikken. De prijs die je daarvoor betaalt, is een lagere rente.

Wie spaargeld inruilt voor aandelen, om een hoger rendement, loopt koersrisico en mist daardoor de bescherming van de hoofdsom. Bovendien ziet zo iemand af van het snelle beschikkingsrecht, wanneer de aandelen in bijvoorbeeld een verzekering of een clickfonds zitten. Voor je zo'n stap zet, moet je dus goed weten welke invloed die beslissing heeft op je doelen.

Een lezer wil door het kopen en verkopen van aandelen zijn uitkering aanvullen. Je hoort het meer. Dan opereert hij als 'handelaar-tussen-de-schuifdeuren'. Voor een professional is de beurshandel al een moeilijk vak, laat staan voor een particulier zonder voldoende werkkapitaal en middelen om eventuele klappen op te vangen. Voor een particulier zijn aandelen een manier, naast een eigen huis of bedrijf, om vermogen op te bouwen. Ze zijn niet zomaar geschikt als regelmatige bron van inkomsten (afgezien van dividenden). Een mevrouw van bijna zestig beschikt sinds kort over een half miljoen gulden en wil die in aandelen stoppen om haar inkomsten aan te vullen. Wellicht is het beter een flink deel in obligaties (staatsleningen of leningen van bedrijven) te stoppen, want die zijn wél geschikt als bron van inkomsten. De hoofdsom van de obligatie wordt terugbetaald aan het eind van de rit, behalve wanneer een bedrijf of overheid in problemen raakt en dat gebeurt zelden. De obligatiehouder ontvangt een vaste rente en loopt beperkt koersrisico door veranderingen in de marktrente.

Een zinnig alternatief om risicoloos en belastingvrij meer te verdienen, is tot het maximum deel te nemen in spaarregelingen (zie deze rubriek van 14 juni j.l.). Een spaarloonregeling levert voor een deelnemer in het 50-procentstarief van de inkomstenbelasting circa 23 procent per jaar op. Daar kunnen beleggingen en verzekeringen niet tegenop. De inleg is helaas niet hoger dan 3.000 gulden en de duur is niet langer dan vier jaar.

Een voor de hand liggend alternatief is het (versneld) aflossen van schulden, met name de hypotheek. Meerdere lezers vinden dat het domste wat een mens kan doen. Want zeggen zij: de rente is aftrekbaar. Daarbij maken enkelen de grove fout te denken dat de belastingdienst de rente volledig voor haar rekening neemt. Was het maar waar!

Iemand met een belastbare som van 45.000 gulden betaalt daar 37,3 procent of 16.785 gulden inkomstenbelasting over; 5,05 procent belasting en 32,25 procent aan premies AOW, ANW, AAW en AWBZ. Trekt hij 5.000 gulden hypotheekrente af, dan vermindert het belastbare inkomen tot 40.000 en de belasting tot 14.920. Dat is 1.865 gulden, 37,3 procent van de rente, minder belasting. Het belastingvoordeel bedraagt dus 37,3 procent, en de hypotheekgever betaalt 62,7 procent van de rente zelf. Op een rente van 8 procent komt 5 procent (62,7 procent van 8 procent) voor eigen rekening. Dat is minimaal 1 procentpunt meer dan de spaarrente.

Er is nog iets met die hypotheekrente. Het kabinet komt op Prinsjesdag met voorstellen voor een verlaging van de inkomstenbelasting. Vanaf 64.000 gulden en hoger aan belastbaar inkomen daalt het toptarief van 60 naar 48 procent. Een rente-aftrekker in het 60-procentstarief betaalt nu 40 procent zelf. Straks, mits dit voorstel wet wordt, betaalt hij 52 procent zelf. Door nu vast extra af te lossen, beperk je de toekomstige meerkosten.