Verwacht; Nederlandse literatuur

Hafid Bouazza: Paravion. Uitg. Arena, januari. Na de veelbekroonde en -genomineerde verhalenbundel De voeten van Abdullah nu een roman over een vader die het verlies van zijn dochtertjes verwerkt.

Hella S. Haasse: Zwanen schieten. Uitg. Querido, oktober. Drie onderling samenhangende verhalen die op de familiegeschiedenis van de schrijfster gebaseerd zijn.

Rutger Kopland: Tot het ons loslaat. Uitg. Van Oorschot, november. Nieuwe gedichten van Kopland, die bij Van Oorschot tegelijkertijd dagboeknotities publiceert onder de titel Jonge sla in het Oosten.

Marga Minco: Het bericht. Uitg. Bert Bakker, september. Eerste roman sinds tien jaar van de schrijfster die beroemd werd met Het bittere kruid en Een leeg huis.

Jona Oberski: De eigenaar van niemandsland. Uitg. BZZTôH, november. Langverwachte roman van de auteur van Kinderjaren, over een schrijver die gewond raakt bij een schietpartij en op zoek gaat naar de dader.

Manon Uphoff: Gemis. Uitg. Podium, september. Eerste roman van de jonge schrijfster die met haar debuutbundel Begeerte zowel kritisch als commercieel succes oogstte.

Van den vos Reynaerde. Vert. door Gerrit Komrij. Uitg. Bert Bakker, januari. Vertaling in verzen van het dertiende-eeuwse meesterwerk van de Nederlandse literatuur.

J.J. Voskuil: Het A.P. Beerta-Instituut. Uitg. Van Oorschot, januari. Vierde deel van de negendelige romancyclus Het Bureau; waarin Maarten Koning gevolgd wordt in het eind van de jaren zeventig.

Dirk van Weelden: Orville. Uitg. J.M. Meulenhoff, september. Herodotus, Diderot, voodoo en cyberspace komen bij elkaar in een roman over een excentrieke escapist en zijn vrienden.

Koos van Zomeren: Sneeuw van hem. Uitg. De Arbeiderspers, januari. De opvolger van Meisje in het veen (1996) is een omvangrijke roman over een schrijver die zich verplicht voelt een grote roman te schrijven.