'Ze worden niet boos, dus geeft rellen en treiteren geen voldoening'; Laatste-kansopleiding straft niet

Gestrand in het gewone onderwijs, maar niet uitgeleerd. Voor scholieren met leermoeilijkheden en emotionele problemen is er nu een particulier internaat. Straffen helpt niet meer, praten nog wel.

HILVERSUM, 29 AUG. Voor Gijs (17) is de Vossenburght zijn vierde school. Hij begon op het gymnasium, stapte over naar de havo en strandde op de mavo. “Op de havo kreeg ik leercontracten en strafwerk. Te veel pressure. Hier is het rustig.” Zijn vriend Sander (17) had op de havo “verkeerde vrienden” en bracht meer tijd door in de coffeeshop dan in de klas. Hij wil nu op de Vossenburght het staatsexamen havo afleggen. Gijs: “Wij zijn de drop-outs en de failures. Dit is onze laatste kans op een opleiding.”

Deze week opende het particuliere internaat-annex-dagschool de Vossenburght zijn deuren in een lommerrijke Hilversumse villawijk. Streng is de school niet, straffen zijn er afgezworen. Gijs: “We worden hier geaccepteerd zoals we zijn. Wat je hier wel en niet mag, ligt aan hoe je zelf bent. Ze leggen geen druk op je.” Hij grinnikt: “En wie hier van school wil worden gestuurd, moet ten minste het theehuis in de fik steken.”

Op de Vossenburght zitten jongeren met een leerprobleem, die zijn gestrand in het gewone onderwijs. Niet omdat ze dom zijn, zegt lerares Claire Walkate, maar omdat ze dyslexie hebben of emotioneel niet konden functioneren in het normale schoolsysteem. De Vossenburght probeert deze kinderen hun zelfvertrouwen terug te geven. Het devies: een individuele benadering en hen vooral niet onder druk zetten.

Tien jaar geleden richtten pedagoog Rob Broeren en psycholoog Reinier Kuyk de particuliere dagschool Maupertuus in Bosch en Duin op, waaruit de Vossenburght nu is voortgekomen. Ze waren gefrustreerd over het gebrek aan adequaat onderwijs voor kinderen met emotionele of leerproblemen. De meeste leerlingen zijn op deze scholen beland na advies van een psycholoog. Negentig procent van de leerlingen slaagt hier voor het examen mavo, havo of vwo. De Vossenburght is opgericht als internaat voor kinderen die thuis ook moeilijkheden hebben. De afdeling dagschool heeft een vergelijkbare aanpak als Maupertuus, maar is voor jongeren van zestien tot achttien jaar die staatsexamen willen doen. De meeste leerlingen van de dagschool komen van Maupertuus.

Ouders moeten diep in de buidel tasten om hun kind naar de Vossenburght te kunnen sturen. De dagschool kost jaarlijks 24.000 gulden, het internaat 32.000 gulden. Toch zitten er op de school niet alleen 'rijkeluiskinderen'. Voor ouders die het geld niet hebben, zoeken Broeren en Kuyk naar stichtingen, fondsen en bedrijven die financieel willen bijdragen of het kind een jaar 'financieel adopteren'.

Walkate geeft les aan de elf kinderen die de dagschool bezoeken. Ze hebben op verschillende scholen gezeten en zijn steeds op een lager onderwijsniveau gekomen. “Toch lukte het die kinders niet. Het zelfvertrouwen van zo'n kind is totaal verdwenen, waardoor het vaak ook weinig moeite meer wil doen.” Ze kan niet aangeven waarom de meeste kinderen geen moeite hebben met het gewone onderwijs, terwijl een enkeling er doodongelukkig van wordt. De jongeren op de Vossenburght tonen volgens haar wel overeenkomsten: “Ze zijn extreem gevoelig, kunnen niet tegen druk, steigeren als zij denken dat ze onrechtvaardig worden behandeld. Ze zoeken conflicten en zijn verbaal zeer vaardig. En ze hebben zo vaak hun neus gestoten, dat het lang duurt voor ze geloven dat iets ook goed kan gaan.”

In het internaat wonen kinderen zoals Jan (15) en Sebastiaan (16). De dagschool was voor de Belgische Sebastiaan geen mogelijkheid. “Ik heb dyslexie. In België heb ik op verschillende scholen gezeten. Eerst dachten ze dat ik lui was, want ik heb wel goede IQ-testen gedaan. Pas heel laat werd mijn dyslexie ontdekt.” Jan is best tevreden over zijn nieuwe omgeving: “Ik had altijd ruzie met mijn zusje. Thuis ging het niet zo goed. Maar ik ben wel blij dat ik ieder weekend terug kan naar mijn ouders en vrienden in Rotterdam.” Deze week komen nog twee kinderen aan op het internaat.

De leerlingen van de Vossenburght en Maupertuus zijn niet de makkelijkste. Walkate werd in haar beginperiode voortdurend getest door haar leerlingen. “Als ik iets niet wist, kreeg ik opmerkingen als 'God, dat je dat niet weet, dat jij voor de klas mag staan'.” En toen ze een keer haar slechte humeur afreageerde op haar leerlingen, nam een van hen de lerares zonder pardon over zijn schouders en zette haar op de gang. “Dan kan je kwaad worden of je kan erom lachen. Ik ben de klas ingegaan en we hebben er over gepraat. Wanneer je fouten toegeeft, krijg je respect van die kinderen.”

De Vossenburght heeft geen specifieke pedagogische lesmethode. De manier waarop leraren met de leerlingen omgaan is vooral op ervaring gebaseerd. Walkate: “We laten de kinderen voelen dat we altijd achter hen staan, dat we hen als individu respecteren. Daarmee geven we hen ook structuur en hopelijk een basis.” Ondanks de relatief grote vrijheid en de niet-autoritaire houding van de leerkrachten en begeleiders, “slaan de kinderen niet los”, zegt de lerares. “Zij zijn al zo vaak gestraft, dat helpt niet meer. Met hen praten wel.”

Gijs bevestigt haar mening: “Er wordt niet gestraft, ze worden niet kwaad en dus geeft rellen en treiteren ook geen voldoening. Bovendien, Claire is zo'n tof mens, ik wil haar helemaal niet in de zeik zetten. En ze maakt altijd opmerkingen terug. Vaak kan het me niet schelen wat anderen zeggen. Maar Claire zou me kunnen kwetsen.”