Alleen achterdocht verenigt Eilat en Aqaba

De zomer is de tijd om het strand op te zoeken - hier of verder weg. Ook een aantal van onze correspondenten ging deze zomer een dagje naar zee. Vandaag: Eilat en Aqaba.

EILAT/AQABA, 30 AUG. Een jonge Israelische vrouw loopt uitdagend topless over het hete zand van het smalle strand van de badplaats Eilat. De thermometer staat op 39 graden Celsius in de de schaduw. Maar een paar mannen heffen in de verzengende hitte het luie hoofd op om deze schoonheid, die misschien wel het kleinste bikinibroekje ter wereld draagt, een elegante duik in het warme zeewater te zien nemen. Blote borsten en vakantie horen in deze Israelische badplaats, waar meer kan en mag dan in het hele joodse land bij elkaar.

Hoe lang nog? Ook in deze uithoek van Israel is het joodse fundamentalisme in opmars. “De groei van het aantal synagoges is niet bij te houden”, zegt Avner, die al lang meedraait in het hotelwezen in Eilat. Twee jaar geleden is niet ver van de haven, waar duizenden Japanse auto's worden aangevoerd, al een strand voor religieuze joden geopend en afgeschermd. Niet samen maar om beurten gaan vrome joodse mannen en vrouwen met hun kroost naar het strand. Net als in de aan de overkant gelegen Jordaanse haven- en badplaats Aqaba baden de vrouwen met hun jurken aan in het verkoelende zeewater. Veel meer hebben deze badplaatsen niet met elkaar gemeen.

Tenminste nog niet. “Naar Aqaba gaan is een reis in de tijdtunnel naar het verleden”, zegt Sarid, een jonge vrouw uit Tel Aviv die niet graag naar de bruisende metropool vierhonderd kilometer noordelijker zou willen terugkeren. “Zo moet Eilat twintig jaar geleden ook zijn geweest. Provinciaals zonder veel moderne poeha en toeristen”, zegt ze.

Vanuit Eilat kun je 's avonds de lichtjes van Aqaba zien trillen in de warme lucht. De haven van Aqaba is een zee van licht, de lichtjes in de stad zelf reiken niet hoog in de pikzwarte nacht. Aqaba is nog te overzien, zonder wolkenkrabberige hotelpaleizen.

Wie vanuit de Jordaanse badplaats uit een luie stoel naar Eilat kijkt als de vroege ochtendzon op deze Israelische stad schijnt, ontwaart reusachtige hotelcomplexen in de vormen van pyramides en New-Yorkse woonblokken die dicht op elkaar aan de horizon staan. “Het is daar veel moderner”, zegt een Jordaanse ober op het terras van Aqua Marina hotel. Eilat is voor hem de “nieuwe wereld”, dichtbij maar ondanks de vrede nog zo ver weg. “Nee, ik ben er nog niet geweest. het is zo'n heksentoer om een visum voor Eilat te krijgen. En duur is het ook.”

Het strand in Aqaba is kleiner en minder ontwikkeld dan in het naburige Eilat. Topless is hier taboe. Jordaanse vrouwen gaan volledig gekleed kopje onder om zich daarna in de hete bries te laten opdrogen. Een moedige toeriste die het waagt de bandjes van haar bikini los te maken, kijkt schichtig om zich heen. Zou het worden gezien? De opmerkzame Belgische toerist zag een landgenote in bikini de straat op gaan. “Er gebeurde niets, maar de mannen in de cafés lagen van ontsteltenis plat op de grond”, vertelt hij. In Eilat zou niemand van zoiets opkijken.

Zal Aqaba, als het misschien over een jaar of vijftien jaar ook het verleden van zich heeft afgeschud, niet meer van zo'n onbezonnen Belgische toeriste opkijken? Waarschijnlijk wel, want de strook langs het korte strand is dan misschien net als in Eilat volgebouwd met hotelpaleizen, maar haar islamitische ziel zal deze bedoeïnenstad waarschijnlijk nooit verliezen.

Omar, de eigenaar van een boot met een glazen bodem waardoor toeristen naar het kleurenpalet van de vissenrijkdom in de zee kunnen kijken, krijgt diepe rimpels in zijn voorhoofd als hij aan Eilat denkt en het over Aqaba heeft. Hij 'leeft' in het laatste stukje langs het water dat er nog authentiek Arabisch uitziet, nauwelijks twee kilometer lang, vol schaduwgevende palmbomen, waartussen ijverige fellahien (boeren) groenten verbouwen. Zoet water wordt in waterbassins opgepompt. Deze functioneren als watertorens voor de irrigatie van de zorgvuldig opgekweekte gewassen. De fellahien wonen in houten krotten in de schaduw van hoge palmen. Ze zitten vlak bij de moderne wereld op lage krukjes en lurken 's avonds aan hun waterpijpen. Dat is hun paradijs op aarde.

