'Als het moeizaam is, wil ik dat in de uitzending terugzien'

De tijd dat Rémi van der Elzen in de luwte van de late programmering van haar programma TV Studio ongezien haar gang kon gaan, is voorbij. De critici gaan veelvuldig met haar op de loop.

Aan Eric Nordholt vroeg ze wanneer hij voor het laatst gehuild had. Kort daarna stelde ze de vraag: “Vind je jezelf een goede vader?”

Een gesprek met Rémi van der Elzen draait niet zelden uit op een zoektocht naar de diepere zielenroerselen van de ondervraagde. Van der Elzen wil zich niet hoeven te beperken tot de nuchtere feiten uit het leven van de gasten die ze voor de KRO-televisie ontvangt.

De kampen zijn verdeeld over haar persoonlijke aanpak. Boudewijn Büch noemde haar in zijn column in Nieuwe Revu 'amateur-psychologerig, pratend als een emmer behangplaksel'. Het Algemeen Dagblad vond haar gesprekken juist weer 'indringend en mooi'.

“Als ik een minister tegenover me heb zitten die twee kinderen verloren heeft, vind ik het interessant om te vragen hoe hij daarmee is omgegaan. In de patriarchale cultuur waarin wij leven wordt altijd geprobeerd emoties en verstand strikt te scheiden. Ik vind dat hoogst merkwaardig. Ik denk dat emotie het gedrag van mensen juist erg beïnvloedt. Daarom vraag ik ernaar.”

Daarmee bedrijft ze een bijzondere vorm van 'reality tv' op de Nederlandse televisie: haar gasten worstelen vaak live met nieuwe inzichten. Dat roept soms gêne op.

Zo sprak zij met Martin van Amerongen, oud-hoofdredacteur van de Groene Amsterdammer, uitgebreid over de dood van zijn vrouw. “Hij stond op huilen, maar huilde niet. Dat wil ik ook niet. Ik loodste hem erlangs.”

Haar interviews hebben daarmee soms meer van een therapeutische sessie waarbij de kijker zich gegeneerd en een overbodige toeschouwer voelt. Dat kan voorkomen, geeft Van der Elzen toe. Toch zegt ze geen andere bedoeling te hebben dan haar gasten aan het publiek te laten zien zoals dat nog niet eerder gebeurde. “Ik ben geen tv-dokter.”

De tijd dat Van der Elzen in de luwte van de late programmering van het interviewprogramma TV Studio vrijwel ongezien haar gang kon gaan, is voorbij. Sinds ze zich met haar programma Rémi ziet Sterren op prime time waagde, gaan de media veelvuldig met haar op de loop. Tv-recensent Frits Abrahams typeerde haar in deze krant als 'een onbedoelde parodie op een kruising van Ivo Niehe en Patty Brard'. De Volkskrant daarentegen noemde haar juist weer 'oorspronkelijk en soms geestig'. Zelfs de redactie van 'human interest-magazine' Privé heeft haar ontdekt. Het blad plaatste haar foto op de cover met daaronder de tekst 'Hoe lang mag Rémi van der Elzen nog doorblunderen?'

Het is vooral haar pregnante aanwezigheid in Rémi ziet Sterren die deze kritiek sorteert. Immers, in dat programma richt ze zich veelvuldig tot de kijker, deelt knipoogjes uit, maakt kokette sprongetjes en slaakt kittige kreetjes. De sterren alleen zijn haar niet meer genoeg, zo lijkt het. Rémi is Sterren had de titel van het programma kunnen luiden.

Zo was ze in de aflevering waarin ze Hans Adam von Liechtenstein zu Liechtenstein ontmoette te zien terwijl ze, over haar schouder grapjes makend tegen de camera, het pad opliep naar het prinselijk kasteel. Met violist/dirigent André Rieu sloeg ze een balletje op de tennisbaan.

Ze glimlacht minzaam om de kritiek. “De bedoeling van Rémi ziet Sterren was een groter publiek aan te spreken. Dan ga je natuurlijk niet een half uur lang tegenover een gast zitten, zoals ik in TV Studio doe. Bovendien vond ik het in dit geval leuk om te laten zien hoe de prins woonde, hoog boven zijn onderdanen. Ik wílde met de kijker dat lange pad naar boven oplopen. Voor mij had het een functie. Dat kun je leuk vinden of niet.”

Niet dat ze álle kritiek walgend naast zich werpt. “Natuurlijk denk ik wel eens als ik mezelf terug zie: dat kan wel wat minder, mevrouw van der Elzen. Maar ik denk dat de critici niet altijd de ironie hebben gesnapt die ook in het programma zat. Bovendien vond ik dat er ook ingetogener afleveringen tussen zaten. Bijvoorbeeld die met Arjan Ederveen. Daarvan vond ik dat je hem zag zoals hij zich niet vaak laat zien; serieus sprekend over zijn werk.”

Rémi van der Elzen is niet bang zich kwetsbaar op te stellen. Regelmatig is zij de hoofdpersoon in shots waarin ze genadeloos onderuit gaat. Omdat ze zich niet mooier voor wil doen dan ze is, zegt ze. “Ik zie in andere media vaak van die misplaatste heldhaftigheid. Ik krijg wel eens een journalist tegenover me die stotterend zijn vragen stelt. Als ik het verhaal teruglees, zie ik zijn werk gecomprimeerd tot een staccato spervuur van kritische vragen. In mijn eigen programma wil ik dat dus niet.”

Illustratief is de uitzending waarin ze op bezoek ging bij Leah Rabin. De weduwe vertelde dat de vele brieven die ze na de moord op haar man had ontvangen, vooral over het eigen leed van de briefschrijvers ging. Van der Elzen schoot in de lach over zoveel egoïsme. Rabin verkeerde echter in de veronderstelling dat ze werd uitgelachen en mompelde in haar eigen taal: 'vreselijke vrouw'. Het voorval overleefde de eindmontage.

“Hoe pijnlijk ook, als het moeizaam is, wil ik dat in de uitzending terugzien. Zo vond ik het ook interessant hoe John de Mol in TV Studio alle vragen over zijn persoonlijk leven uit de weg ging. Omdat dat zo iemand typeert.”

Hoewel Van der Elzen dikwijls thema's aansnijdt die in de roddelbladen niet zouden misstaan, ziet ze toch een groot verschil in werkwijze. “Niet dat ik hardop zou durven zeggen dat ik de pretentie heb integer te zijn, maar ik vind wél dat ik daarnaar moet streven.”

Ze hoopt dat de kijker die integere aanpak in haar programma's herkent. “In de uitzending vertelde Sylvia de Leur mij dat ze na een periode van depressie had overwogen een einde aan haar leven te maken. Ik vond dat een heel mooi gesprek, omdat die ene gebeurtenis was ingebed in een bredere context. In de roddelbladen ontbreekt die vaak. Daarin wordt zo'n verhaal teruggebracht tot een hele piepkleine, ranzige anekdote. Ik vind dat een verwerpelijke werkwijze. De mens is meer dan een wandelende anekdotemachine.”