Ter Horst treft geen blaam in GVB-zaak

AMSTERDAM, 29 AUG. De voormalige Amsterdamse wethouder R. ten Have heeft door politiek ingrijpen in de begroting 1994 van het Gemeente Vervoer Bedrijf (GVB) met opzet een te rooskleurig beeld geschetst aan het Amsterdamse gemeentebestuur.

Dat de huidige wethouder G. ter Horst de Amsterdamse gemeenteraad hierover nooit heeft geïnformeerd, is haar niet aan te rekenen.

Dit blijkt uit een onderzoek dat A. Havermans in opdracht van het Amsterdams gemeentebestuur heeft uitgevoerd naar de totstandkoming van de begroting 1994 van het GVB en naar de wijze waarop de huidige wethouder Ter Horst raadsvragen hierover heeft beantwoord.

De commissie Van der Zwan had al geconstateerd dat Ten Have de begroting te rooskleurig had voorgesteld. Maar onbeantwoord was nog de vraag of dit het gevolg was van bestuurlijk ingrijpen. De huidige wethouder verkeer G. ter Horst heeft dit tegenover de gemeenteraad altijd ontkend.

Uit het onderzoek van Havermans blijkt nu dat door ingrijpen van de toenmalige wethouder Verkeer het GVB een begroting aan het college van B en W heeft gepresenteerd waarin ten onrechte een rijksbijdrage van 15 miljoen was opgenomen. Maar volgens Havermans is er geen sprake van misleiding van de Amsterdamse gemeenteraad omdat Ten Have deze post vóór de raadsbehandeling van de begroting heeft gecorrigeerd.

Volgens Havermans heeft de huidige wethouder Ter Horst (Nutsbedrijven) de gemeenteraad altijd “naar eer en geweten” geïnformeerd. Zij baseerde zich op een rapportage van de directeur van het GVB. Daarmee heeft Ter Horst volgens Havermans “een normale procedure gevolgd”. Het is volgens hem “niet gebruikelijk” dat een wethouder net z'n diepgaand onderzoek instelt zoals dat nu door hemzelf is gedaan.

De toenmalige wethouder Financiën F. de Grave was volgens het onderzoek van Havermans op de hoogte van de onjuiste voorstelling van zaken door Ten Have. Wel voorzag hij de begroting van “een kritische toelichting” en wilde hij voor 1 december 1993 een rapportage over de werkelijke financiële situatie van het GVB. De commissie Van der Zwan constateerde al eerder dat De Grave vanaf 1992 voldoende aanleiding heeft gehad om te interveniëren bij het GVB, maar dit nooit heeft gedaan.

Evenals de commisie Van der Zwan constateert ook Havermans dat “de voorbereiding van de begroting GVB 1994 niet ordelijk en nauwelijks controleerbaar is verlopen”.