“Deze wereld gaat verdwijnen”, zegt Omar. “Het land is gekocht door hotelketens. Over een paar jaar is er geen palmboom meer te zien. Net als in Eilat zullen hier reusachtige hotels verrijzen.” Omar vertelt dat toeristen die hij naar hun mening daarover vraagt 'nee dat mag niet' roepen. Maar die roep wordt niet verhoord. De moderne hotels komen er. Van het oude Aqaba zal niet veel meer overblijven dan de herinnering aan vijfduizend jaar geleden, toen de eerste mensen zich langs de kust vestigden. Zo is het met Eilat ook gegaan. Toen de zuidelijkste punt van de Negev-woestijn in 1949 in Israelische handen viel, was er niets dan leegte in een ademloos mooi gebied. De kleurenrijkdom van de tropische vissen in de schitterende koraalriffen moest nog worden ontdekt. Nu is het 'leven onder water' voor Eilat en Aqaba een van de belangrijkste toeristenattracties.

Vijf kilometer ten noorden van Eilat is de zee niet meer te zien. Het eens zo schitterende panorama wordt door de pyramidevormige, hypermoderne hotels aan het oog ontrokken. De stormachtige ontwikkeling van Eilat heeft tot ergernis van de inwoners van de stad ook een verandering van het klimaat veroorzaakt. Twintig jaar geleden nog was Eilat weliswaar even bloedheet als nu, maar de lucht was kurkdroog. Als je maar genoeg dronk, voelde je er kiplekker. De vochtigheidsgraad in Eilat komt nu echter vaak boven de twintig procent uit. Weliswaar veel lager dan bij Tel Aviv, maar toch voldoende hoog om een onaangenaam 'nat' gevoel te geven. De hotels, aanleg van tuinen en het steeds drukker wordende verkeer in Eilat zijn verantwoordelijk voor de verandering van het klimaat dat Aqaba, slechts enkele kilometers oostelijker langs de Golf van Eilat/Aqaba, nog bespaard is gebleven.

Voor aanbidders van de zon uit het koude noorden die uitsluitend het hemelse vuur op hun lichamen willen voelen, maakt het niet zoveel veel uit of ze Aqaba of Eilat aandoen. De Jordaanse badplaats is iets kalmer, hoewel ook daar de stilte van de zee door schreeuwende muziek uit luidsprekers wordt verstoord. Voor jongeren die toch al doof zijn geworden in de disco's van Amsterdam, Berlijn of Kopenhagen is de herrie van Eilat goed te verdragen. Maar het is raadzaam oordoppen mee te nemen als je in stilte in een luie stoel op het smalle kiezelstrand van een boek wilt genoeten, want de ruimte tussen de hotels is niet groot.

Alle grote hotels in Eilat hebben zwembaden met dagprogramma's voor de gasten. Ieder uur een ander spelletje, met andere muziek. Wie zich 's avonds verveelt kan een nachttocht maken op een van de vijf casinoboten waar buiten Israels territoriale wateren naar hartelust kan worden gegokt. Gezegd wordt dat de onderwereld tegen betaling ook voor ander vermaak zorgt.

De Israelisch-Jordaanse vrede lijkt aan Eilat en Aqaba voorbij te gaan. De recepties van de hotels in Eilat hebben geen telefoonnummers van hotels in Aqaba. Even een kopje koffie drinken in Aqaba is er niet bij. “Wat moet ik daar doen. Ik ben bang te worden gearresteerd. Mijn schoondochter kwam met een pijnlijke rug thuis na een nacht op een doorgezakte matras in een hotel in Aqaba.” Dat zijn Israelische verontschuldigingen en voorwendsels voor het mijden van de Jordaanse zusterstad. “Het is ook te duur.”

Om toch even over de grens te gaan moet bij de Israelische grenspost dertig gulden worden betaald en bij de Jordaanse overgang nog eens 25 gulden. Ik had een paar flesjes mineraalwater gekocht om met succes het gevecht tegen de hitte te kunnen volhouden. “Geen Israelisch water de grens over”, commandeerde de Jordaanse douanebeambte. Geen argument hielp. “Israel laat ook geen Jordaans water toe”, zei hij, “en dus doen wij hetzelfde”. (Dat argument bleek bij terugkeer naar Eilat overigens niet waar te zijn.) Ik gooide met pijn in mijn hart de flesjes in een prullenbak. Nauwelijks een minuut later stond een van de Jordaanse douanemannen er aan te lurken! Kennelijk dorst.

Misschien mag het Israelische water wel de Jordaanse grens over als het Israelische vliegveld in Eilat naar Jordaans gebied wordt verplaatst en duizenden Jordaanse arbeiders in Eilat kunnen gaan werken. Die onderwerpen staan op de agenda van de Israelisch-Jordaanse samenwerking. De vrede tussen Jeruzalem en Amman moet echter veel warmer worden om de hete badplaatsen Eilat en Aqaba nader tot elkaar te brengen. Nu wordt er nog met achterdocht naar elkaar geloerd over de baai die de twee badplaatsen van elkaar scheidt.