Warm zeewater bij Peru geeft droogte in Indonesië

ROTTERDAM, 29 AUG. El Niño, de periodieke opwarming van het zeewater voor de kust van Peru, heeft vorige maand een ongekende omvang bereikt: 4 à 5 graden boven de normale juli-temperatuur. Als deze verhoging doorzet heeft dat in 1998 wereldwijde en rampzalige consequenties voor het weer: stormachtige winter in Californië, zware regenval in het zuiden van de VS, droogte in Indonesië, Australië en Zuidelijk Afrika.

Op de gisteren beëindigde driedaagse conferentie in Genève die de World Climate Research Programme van de Verenigde Naties over dit onderwerp organiseerde, is deze verwarming vergeleken met de aanloop tot de El Niño-ramp van 1982-'83, die leidde tot ineenstorting van de Peruaanse visserij, overstromingen in Californië en ongekende droogte in Australië en Zimbabwe. Een van de 300 aanwezige klimaatwetenschappers, A. Leetsma, directeur van het Climate Prediction Centre van het Amerikaanse meteorologische instituut, acht het zelfs mogelijk dat de zware regenval in Oost-Europa dit jaar samenhangt met deze temperatuursveranderingen. Normaal merkt Europa weinig van El Niño.

Voorspellingen over de afloop van de huidige El Niño (Spaans voor Christuskindje) zijn nog niet te maken. Dat de zeewatertemperatuur in juli recordhoogten bereikte “betekent niet dat de temperatuur van het zeewater tot begin 1998 verder zal stijgen”, aldus J. Shukla van het Mondiaal Milieu-instituut in Washington.

El Niño verschijnt ieder jaar voor de kust van Peru, maar de naam wordt de laatste jaren gereserveerd voor uitschieters die ongeveer elke vier jaar voorkomen en wel een jaar kunnen duren - met maxima van 8 graden hogere temperaturen rond de jaarwisseling. Bij een extreme El Niño verandert zelfs de Peru-oceaanstroom van richting, die onder normale omstandigheden vanuit het zuiden relatief koud water langs de westkust van Zuid-Amerika naar de evenaar voert. Aan deze normale koude, zeer voedselrijke 'opwelling' voor de kust dankt Peru zowel zijn rijke visgronden als het woestijnkarakter van zijn kust.

Wetenschappers zijn zeer geïnteresseerd in El Niño, omdat het verschijnsel nauw samenhangt met wereldwijde weers- en eventuele klimaatsveranderingen. Sommigen zien in de hogere frequentie en omvang van El Niño in de laatste decennia een effect van en een bewijs voor het broeikaseffect. De periodieke opwarming van het zeewater bij Peru vindt zijn oorzaak in veranderingen in de warmtehuishouding en het stromingspatroon van de Grote Oceaan die zich tot aan Nieuw Guinea uitstrekken. Ook blijkt de verwarming gerelateerd aan een typisch patroon van luchtdrukveranderingen in het gebied tussen de Paaseilanden en Indonesië, die ook weer invloed hebben op moessons in Zuidoost-Azië.

Morgen besteedt Wetenschap & Onderwijs aandacht aan de perikelen rond El Niño.